Verslag informeren Raadzaal 10 september 2009

Aanwezig: Jerk Otten (voorzitter), Rolien van de Belt, Rob Berkenbosch, Bert Boersma, Bert Bouwmeester, Sjoukje Brouwer, José Bruins Slot, Ellen van Heugten-Steenbergen, Gert Huijgen, Klaas van der Laan, Bé Okken, Wicher van Regteren, Hennita Schoonheim-Lunenborg, Frank Snippe, Gert Vos, Wim Warrink, Henk van de Weg, Jan Alting, Hetty Bouius, Erik Giethoorn, Francien Hellenthal, Frits Nijland en Alma van Dooren (commissiegriffier).

Verder aanwezig: de wethouders Ton Bargeman en Klaas Smid, Geert Jansen (adviseur) Ria Hogervorst (adviseur) en Peter van den Eerden (extern adviseur).

Verslag: Zwaantinus Jeuring (Notuleerservice Nederland).

De agenda luidde als volgt:
1.    Spreekrecht
2.    Presentatie programma Hoogeveen werkt
3.    Presentatie ontwikkelingen Centrum Jeugd en Gezin
4.    Presentatie implementatie Grondexploitatiewet
5.    Rondvraag

Het volgende wordt naar voren gebracht.

1. Spreekrecht
Er wordt geen gebruikgemaakt van het spreekrecht.

2. Presentatie programma Hoogeveen werkt
Wethouder Bargeman leidt mede namens zijn collega kort in. Sinds de vorige presentatie over Werkt is veel gebeurd. Spreker vraagt de raad te bekijken of de gestelde kaders nog voldoen. Binnenkort wil het college bepaalde zaken met de raad spreken. Nu is het een update.

Jansen (adviseur) gaat eerst op de actualiteit in en laat met het voorbeeld van het bedrijf VDL zien dat de ontwikkeling van de economie moeilijk te voorspellen is. Medewerkers op de afdeling vragen zich vaak af welke kant het op zal gaan.
•    Doel presentatie: informeren en een beeld krijgen van de mening van de raad over de doelstellingen.
•    Opzet presentatie: stand van zaken van de doelen en de uitkomsten. Zijn het goede doelen en worden de juiste prioriteiten gesteld en aandachtspunten?
In het programmaplan staan de oorspronkelijke doelen:
•    Verruimen arbeidsmarkt door middel van: bevorderen goed ondernemingsklimaat, ruimte voor bestaande bedrijven en meer mensen aan het werk helpen.
•    Werk voor iedereen en opvang via sociaal vangnet. Participeren staat voorop.
•    Verbetering aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt. Dit doel geeft een raakvlak met het programma Leert.
Op een vraag van Van Heugten zegt Jansen dat de arbeidsmarkt is verruimd doordat in 2007 het aantal arbeidsplaatsen steeg met 1000 en in 2008 met 500.
Jansen gaat in op de huidige economische situatie. De raad ontvangt op korte termijn de economische monitor en vragen en wensen hiervoor kan de raad aangeven. De werkloosheid is 15% hoger dan een jaar geleden. De jeugdwerkloosheid steeg veel sneller, namelijk met 75%. In aantallen: het aantal jeugdige werklozen steeg van 220 naar 380.

Van Heugten (VVD) vraagt of bekend is of het jongeren zonder startkwalificatie zijn.

Jansen zegt dat een behoorlijk aantal werkloze jongeren geen startkwalificatie hebben. De gemeente volgt een en ander nauwkeurig om te kijken wat kan worden gedaan. Het ROC heeft alle leerlingen die de school verlaten in kaart gebracht en werkt daarbij samen met het Werkplein. De scholen stimuleren het doorleren.

Wethouder Smid vindt het zorgelijk dat een grote groep jongeren met startkwalificatie werkloos is.

Schoonheim (CDA) vraagt of zich dit in de volle breedte voordoet of in bepaalde sectoren.

Jansen heeft de indruk dat het in de volle breedte is. De gemeente bekijkt samen met het ROC wat de beste aanpak is, ook gezien de extra instroom.

