Verslag Informeren 23 april 2009

Verslag Informeren 23 april 2009

Aanwezig: K.J. van der Laan (voorzitter), J. Ballast, R. van de Belt, B. Boersma, L. Bouwmeester, J.W. Braam, S. Brouwer, J. Bruins Slot, H.B. Giethoorn, A.W. Hiemstra, G.E.J. Huijgen, E.R. Klok, H. Loof, B. Okken, J.K. Otten, L. Otten, H. Prigge, W. van Regteren, H. Reinders, H. Siebering, F. Snippe, J.H. Steenbergen, J. Stoefzand, M. Tuit, G. Vos, W. Warrink, H. van de Weg, J. Alting, H. Bouius, F. Nijland, M. Strolenberg en A. van Dooren (commissiegriffier).

Aanwezig namens het college: wethouders A. Poutsma-Jansen, A. Bargeman en K. Smid.

Verder aanwezig bij agendapunt 3: A. de Jong (beleidsmedewerker Beleid en Regie).

Verslag: Z. Jeuring (Notuleerservice Nederland).

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom, speciaal de gasten uit Hoogezand.

1. Bekendmaking voordracht burgemeester
De voorzitter geeft het woord aan de voorzitter van de vertrouwenscommissie, de heer Loof.

Loof (voorzitter vertrouwenscommissie) legt de volgende verklaring af.
“De gemeenteraad van Hoogeveen heeft vanavond een voordracht vastgesteld voor de nieuwe burgemeester van Hoogeveen. De gemeenteraad stelt unaniem voor als zijn eerste kandidaat te benoemen drs. H. Koetje te Vroomshoop.
Helmer Koetje is geboren in Veendam op 18 maart 1953. Hij is getrouwd met Petra van der Kwast en heeft drie kinderen in de basisschoolleeftijd: Kornee en de tweeling Henri en Lise. Hij houdt van wielrennen, fotograferen en muziek. Na het gymnasiumalfa in Stadskanaal studeerde hij politicologie aan de VU in Amsterdam.
Helmer Koetje is sinds 2001 burgemeester van de gemeente Twenterand. Daarvoor was hij vanaf 1994 voorzitter van het Commissariaat voor de Media. In de periode 1996-1999 was hij tevens secretaris van de stadsregio Rotterdam en directeur van de ambtelijke organisatie daarvan. Van 1986 tot 1994 zat hij voor het CDA in de Tweede Kamer. Naast zijn werk als burgemeester is hij onder meer voorzitter van de IKON. Helmer Koetje heeft een kijk op het besturen van een gemeente die erg aansluit bij wat er gebeurt in Hoogeveen. Hij is een duidelijke verbinder met een groot netwerk waar Hoogeveen gebruik van kan maken. Dit sluit goed aan bij de door Hoogeveen gezochte kenmerkende bestuursstijl van netwerker.
Zijn betrokkenheid bij de bevolking en zijn toegankelijkheid staat voor de vertrouwenscommissie buiten kijf. De vertrouwenscommissie vindt dat het met deze kandidaat uitstekend klikt. Alles overziende heeft de vertrouwenscommissie voorgesteld Helmer Koetje als eerste op de voordracht te plaatsen. De raad heeft deze voordracht unaniem overgenomen.
Na vaststelling van de voordracht gaat deze door tussenkomst van de commissaris van de koningin naar de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Vervolgens wordt een Koninklijk Besluit geslagen waarmee de benoeming plaatsvindt. De benoemde wordt daarna in een buitengewone raadsvergadering geïnstalleerd. Daarvoor is de datum van 23 juni 2009 vastgesteld.”

De voorzitter constateert dat geen van de raadsleden het woord vraagt. De vergadering wordt kort geschorst.

2. Spreekrecht
Er heeft zich niemand voor het spreekrecht aangemeld.

3. Integraal accommodatiebeleid
De voorzitter geeft het woord aan wethouder Poutsma.

Wethouder Poutsma zegt dat het een ingewikkelde opgave was synergie te zoeken in de planning van voorzieningen in wijken en dorpen. Voor een korte presentatie geeft de wethouder het woord aan de projectleider Arie de Jong.

