Locatie: MAXX Sports&Events

Aanwezig: J.K. Otten (voorzitter), J. Ballast, R. van de Belt, R. Berkenbosch, J. Bruins Slot, E. Giethoorn, A.W. Hiemstra, E. van Heugten-Steenbergen, G. Huijgen, L. Hummel, K.J. van der Laan, H. Loof, L. Otten, H. Prigge, W. van Regteren, H. Reinders, A. Steenbergen, J. Steenbergen, G. Vos, W. Warrink,  J. Alting, J. Bekkering, D. Schuldink en J.P. Wind (griffier).
Verder aanwezig de ambtenaren: B. Casparij, R. Dijkstra, E. Etman, R. Hendriks en H. ten Kate.
Op de publieke tribune: A. Bokma, J. Everaarts, G. Fidom en C. Slottje.

De invulling van de avond was als volgt aangekondigd:
1. De avond wordt voorgezeten door Jerk Otten. Hij zal met u de begroting puntsgewijs doorlopen aan de hand van de inhoudsopgave (bijgevoegd).

2. Maar eerst zal Boudewijn Casparij een korte toelichting geven op de financiële systematiek.

3. Behalve over de programmabegroting kunnen aan de aanwezige ambtenaren ook vragen worden gesteld over het financieel kader, dat via de bakjes is verspreid, en het vervolgonderzoek kostendekkendheid tarieven, dat vanmorgen per mail is verspreid. Deze stukken hebben immers met de begroting te maken. Het voorstel voor vaststelling van het financieel kader en aanpassing van de financiële verordening zal in beginsel als A-stuk voor de raadsavond van 12 november worden geagendeerd.
4. Van de vragen en antwoorden maakt de griffier een verslag dat begin volgende week wordt verspreid.
Het volgende werd aan de orde gesteld:
Na opening door de voorzitter loopt Boudewijn Casparij aan de hand van het nagezonden erratum bij de begroting na hoe het proces van voorjaarsnota tot begroting was verlopen. Hierbij wordt ook het onderzoek kostendekkendheid leges betrokken. Er is een verandering opgetreden in de ontwikkeling van het Gemeentefonds. Waar bij de voorjaarsnota nog voor 2012-2013 werd gerekend met een groei van 1 tot 1,5% wordt nu uitgegaan van nulgroei. Dit is ook de toon van de septembercirculaire. Onzekerheid is troef. Hij vraagt excuus voor het erratum. Het verschil is naar 2013 positief. De vrijval van investeringen valt mee. De meevaller in de algemene uitkering voor 2010 komt vooral door een incidentele uitkering vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning. De salarisverhoging voor het personeel wordt nu lager geschat. Baggeren wordt nu toegerekend aan de riolering. Bij het leerlingenvervoer wordt een aanbestedingsvoordeel verwacht. Aan het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt Zuidwest-Drenthe (RMC) wordt nu overhead toegerekend. Casparij meldt dat het onderscheid tussen investeringen en onderhoud steeds scherper wordt gemaakt, hetgeen invloed heeft op de ramingen. De bouwleges zijn aanzienlijk verlaagd. Dit ook in verband met de te hoge raming. Voor de leges gemeentewinkel is de opdracht te kijken naar benchmarks ten aanzien van de kostendekkendheid. Bij sport is verhoging een taakstelling. Uit het onderzoek naar de tarieven blijkt hoe dit zit bij de sport. Een benchmark is dit terrein is het vergelijken van appels en peren. Er kan meer gekeken worden naar het maken van onderscheid op basis van kwaliteit. Clubs van buiten Hoogeveen betalen nu al meer. Streven is het zwembad op niveau van de begroting te brengen.

 

Gert Huijgen vraagt of bij tijdiger en vollediger facturen in de sportsector het tijdiger een tijdelijk effect geeft.
Boudewijn Casparij bevestigt dit. De winst zit hem vooral in het vollediger factureren.
Rob Berkenbosch vraagt hoe de velden financieel worden gewaardeerd.
Boudewijn Casparij geeft aan dat investeringen in velden in 10 jaar worden afgeschreven. Hij verwijst naar het financieel kader dat ter vaststelling aan de raad wordt voorgelegd. Hij wijst verder nog naar de tabel op pag. 10 waar de voorgestelde beleidsmatige bijstellingen staan opgesomd.
Er is een taakstellende bezuiniging opgenomen van € 155.000 van de Stichting welzijnswerk. Kern van de taakstelling is dat we SWW uitnodigen om te taken te prioriteren en te bundelen, om hetzelfde uit te voeren voor minder. Achtergrond is mede dat door contractuele afspraken we niet eerder konden bezuinigen op dit onderdeel.

Vervolgens stelt de voorzitter de begroting puntsgewijs aan de orde.

