In 1815 maakte de gemeente Ruinen een inventarisatie van de gemeente. Men kwam tot een aantal van 1343 inwoners die 221 huizen bewoonden. Er waren 33 grote boeren, 42 kleine boeren en 166 keuterboeren, waarbij men niet aangaf wat men onder een grote en kleine boer verstond. Hoewel Ruinen aan het einde van de 19e eeuw in het dichtsbevolkte deel van Drenthe lag, was het het aantal inwoners nog steeds gering. Op 1 januari 1895 waren dat er 3405. Iets meer dan een halve eeuw later, op 1 januari 1952, waren dat er 5657.

Percentagegewijs misschien een flinke stijging, maar gezien de oppervlakte van Ruinen (11.557 ha) mocht men de gemeente nog steeds als een dunbevolkt gebied bestempelen. Ongeveer de helft van de inwoners van de gemeente woonde in het dorp Ruinen en omgeving. De andere grote bevolkingskernen waren Pesse, Echten, Ansen, Fluitenberg en Stuifzand.

Het grootste deel van de Ruiner bevolking bestond uit (kleine) boeren en een kleine groep landarbeiders en hun gezinnen. Daarnaast waren er nog een aantal arbeiders werkzaam in de in 1896 opgerichte zuivelcoöperatie. De middenstand kende aan het eind van de 19e eeuw een bescheiden omvang. In 1881 vonden iets meer dan 60 mensen werk in de Ruiner bakkerijen, timmerwinkels, smederijen en overige ambachten. Het merendeel van deze middenstanders en ambachtslieden waren van oude Ruiner afkomst. Dat gold meestal niet voor de gemeenteambtenaren die veelal van buitenaf afkomstig waren, voor een deel – en dat was een landelijk verschijnsel – uit Friesland.

Wat betreft de herkomst van de boerenbevolking van Ruinen kan worden gezegd dat vooral in Ruinen en Ansen de bevolking autochtoon was, terwijl in Pesse en Echten de bevolking tamelijk gemengd was. Dat laatste gold ook voor de relatief jonge nederzettingen als Stuifzand en Fluitenberg.

Kerkelijk leven
De gereformeerden van Pesse, Fluitenberg en Stuifzand gingen tot in de jaren ’30 in Hoogeveen [link http://www.hoogeveen.nl/] naar de kerk. Omdat dat toch lastig was door het gemis aan moderne vervoermiddelen, besloot men te kijken of het mogelijk was een eigen kerk en kerkgebouw te stichten. In 1936 werd op een vergadering van de kerkeraad te Hoogeveen voor het eerst aandacht gevraagd voor dit plan. De ontwikkelingen volgden elkaar in snel tempo op. Al in de tweede helft van 1937 was er een eigen kerkgebouw aan de Pesserstraatweg verrezen en een eigen kerkeraad benoemd. Na een aantal jaren werd het duidelijk dat Pesse beter als zelfstandige gemeente verder kon gaan, dus los van Hoogeveen.

Ook de Hervormden in Stuifzand hebben in de loop van de jaren een klein houten kerkje kregen, omdat de afstand tot Pesse, waar ook een actieve Hervormde Gemeente aanwezig was, toch te groot bleek. Men noemde dit kerkje Bethel. Tot voor kort werden er in het gebouwtje nog regelmatig kerkdiensten gehouden.

Onderwijs
In Stuifzand werd in 1835 een winterbijschool geopend, een direct gevolg van de toename van de bevolking. In 1843 stortte de school in en raakte onderwijzer E. Kremer gewond. Hij was daarna niet meer in staat zware arbeid te verrichten. Kremer werd door het – nogal harteloze – gemeentebestuur ontslagen. Op zijn verzoek om een pensioen van ongeveer ƒ 125,00 per jaar of ander passend werk, antwoordden de bestuurders afwijzend en vertelden hem dat hij zelf maar in zijn onderhoud moest voorzien. Kremer kreeg slechts een eenmalig bedrag van ƒ 25,00 uit de gemeentekas.