Okken (Gemeentebelangen) vraagt of het klopt dat jongeren moeilijk stageplaatsen bij bedrijven krijgen.

Wethouder Bargeman zegt dat het niet alleen over stageplaatsen gaat: BBL’ers komen moeilijk aan het werk omdat de werkgever ze te duur vindt. Dat is zorgelijk.
Als aanvulling: bij het RMC staan tweehonderd jongeren extra op de lijst die niet weten wat ze willen; werken of doorleren. Dat komt bovenop de genoemde aantallen werkloze jongeren.

Brouwer (CDA) vraagt of de scholen extra maatregelen treffen voor die jongeren. Tweehonderd is veel. Het is onderdeel van de jeugdwerkloosheid want die jongeren zitten thuis.

Wethouder Smid zegt dat er wel iets wordt gedaan voor die jongeren. Belangrijk is om al die jongeren in beeld te hebben, dat was vroeger wel eens anders.

Jansen gaat verder over de economische situatie. De verkoop van bedrijventerreinen stagneert en nagenoeg overal doen zich stagnerende omzetten voor. Een beperkt aantal ondernemingen valt om, dat valt spreker mee.
Bij de opstelling van de economische structuurvisie is voor de volgende aanpakken gekozen:
•    Triple O, de verdergaande samenwerking van de gemeente met onderwijs en bedrijfsleven. Een resultaat hiervan is de expertgroep arbeidsmarkt van HOC en het onderwijs. Een ander resultaat is de oprichting van het HOP!.
•    Maatwerk bij bedrijfsvestigingen. De gemeente gaat soepeler om met de richtlijnen en gaat soms over tot terugkoop van bedrijfsgronden.
•    De interne taskforce Jeugdwerkloosheid. Er zijn plannen bij het Rijk ingediend, het geld komt snel. Over twee weken worden aanvullende maatregelen bekendgemaakt. Er is nu nog een sluitende, op elke jongere gerichte aanpak, maar dat gaat knellen.
Op een vraag van Huijgen antwoordt Jansen dat de jongeren worden opgevangen bij het Werkplein en het RMC.

Huijgen (PvdA) zegt dat de jongeren dan nog steeds thuis zitten.

Wethouder Smid zegt dat de gemeentelijke acties erop zijn gericht de jongeren een stage- of een leerplek aan te bieden of richting het onderwijs te krijgen. Daar zijn de regionale convenanten en de acties van het kabinet eveneens op gericht. Gedachte daar achter is die jongeren niet twee jaar thuis te laten zitten, dan ontstaat een verloren generatie. Ondernemers, onderwijs en gemeente hebben elkaar hard nodig, maar het is niet gemakkelijk.
Op een vraag van Bruins Slot antwoordt de wethouder dat de wet WIJ voor Hoogeveen een formaliteit is: de inzet om jongeren niet thuis te laten zitten, was er al vanuit Werkt.

Jansen vat samen dat er in Werkt veel inzet is op samenwerking met HOC en het onderwijs gericht op de arbeidsmarkt. Daarnaast functioneert het Werkplein.
Een succesverhaal voor Hoogeveen is het steunen van startende ondernemers.
Concrete resultaten van het programma Werkt:
•    het platform van HOC en de gemeente loopt goed;
•    er is een sluitende aanpak van de re-integratie;
•    Hoogeveen ontving de prijs voor de meest mkb-vriendelijke gemeente in Drenthe;
•    Hoogeveen heeft een adequaat minimabeleid.
Spreker geeft het woord aan de raad met het verzoek op de vraag over de doelen in te gaan.

Huijgen vindt het een overbodige vraag: de doelen zijn goed, hij zou geen betere weten. De doelen gaan over een probleem van alle tijden: niemand mag langs de zijlijn blijven staan en niemand mag zich aan de aanpakken onttrekken. Met iedere jongere die men ‘bij de kladden’  heeft, moet iets worden gedaan. Dit kan het onderwijs toch niet alleen regelen?