PROGRAMMABEGROTING 2010-2013

Voorwoord 3

Geen vragen.

Leeswijzer 4

Geen vragen.

Begroting in kort bestek 6

Pag, 6. Rob Berkenbosch vraagt (schriftelijk): Combinatiefuncties. Graag uitleg wat hier mee bedoeld wordt.
Eric Etman antwoordt: Zie ook PB pag. 48! De combinatiefuncties zijn dienstverbanden die ontstaan uit de Impuls Brede scholen, sport en cultuur. Een combinatiefunctie is een functie waarbij een werknemer in dienst is bij één werkgever, maar gelijkelijk – of in ieder geval voor een substantieel deel – te werk gesteld wordt in of ten behoeve van tenminste twee werkvelden/sectoren (waaronder onderwijs, sport en/of cultuur).

Pag. 7. Rob Berkenbosch vraagt (schriftelijk): Negatieve stand van de reserve structuurvisie van € 10 miljoen in 2020. Hierin is echter in de periode na 2015 nog in voldoende mate bij te sturen en te temporiseren.
a)      Waarom wordt hier specifiek 2015 genoemd?
b)      Dus 2015 – 2020, in slechts 5 jaar ( dus per jaar € 2 miljoen (€ 10 miljoen / 5 jaar)) nog voldoende ruimte om bijvoorbeeld projecten stil te leggen en/of  de exploitatie jaarlijks extra te belasten met  € 2 miljoen. Hoe ziet het college dit concreet en op welke wijze kan het college het gestelde “bijsturen” en “temporiseren” in de programmabegroting concreet koppelen aan het tekort van € 10 miljoen in 2020?
Baudewijn Casparij antwoordt: 2015 is vooral om een moment te duiden over 6 jaar. In de periode tot 2015 kunnen nog verandering plaatsvinden, die zowel het beeld van de stand van de reserve als de verdere voortgang na 2015. Er staat momenteel in de periode na 2015 vooral het project de wieken fase 3 en 4 en Bentinckspark op de planning. Als er geen nieuwe reservegelden ter beschikking komen zullen deze projecten in de investeringsplanning moeten worden afgeschreven. In de periode na 2015 zullen, vanuit het huidige beeld, op basis van een integrale afweging dan heroverwegingen en prioriteringen binnen de investeringsplanning moeten plaatsvinden om dit mogelijk te maken.
Overigens ontstaat op basis van de huidige prognoses van de projecten er pas in 2017 een tekort in de reserve. We zouden dan ook pas vanaf dan hoeven te activeren en af te schrijven.

Pag. 8:  Gert Vos vraagt (schriftelijk): Graag uitleg over Bijstellen ramingen, post Toerekenen overhead aan RMC. Wat wordt hier bedoeld?
Baudewijn Casparij antwoordt: Voor de uitvoering van RMC en leerplicht ontvangen we rijksbijdragen en bijdragen van omliggende gemeenten (omdat wij ook werkzaamheden uitvoeren voor de omliggende gemeenten).  Vanaf 2009 zijn hierover nieuwe afspraken gemaakt met deze  gemeenten. We kunnen vanaf 2009 niet alleen de directe salariskosten in rekening brengen, maar ook overhead (huisvesting, automatisring etc.).  
           
Pag. 9:  Gert Vos vraagt (schriftelijk): Graag meer achtergrond bij de keuze om alleen de parkeertarieven te verhogen; wat zijn de overwegingen geweest? Is er overleg over geweest?
Baudewijn Casparij antwoordt: De basis ligt in de opdracht bij de voorjaarsnota. De uitwerking zit in de rapportage vervolgonderzoek kostendekkendheid diverse tarieven.
 
Pag. 9: Gert Vos vraagt (schriftelijk):  Wat is er nodig aan onderzoek om de inkomsten sportaccommodaties te verhogen? € 60.000 bij taakstelling sportaccomodaties is dus een stelpost? Waar is deze op gebaseerd?
Baudewijn Casparij antwoordt: Ook hier verwijzen wij naar de rapportage vervolgonderzoek kostendekkendheid diverse tarieven. De  € 60.000 is geen stelpost. Alleen voor de € 20.000 ten aanzien van gymzalen en sporthallen vindt de invulling in het seizoen 2010/2011 plaats.          

Pag. 9: Gert Vos vraagt (schriftelijk): Graag meer achergrond bij de keuze om alleen de parkeertarieven te verhogen: wat zijn de overwegingen geweest? Is er overleg over geweest?
Eric Etman antwoordt: Het is inmiddels twee jaar geleden dat de parkeertarieven zijn verhoogd. Met de a.s. verhoging per 1 januari zitten we in Hoogeveen op hetzelfde niveau als de overige grotere Drentse gemeenten. Dat is ook wat we telkens als beleidslijn hebben aangehouden. Wij hanteren in Hoogeveen marktconforme tarieven die in de pas lopen met de overige Drentse gemeenten. Dit is opgenomen in de mobiliteitsvisie en staat ook vermeld in de conceptparkeernota die binnenkort de inspraak in gaat.