De Jong (projectleider) geeft aan dat het integraal accommodatiebeleid op drie programma’s betrekking heeft: Leert, Ontspant en Zorgt.
Drie punten vormden de aanleiding:
• De huidige verkokerde situatie van het accommodatiebeleid.
• Het trachten synergie te vinden tussen de programma’s Leert, Ontspant en Zorgt, vooral wat betreft de stenen.
• Het geven van een antwoord op de huidige knelpunten: eigendom, ondersteuning en beheer van de huidige accommodaties.
De volgende elementen binden de drie programma’s:
• Alle activiteiten in de drie programma’s dragen bij aan de ontwikkelingskansen van burgers. Vaak zijn accommodaties nodig.
• De opgave: vertaal de inhoud naar vorm.
• Dus: de inhoud is leidend geweest.
Het proces is volgens twee sporen verlopen:
• Analyse van de huidige accommodaties.
• Het formuleren van uitgangspunten.
Uit beide sporen is beleid voor realisatie en beheer afgeleid en is een agenda voor integraal accommodatiebeleid opgesteld.
De resultaten van de analyse van de huidige accommodaties:
• De resultaten zijn op 4 september 2008 aan de raad gepresenteerd.
• Het basis- en speciaal onderwijs: voldoende capaciteit en verouderd bestand.
• Wijk-, buurt- en dorpshuizen: voldoende capaciteit, echter diversiteit en ongelijkheid in ondersteuning en een dalend aantal actieve vrijwilligers.
• Peuterspeelzalen: divers gehuisvest, willen graag in multifunctionele accommodaties gevestigd worden.
• Sport: voldoende capaciteit voor basisonderwijs, echter verouderd bestand en beneden gewenst niveau.
Op 2 oktober 2008 sprak de raad over het integraal accommodatiebeleid. De uitkomst was vrij divers en samen met de uitgangspunten van visies en programma’s is de organisatie hiermee aan de slag gegaan. Dit leidde tot de beleidsuitgangspunten voor het integraal accommodatiebeleid. Daarin staat het volgende:
• Versterk de synergie door multifunctionele accommodaties of kies voor een multifunctionele omgeving.
• Stel als eerste prioriteiten op fysieke en functionele noodzaak; onderwijs is hier zwaarwegend.
• Stel prioriteiten op basis van stapeling van problematiek.
Deze drie punten maken het mogelijk een agenda voor integraal accommodatiebeleid te maken:
• Beleid en beheer: wijk-, buurt- en dorpshuizen moeten op gelijke basis worden ondersteund. Dit betekent gelijke ondersteuning bij grootonderhoud en bij dagelijks beheer.
• Peuterspeelzalen: kies voor eenduidige huisvestingsovereenkomsten.
• Bij realisaties van multifunctionele accommodaties: zorg voor professionele beheerconstructies.
• De agenda bevat vier clustergebieden.
• Bij bestaande accommodaties die niet kunnen clusteren wordt gezorgd voor goed onderhoud en staat inhoudelijke samenwerking voorop.
Het financiële aspect: volgens ongewijzigd beleid is jaarlijks 4 miljoen euro beschikbaar, in totaal 44,1 miljoen. De voorlopige raming van de kosten is             48,5 miljoen voor de periode 2010-2020. De bedragen liggen dus redelijk dicht bij elkaar. Het huidige budget is taakstellend.
De vervolgstappen zijn:
• Het opstellen van integrale huisvestingsplannen voor de programma’s Leert, Ontspant en Zorgt.
• Gestart wordt met de voorbereiding van de clustering van de eerste vier gebieden.
• Uitvoering wordt gegeven aan de voorstellen aan het dagelijks beheer.
• Het flankerend vrijwilligersbeleid wordt ontwikkeld.

De voorzitter geeft het woord aan de fracties.

Van Regteren (VVD) stelt de volgende vragen.
– Hoe wordt bij de subsidieverlening rekening gehouden met de gelijke behandeling van wijk-, buurt- en dorpshuizen?
– Hoe vindt de financiering van het grootonderhoud plaats bij gemeentelijke en niet-gemeentelijke gebouwen?
– Wordt rekening gehouden met externe subsidie van bijvoorbeeld de provincie?
– Heeft afstemming plaatsgevonden tussen De Smederijen en de accommodatievoorzieningen?
– Kan achterstallig onderhoud naar voren worden gehaald om zo investeringen te vervroegen? Spreker stelt voor partners voor medefinanciering te zoeken.
– De VVD is voor een flexibele werkwijze om de ontwikkelingskansen te versterken.