Wethouder Bargeman zegt dat de vraag lastig door Jansen vanuit Werkt te beantwoorden is.

De voorzitter merkt op dat deze benadering er wel toe leidt dat gemeente en instellingen ‘eropuit trekken’ om de jongeren beet te pakken.

Huijgen vindt het prima dat men alle jongeren kent en ze allemaal activeert.

De voorzitter vraagt de raad welke accenten hij wil leggen.

Schoonheim (CDA) geeft de complimenten voor de presentatie en de aanpak. Zij is het eens met de aandachtspunten en het leggen van accenten op de jeugdwerkloosheid en de jeugd die bekend is bij het RMC maar niet weet wat ze wil. Dus spreker is het eens met het ‘bij de kladden grijpen’ en het begeleiden naar werk of scholing.

Wethouder Bargeman zegt dat iedereen het daar over eens is. Drenthe heeft vijftig actieplannen voor jeugdwerkloosheid bijna gereed, waaraan het Rijk meebetaalt. Een voorbeeld is een actieplan voor het tekort aan personeel bij callcenters.

Van de Weg (PvdA) vraagt hoe prioriteiten worden gesteld. Hebben jongeren overal voorrang in het beleid? Hoe zit het met de niet-uitkeringsgerechtigden en de groep ouder dan 27?

Wethouder Smid zegt dat via het Werkplein alle werklozen aandacht hebben. Nu worden rijksmiddelen beschikbaar gesteld voor jongeren. De prioriteit ligt bij mensen die werkloos worden en daarom is er geen bijzondere aandacht voor niet-uitkeringsgerechtigden, zoals een jaar geleden wel het geval was. De wethouder verwacht het komende half jaar dat veel inzet nodig is bij de uitvoering van de Wwb. Dat gaat ten koste van iets anders.

Van de Belt (GroenLinks) vraagt of de capaciteit van het RMC wordt vergroot vanwege de toegenomen instroom van jongeren.

Wethouder Bargeman zegt dat dit zeker nodig is en dat eraan wordt gewerkt.
Als aanvulling merkt de wethouder op dat de tellingen bij het RMC momentopnames zijn. Hij gaat ervan uit dat de cijfers er aan het eind van het jaar beter uitzien door de te plegen inzet.

Bouwmeester (PvdA) wijst op het optreden van een domino-effect bijvoorbeeld in gezinnen waar ouders werkloos worden en de schoolgaande kinderen nog moeten kiezen wat zij gaan doen. Hoe krijgt de gemeente dat in beeld?

Wethouder Smid zegt dat hier een taak bij de taskforce Jeugdwerkloosheid ligt: waar zitten knelpunten en waar kunnen extra middelen worden ingezet? Er moeten creatieve manieren worden gevonden want er is geen kant en klare oplossing. Het speelt landelijk.

Warrink (ChristenUnie) is het in grote lijnen eens met de aanpak. Het sluitstuk bij de recessie is de schuldhulpverlening. Spreker vernam dat de vraag toeneemt en wachtlijsten langer worden. Er zou te weinig menskracht zijn. Hoe zit dat?

Wethouder Smid zegt dat bij het GKB het aantal aanvragen stijgt vooral omdat het GKB meer naar buiten treedt. Er wordt extra personeel aangetrokken en noodsituaties worden onmiddellijk geholpen. De wachtlijsten lopen nog niet uit de hand maar als de ontwikkeling doorzet, is het zorgelijk. Dan komt het punt terug in de raad. Het Rijk zet mogelijk extra aan geoormerkte middelen in.

Van Heugten vraagt of het extra rijksgeld voor jongeren ook geoormerkt is.

Wethouder Bargeman antwoordt bevestigend: het moeten extra activiteiten zijn.

Jansen concludeert dat de eerste prioriteit is om via de taskforce alert op de jeugdwerkloosheid in te spelen. De samenwerking binnen Triple O gaat steeds verder. Nu wordt de eerste stap op strategisch niveau gezet, waarbij het onderwijs wordt betrokken.