Pag. 9. Rob Berkenbosch vraagt (schriftelijk): Vergunning parkeren tot en met 2012 stapsgewijs verhogen met 25 %. Dit is niet helemaal duidelijk. De begroting spreekt op pagina 6 over een verhoging al vanaf 2010 met € 350.000, – per jaar.
Eric Etman antwoordt: Omdat de andere gemeenten in Drenthe al op het tarief zitten dat wij vanaf 1 januari willen invoeren, kunnen we ervan uitgaan dat zij de tarieven ook de komende jaren verder verhogen. Met onze verhogingen na 2010 blijven we dan waarschijnlijk ook met hen in de pas lopen.
Aanvulling Boudewijn Casparij: De taakstelling was bij de voorjaarsnota opgenomen vanaf 2010. De taakstelling wordt voor 2010 en 2011 niet geheel gerealiseerd. Vanaf 2011 is de taakstelling op het niveau van € 414.000.  (sport € 60.000 en parkeren € 354.000).

Pag. 9. Rob Berkenbosch vraagt (schriftelijk): In hoeverre is voor wat betref t de verhoging parkeervergunningen rekening gehouden met minder validen.
Eric Etman antwoordt: Minder validen die in bezit zijn van een invalidenparkeerkaart betalen niet voor het parkeren. Zij betalen wel eens in de 5 jaar voor de medische keuring en een nieuwe kaart. Dit bedrag wordt hoger maar is omgerekend nog steeds bijzonder laag vergeleken met de kosten die niet-invaliden voor het parkeren moeten maken.
Aanvulling Boudewijn Casparij: De parkeerkaart voor minder validen wordt vooralsnog niet extra verhoogd. Er was een opdracht voor het college om hier een voorstel naar de toekomst over te doen richting raad en een besluit over te nemen. Dit zal uiterlijk bij de volgende VJN zijn. Dit is weggevallen in het de rapportage onderzoek kostendekkendheid.
 
Pag. 9: Anno Wietze Hiemstra vraagt of het verbod van kruissubsidiëring tussen bouw- en gemeentewinkelleges ook later mag ingaan dan per 1 januari 2010.
Boudewijn Casparij zegt toe dat dit wordt uitgezocht. Hij komt tot het volgende: De kruissubsidiering mag niet meer plaatsvinden bij inwerkingtreding van de Wabo. Los daarvan moet de bouwleges nu al lager worden geraamd wegens overraming in het verleden.

Pag. 9. Gert Huijgen vraagt of de wijzigingen in de leges structureel zijn.
Boudewijn Casparij geeft aan dat dit zo is.

Pag. 9. Hendrikus Loof vraagt of de bouwleges ook los van de kruissubsidiëring zou zijn verlaagd.
Boudewijn Casparij geeft aan dat dit zo is.

Pag. 10:  Gert Vos vraagt (schriftelijk): Besparing 1 wethouder minder vanaf 2010, is dit een netto bedrag incl. mogelijke extra wachtgelden? Is het een stelpost of reeds ingevuld?
Baudewijn Casparij antwoordt: Dit is een stelpost exclusief mogelijke extrawachtgelden. De stelpost betreft de salarislasten inclusief werkgeverslasten.
 
Pag. 10. Rob Berkenbosch vraagt (schriftelijk): Hoe kijkt het college aan tegen het terugdringen van de openbare verlichting. Dit met betrekking tot de veiligheid.
Eric Etman antwoordt: Met het terugdringen van openbare verlichting wordt vooral bedoeld het verlagen van het elektriciteitsverbruik. Dat kan op verschillende manieren, onder andere door zuiniger lampen, het later en/of vroeger schakelen, het “om en om” schakelen tijdens nachtelijke uren. Dit kan met alle buitenverlichting maar ook kan er onderscheid worden gemaakt tussen straten of paden afhankelijk van de functie. Het college heeft besloten onderzoek te laten verrichten naar de verschillende mogelijkheden om energie te besparen en heeft voor 2010 een bescheiden bedrag als besparingsmogelijkheid ingecalculeerd. Bij het onderzoek komt, naast de besparing, uiteraard ook de sociale veiligheid aan de orde.