Brouwer (CDA) zegt dat al een aantal punten van het CDA zijn verwerkt. Spreker stelt de volgende vragen.
– Het tijdpad loopt van 2010 tot 2020 en spreker vindt dit kort om de clustering in vier gebieden te realiseren. Gaat dat lukken?
– Er zit spanning tussen de prioriteit multifunctionaliteit en het draagvlak bij wijken en buurten of bij onderwijs. Hoe gaat het college hiermee om?
– Met inverdieneffecten is geen rekening gehouden. Welke bestemming krijgt de opbrengst uit bijvoorbeeld grond of gebouwen? Gaat dit naar multifunctionele centra?
– Tot hoever gaat het volgende uitgangspunt: “De aandachtsgebieden hebben hoge prioriteit bij fysieke noodzaak”. Wanneer komen andere gebouwen aan bod?

Stoefzand (Gemeentebelangen) zegt dat al een aantal punten van Gemeentebelangen zijn verwerkt. De vragen over multifunctionaliteit, het tijdpad en de flexibele werkwijze zijn al gesteld. De volgende vragen blijven over.
– Gemeentebelangen ontvangt graag informatie over voortgezet onderwijs en sport. De notitie gaat er nauwelijks op in en spreker wijst op het Bentinckspark en de geplande binnensportaccommodaties. Hoe staat dit in relatie tot het bredere accommodatiebeleid?
– Een knelpunt is de menskracht voor bestuur en vrijwilligerswerk. De kosten van achterstallig onderhoud spelen een belangrijke rol. Wat kan de gemeente hieraan doen?
– Spreker informeert naar de stand van zaken in Stuifzand en Pesse.
– Gemeentebelangen zou het jammer vinden als het bouwen in de woonzorg ten koste gaat van ruimtes in de buurt of van dorpshuizen. Let het college hierop?

Warrink (ChristenUnie) vindt het een goed basisdocument en stelt de volgende vragen.
– Er zijn drie werkgroepen en een stuurgroep. Waar zitten de beslismomenten van de raad?
– Spreker vraagt duidelijkheid over het gebruik van jongerenruimtes en andere ruimtes.
– Op pagina 8 wordt over neutrale huisvesting bij peuterspeelzalen gesproken. Spreker vraagt uitleg over de passage over de brede school en het openbaar en christelijk onderwijs.

Van de Belt (GroenLinks) stelt een vraag naar aanleiding van de presentatie. Spreker verzoekt om uitleg over de opmerking dat activiteiten die de ontwikkelingskansen van burgers bevorderen, met voorrang worden gehuisvest.

Loof (PvdA) vindt de opbouw van de notitie vreemd. Het is namelijk geen inhoudelijke notitie op de inleiding en aanbevelingen na. Het is een opsomming van de huidige stand van zaken en pas bij het antwoord op de inspraakreacties wordt op de inhoud ingegaan. Spreker vindt dat dit beter in de notitie zelf kan. De fractie heeft de volgende vragen.
– Inverdieneffecten: het is jammer dat dit niet wordt doorgerekend. Spreker neemt aan dat nog een taakstelling wordt opgesteld.
– De exploitatielasten naar de gewenste situatie zijn nog niet doorgerekend. Wat is de reden hiervoor?
– Is het nodig dat het Knooppunt als accommodatie wordt vervangen?
– Spreker vraagt uitleg over de situatie bij De Schakel en het gereformeerd buurthuiswerk.
– Spreker vindt het niet handig dat het begrote bedrag voor buurtaccommodaties in de notitie staat vermeld.

Siebering (PvdA) merkt op dat de nota wel over het aantal vierkante meters gaat, maar niet over ruimtes en mogelijkheden. De indeling van gebouwen is van belang om bewoners ernaartoe te trekken. Spreker vraagt uitleg over de opbouw van de vierkante meters.