Op een vraag van Huijgen antwoordt wethouder Bargeman dat alle niveaus nodig zijn. Een voorbeeld op strategisch niveau is meer aandacht voor technisch onderwijs. Overeenstemming op dat niveau maakt de uitwerking op de andere niveaus gemakkelijker.

Huijgen merkt op dat er dan een doel moet zijn.

Wethouder Bargeman antwoordt dat de doelen uit de economische structuurvisie gemakkelijker zijn te bereiken als iedereen op strategisch niveau meedoet.

Jansen vervolgt met uitleg over de aanpak bij meervoudige problematiek, en hoe dit vanuit Werkt, Leert en Zorgt gezamenlijk goed wordt aangepakt. Een voorbeeld is de bijstandsklant, die ook langskomt bij de collega’s van Leert en Zorgt. Mogelijk wordt straks een brug geslagen naar het Centrum voor Jeugd en Gezin.

Wethouder Smid legt uit na een vraag van Schoonheim dat Sociale Zaken en Leert en Zorgt bij een aantal activiteiten samenwerken om zaken in de praktijk op de beste manier aan te pakken. Daar opgedane ervaringen kunnen op andere plekken worden gebruikt.

Jansen gaat in op de regionale samenwerking binnen de Zuidas. Grote invloed heeft het landelijke convenant bedrijventerreinen, wat betekent dat gemeenten gedwongen worden meer te gaan samenwerken. Dat is een goede zaak en is een van de speerpunten voor het komende jaar.

Wethouder Bargeman voegt toe dat het beleid voor bedrijventerreinen verschuift van de gemeente naar de regio. Het onderwerp komt terug in de raad na de ondertekening van het convenant. Het is niet vrijblijvend voor de gemeente.

Berkenbosch (VVD) vindt regionale samenwerking een moeilijk punt en wijst op de positie van Hoogeveen ten opzichte van Emmen, waar de grondprijzen twee tot drie keer zo hoog zijn. Wat wordt binnen de regionale samenwerking de positie van Hoogeveen?

Wethouder Bargeman geeft zijn eigen mening: hij heeft de indruk dat POP 3 juist de industrie in de Zuidas de kans wil geven om de werkgelegenheid te waarborgen. Aan de andere kant worden gemeenten gedwongen effectief met bestaande en nieuwe bedrijventerreinen om te gaan.

Berkenbosch wijst erop dat over een aantal jaren de bevolking en de beroepsbevolking in Hoogeveen afneemt. Riegmeer zal snel uitverkocht zijn en dan heeft Hoogeveen niets meer te bieden wat bedrijfsgronden betreft. De vraag is of POP 3 voldoende mogelijkheid biedt om het areaal uit te breiden. Spreker uit zijn bezorgdheid.

Wethouder Bargeman zegt dat hier nog geen antwoord op te geven is. Het is ook punt van overleg op het moment dat Meppel, Emmen, Coevorden en Hoogeveen moeten samenwerken.

De voorzitter stelt vast dat het punt terugkomt. Het aandachtspunt Zuidas vindt de raad belangrijk. De voorzitter sluit dit agendapunt af en bedankt Jansen voor de presentatie.

Toezegging wethouder Bargeman:
Het regionale beleid voor bedrijventerreinen komt terug in de raad na de ondertekening van het convenant.

3. Presentatie ontwikkelingen Centrum Jeugd en Gezin
Wethouder Bargeman leidt kort in. Er zijn allerlei actuele ontwikkelingen, vooral in Den Haag. Voor jeugdbeleid en jeugdzorg verschijnt de ene na de andere wet. Voor een bepaalde datum moet het Centrum voor Jeugd en Gezin er in alle gemeenten staan. Hoogeveen is verder dan een half jaar geleden.

