Hoe het allemaal begon….

In 1551 begon de geschiedenis van de gemeente Hoogeveen, met de aankoop van uitgestrekte venen, door Reinolt van Burmania. Hij was zeker van plan om hier een grote veenderij op te zetten, en de turf bijvoorbeeld via de Reest af te laten voeren, maar ging eerst elders aan de slag. Enkele Meppelse ondernemers startten een veenderij in de marke van Steenbergen en Ten Arlo. In 1625 ruilde Roelof van Echten veen in die marke voor beloofde infrastructuur en rechten. Omdat hij niet kapitaalkrachtig genoeg was om in zijn eentje deze venen te kunnen ontginnen, werd ‘buitenlands’ kapitaal aangetrokken. Zowel Amsterdamse als Leidse kooplieden kochten zich in, en de Algemene Compagnie van de 5000 Morgen werd een feit. De venen van de erven Burmania werden door de eigenaren van de Compagnie van de 5000 Morgen helemaal binnen hun compagnie getrokken. In 1633 was daarmee een grondgebied en veengebied van 5000 morgen een feit.

Onderling boterde het niet zo best tussen de heren. De Leidse kooplieden stichtten in 1635 de Hollandse Compagnie, en konden nu gezamenlijk een van de rest van de Hoge Venen afgeperkt gebied laten vervenen. Deze Hollandse heren werden ook de stichters van de plaats Hoogeveen. Dat was dus niet Roelof van Echten. Hij zag meer in uitbreiding van Echten, en een nieuwe veenkolonie op de Osseweide (Ossehaar) dan het stichten van een nieuw dorp op het Hooge Veen. Het begin van het dorp Hoogeveen, en de stichting van Hoogeveen als plaats, is dus aan deze Hollanders te danken.

Omdat er toch algemene belangen bleven, onder meer het onderhoud van de Hoogeveense Vaart, bleven de Hollanders als participanten van de Algemene Compagnie met de andere grootgrond- en grootveenbezitters om tafel zitten.

Het veld van de Hollandse Compagnie werd het Hollandse of Hollandsche Veld genoemd. In de huidige situatie vinden we dat terug rond het Haagje, de Wolfsbos, het Hollandscheveldse Opgaande, het dorp Hollandscheveld, het Zuideropgaande, Nieuw-Moscou, Elim, en de westkant van Nieuwlande.

In de tweede helft van de 17de eeuw woonden al enkele mensen in de Wolfsbos en aan het stukje Lange Dijk tussen Wolfsbos en Hollandscheveldse Opgaande. In de 18de eeuw werd laatsgenoemde Opgaande en het Hoekje van enkele panden voorzien. In de loop van de 18de eeuw volgde ook het Zuideropgaande, terwijl we voor vaste bewoners in het gebied van het huidige Elim moeten zoeken rond de helft van de 19de eeuw.
De eerste bewoners van het Hollandsche Veld waren hoofdzakelijk schippers, met kleine veenderijtjes en boerderijtjes. Op het laatst van de 18de eeuw werden ze in aantal overvleugeld door veenarbeiders, terwijl in de 19de eeuw het meerendeel van de bevolking uit veenarbeiders bestond. Anders dan de naam doet vermoeden, is de bevolking niet afkomstig uit Holland, maar uit Drenthe. De Hollandschevelders stammen af van de eerste inwoners van de plaats Hoogeveen. De Hollandschevelders (‘veldelingen’ werden ze genoemd) en de Hoogeveners stammen van oorsprong hoofdzakelijk af van de boerenbevolking uit Midden-, West- en Zuidwest-Drenthe.

