In het centrum van Hoogeveen is er elke donderdag en zaterdag een warenmarkt. Standhouders hebben hiervoor een vergunning van de gemeente verkregen. Meestal gaat het hier om een vergunning voor onbepaalde tijd. We zien dan ook vele vaste marktkramen met een vaste klantenkring.
In de Dienstenrichtlijn, is de regel, dat schaarse vergunningen niet langer voor onbeperkte tijd kunnen worden verleend, maar dat zij een beperkte geldigheidsduur moeten hebben. Dit kan 5, 10 of 15 jaar zijn, maar ook 2 jaar of anderszins. Dit wordt in de richtlijn niet nader bepaald. Omdat hiertegen vanuit de ambulante handel verweer is gekomen, heeft de Tweede Kamer eind 2018 unaniem een motie aangenomen die stelt “dat de regering samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten overleg moet voeren over de aanpak van de genoemde problematiek om te voorkomen dat het voortbestaan van bedrijven in de ambulante handel in gevaar komt en de regeldruk sterk toeneemt.”

Staatssecretaris Mona Keijzer (Economisch Zaken) stuurde onlangs een brief naar de Tweede Kamer. Daarin zegt ze feitelijk dat ze de kwestie aan de gemeenten overlaat. Ze moeten samen vaststellen wat het beste beleid is.

Kortom, veel onzekerheid voor zowel gemeentes als standhouders. Deze onzekerheden mogen, wat Gemeentebelangen betreft, niet leiden tot het verdwijnen van standhouders op de markt. Wij hebben de Hoogeveense Markt hoog in het vaandel omdat de markt een belangrijke plaats inneemt in de Hoogeveense samenleving.

 

Wij hebben dan ook de volgende vragen:

1. Is het college bekend met de regel dat schaarse vergunningen niet meer voor onbepaalde tijd mogen worden verleend?

2. Hoe kijkt het college tegen deze maatregel aan?

3. Hoe gaat het college hiermee om?

4. Wat betekent dit voor de huidige standhouders die nu een vergunning voor onbepaalde tijd hebben?

Namens de fractie van Gemeentebelangen,
Hilma Hooijer-Everts.