Hogervorst (adviseur) deelt mee dat iedereen de nota heeft en dat de digitale versie van de presentatie wordt nagestuurd. Het veld van jeugdbeleid en jeugdzorg is erg in beweging. Dat is nodig want er gaat te veel mis. Hoogeveen wil dat beter doen met het CJG; op de eerste sheet staat het geformuleerde doel.
Spreker informeert over de nota, en de nieuwe en de wettelijke ontwikkelingen.
Hoogeveen staat aan het begin van de beleidsontwikkeling en gaat stapje voor stapje verder.
Sheet 2: het basismodel komt uit de wet.
•    Informatie en advies zijn gericht op de ouders.
•    Met de sluitende aanpak wordt de coördinatie van de zorg bedoeld. De slagvaardigheid kan beter. Spreker maakt een inventarisatie van wat de gemeente allemaal aanbiedt op het gebied van opvoeden en opgroeien en zij bekijkt of dit goed gebeurt en of er witte vlekken zijn.
Sheet 3: jeugd in kaart.
•    Veel zorg en coördinatie zijn nodig bij de 5% kinderen met multiproblemen.
Sheet 4: kernvragen uit het voortraject.
•    De twee kernvragen maken duidelijk waar het CJG zich in eerste instantie op moet richten.
Sheet 5: de pedagogische visie.

Van de Weg (PvdA) stelt een vraag over het punt ‘het belang van het kind overstijgt het belang van de organisatie’. Dit is de taak van de organisatie zelf, maar spreker vindt dat de organisatie hiermee advocaat van de duivel speelt.

Hogervorst zegt dat dit klopt en een lastig punt is. De gemeente gaat er alles aan doen, de wet maakt het mogelijk. Belangrijk is hoe organisaties worden aangesproken. Daarnaast moeten ze elkaar gaan aanspreken.

Van de Weg vindt het logisch klinken maar vraagt zich af of het belang van het kind dan is geborgd.

Hogervorst zegt dat dit een essentieel punt is in de sluitende aanpak. Hoe het precies vorm wordt gegeven, is nu nog niet te zeggen.

Berkenbosch (VVD) zegt dat het om veel organisaties gaat en vraagt of er zicht op al die clubs is.

Hogervorst zegt dat het merendeel van de organisaties door de overheid worden betaald. Er is een wet in voorbereiding die gemeenten meer instrumenten biedt. Organisaties pakken nu al zelf verantwoordelijkheid.
Sheet 6: de Hoogeveense aanpak van het CJG.
•    Het terrein is breed en er zijn vele organisaties actief in het veld. Spreker noemt de aansluitingsvraagstukken, bijvoorbeeld met het Veiligheidshuis en de politie.
•    Gemeente wil sterk sturend opereren, ook om de organisaties aan te kunnen spreken.

Van de Weg merkt op dat kinderen geen verhaal kunnen halen via bijvoorbeeld rechtshulp. Hoe kan de veiligheid van kinderen worden geborgd, namelijk dat ze belangrijker zijn dan de organisatie?

Hogervorst vindt dit zeker een punt van aandacht. Het is niet goed te zeggen hoe dit moet omdat Hoogeveen nog aan het begin van de beleidscyclus staat.
Vervolg sheet 6:
•    Het punt ‘de prioriteit ligt bij twee groepen’: De sluitende aanpak geldt echter voor de gehele range. ROC, Drenthe College en Alfa-College zijn benaderd om mee te doen in de structuur van de sluitende aanpak. Door het zwaartepunt daar te leggen, wordt de preventietaak snel ingevuld.
Sheet 7: wat gaan we doen?
•    Informatie- en adviesfunctie: Dit betekent ervoor zorgen dat kinderen snel in het juiste traject komen. Gestart wordt met een laagdrempelig virtueel CJG. De verwachting is dat ouders niet snel naar het CJG zullen komen. Daarom wordt een virtueel CJG opgericht, een nieuwe manier van spreekuur gehouden en vinden themabijeenkomsten buiten het CJG plaats. Een nieuwe taak is de prenatale zorg die van de AWBZ naar de gemeente komt.
Sheet 8: wat gaan we nog meer doen?
•    De sluitende aanpak: De aan te stellen bouwmeester moet samen met het veld werken aan een stevig fundament voor de Hoogeveense sluitende aanpak, de zorgstructuur. Dit gebeurt onder sterke regie van de gemeente met de bouwmeester in dienst van de gemeente.
•    Uitbreiding schoolmaatschappelijk werk: Dit gebeurt samen met de lokale educatieve agenda (lea). Het wordt ingezet op basisscholen en lea wil het ook op so- en sbo-scholen. Volgens spreker gaat dat lukken.