De school is ongetwijfeld herbouwd. Dit blijkt uit een krantenartikel van 27 oktober 1884 waarin melding gemaakt wordt van het feit dat er een nieuwe school gebouwd was. Het krantenartikel luidde als volgt:

“Stuifzand – Heden wordt hier de nieuwe school feestelijk ingewijd. Des morgens omstreeks half tien vereenigden zich een 70-tal kinderen in de oude, met groen en vlaggen versierde school, terwijl een grote vlag op der nieuwe school wapperde. De kinderen staken allen ook in hun zondagse pak, elk voorzien van een vlaggetje. Nadat zij een paar feestliederen hadden gezongen werd, werd elk kind getracteerd op een flink stuk koek. Daarna trok de ganse schare uit de oude en in de nieuwe school, waarna inmiddels vele ingezetenen, benevens de heer Hoegsma, architect, en aannemer Niehuis bijeengekomen waren. De burgemeester sprak nu een toepasselijk woord tot de verzamelden, waarna de kinderen weder een vrolijk lied ten gehore brachten en toen onder geleide van hun onderwijzer, niet tegenstaande het stormachtige weer, een korte wandeling door het dorp deden. In de school teruggekomen werd hen krentenbrood en chocolade aangeboden. Eene tombola zonder nieten besloot het kinderfeest. Nu was de beurt aan het jonge volkje, dat een paar volksspelen had georganiseerd. De jongens zouden knipsteken en de jonge dochters koordknijpen. Beide spelen liepen flink van stapel en brachten onderscheidene keren de lachspieren der toeschouwers in beweging. Met het vallen van den avond waren de spelen geëindigd en keerden de toeschouwers allen hoogst voldaan huiswaarts, terwijl het jonge volkje zich des avonds genoeglijk met elkaar vermaakte, tot dat men eindelijk, zonder eenige stoornis, naar huis ging.”

Begraafplaats en uitvaartvereniging

Van oudsher bestond er in Ruinen naast het joodse kerkhof, een gemeentelijke begraafplaats die was gelegen aan de Munninkenweg. In de loop van de tijd hebben Pesse, Echten en Stuifzand een eigen begraafplaats gekregen. In 1919 werd er bijvoorbeeld een lijkwagenvereniging voor Pesse en omstreken (Fluitenberg en Stuifzand) opgericht. Evenals voor kerkbezoek, konden de inwoners van Stuifzand voor een begrafenis in Pesse terecht. De lijkwagenvereniging zorgde voor het vervoer van de overledenen naar het kerkhof.

Na onenigheid scheidden de leden van Stuifzand zich in 1923 af en besloten zij een eigen vereniging op te richten met de naam Uitvaartvereniging “De Laatste Eer” Stuifzand. Op den duur had deze vereniging eigen personeel, dragers en afleggers. Ook schafte men allerlei spullen aan zoals schragen, lange houten banken, serviesgoed en dergelijke, alles wat er nodig was voor een begrafenis. Tot op heden bestaat de vereniging nog en heeft thans zo’n 600 leden.

Cultuur
Ook een kleine plaats als Stuifzand had bijvoorbeeld een toneelvereniging Stuifzand kende voor al voor de Tweede Wereldoorlog “Nieuw Leven”, die na de oorlog werd voortgezet als “Steeds Voorwaarts”. Door de opkomst van televisie begin jaren ’60 daalde de belangstelling voor toneel en in 1965 gaf men een laatste voorstelling. In 1986 was er toch weer een groep enthousiastelingen bereid tijd in een nieuwe toneelvereniging te steken en in dat jaar zag de Toneelvereniging S.T.A.P. (Stuifzandse Toneelvereniging Altijd Plezier) het levenslicht, een club van ruim 20 leden die tweemaal per jaar een voorstelling houdt.

Bron: “Ruinen, een historisch portret”
Uitgave van: Stichting Historie van Ruinen
Druk: Drukkerij Bariet B.V., Ruinen

Klik hier voor meer Pesse