Wethouder Poutsma gaat in op de inbreng van de fracties.
– De opmerking van Loof over het weinig inhoudelijke karakter van de notitie klopt grotendeels. De notitie gaat over de manier van plannen van de stenen. De opmerking dat de inhoud leidend is, legt de wethouder uit aan de hand van het schema op pagina 28. In de drie werkgroepen wordt de inhoud bepaald. Daarboven staat de stuurgroep Integraal Accommodatiebeleid die naar de versterking van de fysieke verbinding kijkt. Dat gaat over multifunctionaliteit.
– De raad moet straks zijn mening geven over de in hoofdstuk 4 en 5 opgenomen uitgangspunten. De gemeente hanteert een methode om te bepalen waar wordt geclusterd. Daarmee wordt de fysieke noodzaak in kaart gebracht en wordt de agenda gevuld. De vier aan te wijzen gebieden zijn behapbaar voor de organisatie. Het college is van mening dat alle accommodaties in de gemeente via deze samenhangende afweging op tijd aan de beurt komen.
– Het accommodatiebeleid wordt jaarlijks getoetst. Tot nu toe gebeurde dat bij buurtaccommodaties niet.
– De wethouder geeft uitleg over de manier van clusteren. Het gebeurt samen met de wijk, de buurt of het dorp, waarbij gekeken wordt wat inhoudelijk nodig is. Vervolgens worden partners en subsidiebronnen gezocht.
– De afstemming tussen woningbouw en De Smederijen gebeurt bij de clustering.
– Als de werkgroepen zijn ingesteld, kan jaarlijks worden bekeken of achterstallig onderhoud naar voren kan worden gehaald. De werkwijze is flexibel en gebeurt in samenhang. Op basis daarvan wordt de planning gemaakt.
– Het klopt dat er spanning is tussen de prioriteit multifunctionaliteit en draagvlak. Volgens het college is draagvlak een voorwaarde voor de clustering.
– Inverdieneffecten: dit wordt uitgezocht op het moment dat dit aan de orde is.

Brouwer vraagt of die bedragen eventueel bestemd zijn voor multifunctionele accommodaties.

Wethouder Poutsma antwoordt dat de regel is dat het geld naar de algemene middelen gaat.

Wethouder Bargeman geeft het voorbeeld van de nieuwbouw bij de Mozaïekschool. De grond en de oude gebouwen vervallen naar de gemeente. Vanwege de boekwaarde ontstaat bij woningbouw een negatief exploitatieresultaat voor de grond. Het is gunstig voor de school dat dit niet ten laste van de nieuwbouw gaat.

Wethouder Poutsma gaat in op de vraag van het CDA over de aandachtsgebieden die prioriteit hebben. Als er meerdere gebieden zijn waar fysieke noodzaak bestaat om te clusteren, wordt voorrang gegeven aan de aandachtsgebieden.
Het voortgezet onderwijs wordt niet in de notitie behandeld omdat daar sprake is van decentralisatie.

Stoefzand zegt dit te hebben gevraagd omdat gebouwen ook in de avonduren gebruikt kunnen worden.

Wethouder Poutsma gaat in op de vraag van Gemeentebelangen over mogelijke verdringing bij het bouwen voor wonen, welzijn en zorg. Bij het clusteren wordt gestart met basisvoorzieningen. Als er behoefte is aan voorzieningen voor wonen, welzijn en zorg, wordt dit bekeken. De bedoeling is dat wordt bekeken of een ontmoetingsruimte in een zorgcentrum voor de buurt te gebruiken is.
De raad is betrokken via het investeringsplan. De raad kan jaarlijks bijsturen als het integraal accommodatiebeleid wordt herijkt. Verder beslist de raad over concrete kredietvoorstellen.

Warrink vraagt wat de positie van de raad is als er inhoudelijke redenen zijn om investeringen naar voren te halen.

Wethouder Poutsma zegt dat de raad via de programma’s Leert, Ontspant en Zorgt de inhoud bepaalt en kan wijzigen. Daarmee wijzigt het integraal accommodatiebeleid en het college legt dit aan de raad voor.
De zinsnede die Van de Belt citeerde, is afkomstig uit de programma’s. Het gaat erom dat de planning van voorzieningen aansluit bij de talentontwikkeling van mensen.

Van de Belt vraagt een iets concretere uitleg.

De Jong noemt als voorbeeld de onderwijshuisvesting en de nieuwe ontwikkelingen bij sport.

Wethouder Poutsma vervolgt en zegt dat in de programma’s Leert en Zorgt subsidieregels zijn opgenomen voor activiteiten gericht op ouderen, jongeren en kinderen. Ook in Ontspant zijn hierover uitspraken opgenomen.