Tuit (PvdA) vraagt of het schoolmaatschappelijk werk op alle basisscholen wordt ingevoerd en om hoeveel tijd het gaat.

Hogervorst antwoordt dat per januari 2010 het op alle basisscholen is ingevoerd. Het tijdsbeslag verschilt per school en wordt berekend vanuit landelijke normen. De stichting Welzijnswerk voert het uit en daar heeft de gemeente uitgebreid mee overlegd. Er wordt wijkgericht gewerkt.
Vervolg sheet 8:
•    Het punt ‘invoering methodiek positief opvoeden’. Dit is afkomstig van Icare, de GGD, bureau Jeugdzorg en het maatschappelijk werk. Spreker licht de methodiek toe. Deze wordt in geheel Drenthe ingevoerd en gefinancierd door de provincie.
•    Er wordt flink geïnvesteerd in het verbeteren van de interdisciplinaire samenwerking, vooral vanwege de nieuwe werkwijze en dus het loslaten van de oude.
Sheet 9: team CJG Hoogeveen in oprichting.
•    Het valt op dat Hoogeveen als enige Drentse gemeente de projectleider zelf in dienst neemt. Over sterke sturing gesproken.
Sheet 10: aanpak en vervolg.
•    Het interactief proces gaat door en ook het onderwijs komt erbij. Ook hier is Hoogeveen weer uniek omdat andere gemeenten met alleen de zorgpartners starten. De scholen moeten straks een zorgadviesteam organiseren, een casuïstiek overleg. De gemeente heeft ook een dergelijk overleg, dus beide moeten samengaan.
•    Al met al is in Hoogeveen sprake van een sterke gemeentelijke regie.

Schoonheim (CDA) vraagt hoe instellingen tegen deze sterke rol van de gemeente aankijken.

Hogervorst zegt dat de instellingen willen dat er iemand is die knopen doorhakt. Dit heeft te maken met het dilemma van de organisatie: het belang van het kind en van de organisatie zelf.

Wethouder Bargeman wijst erop dat daarom voldoende tijd moet worden genomen om iedereen dezelfde richting uit te krijgen.

Schoonheim vraagt hoe de medewerkers er tegen aankijken: zien zij het zitten?

Hogervorst zegt dat het CJG insteekt op het niveau net boven de werkvloer. Maar de interdisciplinaire samenwerking gaat over alle niveaus.
Sheet 11: ontwikkelingen 1, de wijziging van de Wet op de jeugdzorg.
•    De gemeente maakt schriftelijke afspraken met de instanties en de wet biedt de mogelijkheid dat de gemeente nakoming afdwingt. Het is een eerste stap, het had beter gekund.

Brouwer vraagt of er een beter instrument was geweest.

Hogervorst zegt dat het maken van afspraken vaag is. Positief is dat de inspectie een wettelijke rol krijgt. Een ander nieuw instrument is de aanwijzing die de burgemeester kan geven. Op een vraag van Van de Belt zegt spreker dat GGZ en Arcade eronder vallen.

Tuit gaat in op de regierol van de gemeente. Hoe gaat dit als bij kinderen vele instanties hulpverlenend zijn? Spreker merkt op dat de burgemeester een bindende aanwijzing kan geven, en dus niet de projectleider. Spreker vindt het belangrijk dat Hoogeveen de regie strak wil vasthouden, anders dan de andere gemeenten doen.