Zowel Lammert Wimmenhove als Lammert Huizing, dr.Jacob Wattel en Bertus ten Caat hadden zich al bezig gehouden met de geschiedenis van het gebied, toen Albert Metselaar zijn onderzoek begon. En dat ben ik dus. Ik ben in 1977 begonnen met het onderzoek naar de geschiedenis van het Hollandsche Veld in al zijn facetten. Dit leidde in de 80-er jaren van de 20ste eeuw tot een serie publicaties over de oudste periode. De wereld van de schippers en de verveners uit de 18de eeuw. In de 90-er jaren werden tien deeltjes gepubliceerd, waarin de Tweede Wereldoorlog aan bod kwam. Dat was het moeilijkste onderwerp dat ik tot nu toe bij de kop heb gehad. Ik was van na de oorlog, maar als je jarenlang zo intens bezig bent met de gebeurtenissen uit de periode 40-’45, merkje dat je er emotioneel steeds meer bij betrokken raakt. Het laat je nooit meer los. Over de Franse Tijd zit ook nog van alles in de pen. Veel informatie bereikte het publiek via mijn artikelen in de Hoogeveensche Courant. In mijn dagelijks werk ben ik verpleegkundige, in een psychiatrisch ziekenhuis. Daarnaast ben ik kerkelijk actief en studeer ik theologie. Het hoofdvak is natuurlijk kerkgeschiedenis. U zult op deze pagina’s echo’s van al deze activiteiten kunnen horen. Ze zijn niet commercieel bedoeld. U kunt ze vrij lezen en gebruiken voor niet-commerciele doeleinden. Als u meer informatie wilt, kunt u in de Hoogeveense bibliotheken gebruik maken van al mijn daar aanwezige uitgiften. Kortom, dit is geen verkooppraatje. Dit gaat over wat anders. Het gaat mij er om dat we met zijn allen zuinig zijn op wat we aan geschiedenis en cultuur over hebben, en dat we daarvan het een en ander proberen vast te leggen. Ik weet trouwens haast wel zeker dat u ook nog wel eens wat interessants te vertellen hebt, want anders zocht u deze site niet op……… Ik hoor het graag als u mij kunt helpen met aanvullende informatie of via dit emailadres

De toren, waar we deze pagina mee begonnen, is min of meer het symbool van ons dorp geworden. Op de toren zien we een veenschop. Bert Duinkerken, van de Dokter Broekhofstraat, liep al jaren rond met het idee om een vlag voor het dorp te laten maken. Toen hij me vroeg wat daar op moest, was het al snel beklonken: de schop van de toren, op een geel vlak en met blauw er om heen. Het blauw staat voor het water, wat de levensader was van het gebied. Het geel staat voor de zandgrond, die overbleef toen het veen was verdwenen. En de schop staat voor zowel de karakteristieke kerktoren, als de noeste arbeid waardoor het gebied werd gevormd.

De schop vinden we ook, vier omhoog gericht, in het wapen van het dorp Hollandscheveld. Links en rechts van de schop zien we de bijenkorven van Hoogeveen. Achter de schop staan de sleutels uit het wapen van Leiden. Het wapen kent twee schildhouders. Aan de ene zijde staat de Hollandse leeuw, ook schildhouder in een ouder wapen van Leiden. Aan de andere zijde van het schild zien we de zogenaamde ‘wildeman’, verwijzend naar de oude jagers en verzamelaars, die het gebied bezochten voordat er sprake was van veenvorming. De wildeman is gekleed in een leeuwenvelletje, waarvan de staart nog fier omhoog staat. Ze dragen het schild, maar lijken er ook beiden om te willen strijden. Het schild wordt bekroond door een stapeltje turven, waarop we een ramskop aantreffen. De turf staat voor de vervening, de ramskop voor het begin van de landbouw en veeteeld in het gebied. De schapen maakten met hun mest de eerste landbouw- en weidegronden mogelijk.

Deze homepage zal doorlopend uitgebreid worden met nieuwe artikelen, dus het zal zeker de moeite waard zijn om na enige tijd eens voor een nieuw bezoek aan te wippen. Los van het feit dat er nu al zoveel te lezen is, dat u de pagina’s vooral moet zien als een vraagbaak, een grote bak vol informatie, waar u een beroep op kunt doen als u van het een of het andere onderwerp wat wilt weten.

Groeten van
Albert Metselaar

INTERNET BIBLIOTHEEK HOLLANDSCHE VELD EN OMSTREKEN: VOOR WIE OOG HEEFT VOOR HET VERLEDEN, ALS FUNDAMENT VOOR DE TOEKOMST!

Klik hier voor meer Hollandscheveld