Wethouder Smid licht dit laatste toe met het voorbeeld BOS-activiteiten voor kinderen en jongeren. Bedoeling is bestaande voorzieningen zoals buurtaccommodaties hiervoor in te zetten. Zo wordt bij het BOS voor dit jaar bekeken of er geschikte activiteiten zijn om in buurtaccommodaties te organiseren.

Wethouder Poutsma zegt dat het college zodanig sturing zal geven dat de activiteiten waaraan de raad voorrang geeft, worden uitgevoerd. Dit gebeurt in het geval in een gemeentelijke accommodatie geen ruimte is voor jongeren.

De Jong geeft uitleg over de vierkante meters. Uitgegaan wordt van 500 m2 per accommodatie. Het bedrag per vierkante meter is afkomstig van het ingenieursbureau. Op een vraag van Loof antwoordt spreker er geen moment bij stil te hebben gestaan dit niet in de nota op te nemen.

Siebering vindt het bij het activeren van mensen essentieel of er binnen het gebouw van 500 m2 tien of twee ruimtes aanwezig zijn. Dat staat niet in de nota.

Wethouder Poutsma zegt dat naar de effectieve ruimte moet worden gekeken. Dit punt moet bij de berekeningen worden uitgezocht.

Wethouder Bargeman antwoordt op de vraag over de doordecentralisatie en het voortgezet onderwijs. Dit geldt niet voor sport. Sport en voortgezet onderwijs krijgen grotendeels een plaats in het Bentinckspark.

De Jong gaat in op de concrete vragen.
– De Schakel: in afwachting van het integraal accommodatiebeleid is de subsidie nog steeds opgenomen in de subsidieparagraaf van de gemeente.
– Personeel van Het Anker: de instelling krijgt nog steeds subsidie voor de bekostiging van personeelskosten.
– Knooppunt: het ouderenwerk, de peuterspeelzaal en de buurtvereniging ervaren knelpunten en kunnen er niet goed functioneren.
– Stuifzand, bewegingsonderwijs onderbouw: volgens de verordening heeft het onderwijs geen recht op een volwaardige sportaccommodatie. Bekeken wordt of het dorpshuis geschikt te maken is. Hetzelfde geldt voor Nieuw Moscou.
– Pesse: de sportaccommodatie voldoet niet en Pesse staat voor 2017 in de planning voor het clusteren.

Otten (CDA) vraagt wat het verschil is tussen een bruikleenovereenkomst voor verenigingen en die voor beheerstichtingen van dorpshuizen. Deze laatste worden bijna als particulier benaderd.

Wethouder Poutsma antwoordt dat een buurtaccommodatie in bruikleen gaat aan de gebruiker die vaak een koepel is van verenigingen in een dorp of een aparte stichting is. Tussen beide bestaat geen verschil.

De voorzitter sluit de behandeling van dit punt. Over drie weken komt het in meningvormen en besluiten.

4. Rondvraag
Van de Weg (PvdA) stelt vragen over de parkeervoorziening voor invaliden bij de nieuwe bibliotheek. Spreker verzoekt twee extra parkeerplaatsen voor invaliden aan te leggen. Mogelijk kan tegelijkertijd de ruimte eromheen en de hoge stoep worden aangepast. Klopt het dat een bushalte vlakbij de ingang is gepland?

Wethouder Bargeman antwoordt dat de gemeente bezig is met de twee extra parkeerplaatsen voor invaliden. Die zullen binnenkort gereed zijn. Wat de bushalte betreft: dit onderwerp is punt van gesprek met het OV-bureau, waarmee op korte termijn wordt gesproken. De raad verneemt de uislag van het gesprek.

Van de Belt heeft gelezen dat de wethouder een gesprek heeft gehad met leden van de SP over voorzieningen in de dorpen. Volgens het krantenartikel zou de wethouder wat de bibliotheek betreft hebben verwezen naar De Smederijen en het voorbeeld van de bibliobus in Fluitenberg. Klopt dit?

Wethouder Bargeman zegt dat bij dit gesprek eveneens de heer Van de Weg aanwezig was. De wethouder zegt zich niet te kunnen vinden in de uitleg van de SP dat alles naar De Smederijen moet.

De voorzitter sluit het blok informeren.