Hogervorst zegt dat de regierol van de gemeente inderdaad een belangrijk element is.
Sheet 12: ontwikkelingen 2, de commissie-Paas.
•    De commissie wil dat de gemeente naast het jeugdbeleid ook de regie over de jeugdzorg krijgt. Dat is vooral de vrijwillige hulp achter het Bureau Jeugdzorg. Dat deel komt naar de gemeente, inclusief de indicatietaak.
•    Op termijn zou de gemeente ook verantwoordelijk worden voor de inkoop van de jeugdzorg. Dat gaat vrij ver volgens spreker. Zij hoopt dat dit even duurt want een randvoorwaarde is een stevig CJG met een goede sluitende aanpak.

Wethouder Bargeman zegt dat in Drenthe bekeken wordt hoe de lange doorlooptijd kan worden bekort. In verband hiermee wordt een nieuwe indicatie opgesteld en dat duurt lang. Hoogeveen wil meedoen aan een Drentse pilot als de adviezen van bestaande hulpverleners meetellen bij de beslissingen van Bureau Jeugdzorg. Dan wordt de doorlooptijd flink bekort. De bouwmeester heeft een regierol omdat zij bijvoorbeeld kan zeggen dat maximaal één hulpverlener in een gezin wordt toegelaten.
De wethouder noemt de aanpak in Osdorp Amsterdam. Belangstellende raadsleden worden uitgenodigd een keer een bezoek te brengen.

Vos (ChristenUnie) vraagt of Hoogeveen op den duur een eigen piramide krijgt.

Wethouder Bargeman antwoordt bevestigend. De getoonde piramide was ter illustratie.

Berkenbosch vindt dat een goed beeld is gegeven, ook van de wettelijke mogelijkheden. Is een aanstelling voor twee dagdelen tot maart voldoende voor de bouwmeester?

Hogervorst zegt dat de bouwmeester een beperkte taak heeft: het ontwikkelen van de zorgcoördinatie. Dat gebeurt samen met het veld en de bouwmeester kan niet harder lopen dan het veld. In maart/april 2010 komt er een rapportage.

Wethouder Bargeman vindt het belangrijk dat het veranderingstraject goed wordt opgezet.

4. Presentatie implementatie Grondexploitatiewet
Wethouder Bargeman zegt dat als gevolg van de nieuwe wet opnieuw naar de structuurvisie, de woonvisie en de nota Grondbeleid moet worden gekeken. Beide eerste moeten voor 1 januari 2010 ter inzage liggen na behandeling door college en raad.

Helder (beleidsmedewerker) geeft een toelichting op het plan van aanpak Implementatie Grondexploitatiewet. Spreker gaat in op de te maken beleidsproducten en op de rol van de raad daarbij.
De hoofdpunten van de Grondexploitatiewet:
•    Van toelichtende naar uitvoerende planologie betekent dat de gemeente meer stuurt en de regie bij de uitvoering legt.
•    De wet maakt het mogelijk eisen te stellen aan de kwaliteit van de openbare ruimte.
•    Ook wordt het mogelijk bij de opstelling van een bestemmingsplan kosten te verhalen.
•    Er kunnen eisen gesteld worden aan de fasering van de uitvoering van het bestemmingsplan.
•    De gemeente kan sturen op woningdifferentiatie.
Met het exploitatieplan kan de gemeente het verhalen van kosten afdwingen. Voorkeur wordt gegeven aan de private en de minnelijke weg.
De nieuwe Wro verplicht de gemeente een structuurvisie op te stellen inclusief bijbehorende beleidsstukken. Het is verplicht nu ook de financiële haalbaarheid van de plannen aan te tonen.

Van der Eerden (externe adviseur) heeft als projectleider de taak in kaart te brengen wat Hoogeveen nog moet doen om de wet volledig te implementeren. Het doel is een samenhangend geheel van visies, beleidsdocumenten en instrumenten. Voor eind 2009 moet de gemeente voldoen aan alle wettelijke verplichtingen en aan het vastleggen van de mogelijkheden die Hoogeveen wil inzetten.
De volgende werkzaamheden zijn nodig om de implementatie goed te doen:
•    Het opstellen van een actuele structuurvisie. Dit betekent dat de Structuurvisie 2004 tegen het licht wordt gehouden. Aanvullingen zijn nodig: een uitvoeringsprogramma en een onderbouwing hoe de ruimtelijke visie geld en middelen inzet.
•    De actualisatie van de beleidsvisie Wonen. Dit is een van de bouwstenen van de nieuwe structuurvisie en het uitvoeringsprogramma.
•    Andere beleidsvisies zoals de beleidsvisie Groen krijgen een plek in het geheel van visies en structuurvisie.
•    De nota Grondbeleid 2005 wordt geactualiseerd en afgestemd op andere beleidsproducten.
•    Gronduitgifte en grondprijsbeleid: de wet zegt dat de gemeente duidelijkheid moet geven hoe de grond wordt geprijsd en hoe de prijs is opgebouwd. Er is dus een transparante nota Grondbeleid nodig die voor iedereen beschikbaar is.
•    Omdat de gemeente vooraf richtlijnen kan opstellen, zijn handboeken nodig.
•    De instrumenten: de nota Bovenwijkse voorzieningen wordt opgesteld om bijdragen te kunnen vragen van particuliere exploitanten.
•    Het exploitatieplan is een nieuw instrument; het betekent een nieuw intern proces.
Al deze zaken moeten voor eind 2009 zijn afgerond. In verband met de plicht van de gemeente tot digitalisering is het beter de structuurvisie eind dit jaar ter inzage te leggen. Een en ander betekent veel werk voor de raad.

Wethouder Bargeman stelt vanwege de tijdsdruk voor met de raad een middag over de structuurvisie te spreken.

Loof vraagt of het tijdsschema realistisch is en wanneer de raad de structuurvisie krijgt.

Van Eerden zegt dat begin november een goed tijdstip is om de structuurvisie samen met de beleidsvisie Wonen en de nota Grondbeleid te bespreken.

De voorzitter vraagt de mening van de raad.

Vos constateert dat iedereen de noodzaak inziet en stelt voor het presidium de procedure te laten regelen.

Loof verzoekt de stukken die op de veranderingen betrekking hebben tijdig naar de raad te sturen. Berkenbosch sluit zich hierbij aan en wijst op de stukken over het grondbeleid. Dit is een politiek gevoelig onderwerp.

Otten merkt op dat al gestart is met het herzien van het Woonplan in overleg met belanghebbenden. Is dat voor december afgerond? Welk effect heeft de economische crisis?

Wethouder Bargeman zegt dat het meer over de structuur gaat.

Otten vindt het grondbeleid erg van belang voor de economische ontwikkeling.

Van Eerden legt uit dat de structuurvisie voor tien jaar geldt en een ruimtelijk koersdocument is. Daar komt een jaarlijks uitvoeringsprogramma bij waarin actuele zaken worden ondergebracht. De structuurvisie 2004 wordt wat koers betreft niet veranderd. Wel wordt hij aangevuld met de wettelijke verplichtingen en wordt hij tevens geactualiseerd.

Okken (Gemeentebelangen) vraagt naar de relatie met het POP 3.

Van Eerden zegt dat de structuurvisie moet voldoen aan het POP. Er is overleg met de provincie en de contouren van POP 3 zijn duidelijk. Hoogeveen anticipeert erop.
Op een nadere vraag van Otten zegt spreker dat de volgende te maken stappen zowel voor de raad als de bevolking belangrijk zijn.
•    Wat staat in de structuurvisie 2004?
•    Wat moet worden aangepast als gevolg van de actualisering en de nieuwe wetgeving?
•    Hoe ziet vervolgens de nieuwe structuurvisie eruit?

Otten vindt dat aangegeven moet worden dat een interactief proces nu niet nodig is.

De voorzitter stelt vast dat de raad zich kan vinden in de afgesproken route.

5. Rondvraag
Er wordt geen gebruikgemaakt van de rondvraag.

De voorzitter sluit dit blok informeren.