Pag. 10. Gert Vos vraagt (schriftelijk): •Graag meer toelichting over laten vervallen Stadsbomenplan (zie ook p. 125).
Eric Etman antwoordt: Gezien het feit dat er in het verleden zeer veel gekort is op Beheer openbare ruimte (BOR) is binnen Leeft niet gekeken om hierin te schrappen. Het onderhoudsniveau basis is uitgangspunt.
Wel is onderzocht wat de direct beïnvloedbare posten zijn:
Het Stadsbomenplan (€ 76.500, -) is een direct beïnvloedbare post. Betreft uitvoering structuurvisie, impuls aan de stad. Het niet aanplanten van de bomen heeft geen direct gevolg voor de BOR-kwaliteit.  (Vraag is ook of dit niet toegerekend kan worden aan project stadscentrum.) De bomen staan er nu ook niet, dus de allure wordt op dit moment niet minder. Dat is een achterliggende reden waarom voor schrappen van dit plan is gekozen.

Pag. 10: Jan Steenbergen vraagt of de vermelding van het leerlingenvervoer Fluitenberg thuishoort bij het programma Hoogeven leert. Hij meent dat in het verleden anders is afgesproken.
Boudewijn Casparij zegt toe dat dit in het verslag wordt uitgelegd. Die uitleg is de volgende: Deze uitgaven horen onder leert. In de productenbegroting zijn ze opgenomen onder de algemene baten en lasten (functie 480). Destijds heeft een accountant beoordeeld dat dit een bijzondere situatie was
(we hebben dit moeten overnemen van de gemeente Zuidwolde) bij de herindeling. Het is toen toegevoegd aan functie 480.

Pag. 10: Anno Wietze Hiemstra vraagt naar de beleidsmatige uitgangspunten waarover in juistgenoemde passage wordt gesproken. Hij vindt die in het betreffende programma niet terug.
Eric Etman geeft aan dat dit komt omdat hier iets staat dat niet meer of minder wordt gedaan, terwijl in de programma’s juist die zaken staan die wel worden gedaan.

Pag.  10. Gert Vos vraagt (schriftelijk): Graag toelichting op de beleidsmatige uitgangspunten die geleid hebben tot het schrappen van de posten onder Leert.
Eric Etman antwoordt:
 Psychologisch schoolonderzoek: de bestaande werkwijze (kinderen toetsen in de commissie van 10 voordat ze naar het voortgezet onderwijs gaan) is op initiatief van het onderwijs gestopt, vanwege gebrek aan draagvlak bij de scholen. Doordat de commissie van 10 niet langer bestaat, geven we er ook geen subsidie meer aan. Omdat het toetsen van kinderen naast de door de scholen zelf gefinancierde Cito-toets niet tot de beleidsprioriteiten hoort, wordt voorgesteld eventuele nieuwe initiatieven met dit doel niet te honoreren en de in de begroting opgenomen middelen te laten vervallen
 Godsdienst en vormingsonderwijs: de rijksoverheid heeft besloten subsidies voor dit doel beschikbaar te stellen aan de scholen. Hiermee zijn de scholen niet langer afhankelijk van gemeentelijke subsidie en kunnen de in de begroting opgenomen middelen vervallen.
 Leerlingenvervoer OBS Fluitenberg:
Het leerlingenvervoer ‘busje Stuifzand – Fluitenberg’ is een verworven recht voor Fluitenberg. Toen de gemeente Ruinen lang geleden de school in het dorp sloot, is afgesproken dat de gemeente het vervoer naar de school zou betalen. Met de gemeentelijke herindeling heeft Hoogeveen de bestaande afspraak overgenomen.
Door deze maatregel wordt de school in Stuifzand (De zandloper) bevoordeeld ten opzichte van de andere scholen (we betalen alleen het vervoer naar die school), zonder dat daar een goede inhoudelijke onderbouwing voor is. Dit betekent dat wij de scholen en ouders in de gemeente niet gelijk behandelen. Want een vergoeding is niet mogelijk voor andere ouders, die misschien nog wel verder van een school wonen. Inmiddels mag je stellen dat de mensen die in Fluitenberg gaan wonen, weten dat er geen school is in het dorp. Het is dan een bewuste keuze van ouders. Daarom stelt het college voor te stoppen met deze regeling, uiteraard via een afbouw in redelijke termijnen.
In dit voorstel wordt dus een principekwestie voorgelegd ten aanzien van het leerlingenvervoer Fluitenberg: willen we deze ongelijke situatie bewust in stand houden?
Wanneer de raad het voorstel tot bezuinigen aanneemt, gaan we in overleg met het dorp (de ouders) en de school over hoe de regeling af te bouwen.
 Talentontwikkeling ouder en gezinsondersteuning: voorgesteld wordt een deel van het bedrag dat beschikbaar is voor het ondersteunen van gezinnen (veelal activiteiten in het kader van het tegengaan van laaggeletterdheid) te bezuinigen (€ 15.000). Voor dit deel waren nog geen activiteiten ingezet, waardoor er niet gesneden hoeft te worden in bestaande activiteiten.
 VVE: voorgesteld wordt de subsidie voor de schakelklas te verlagen. Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de schakelklas op langere termijn. Ook zal een grotere eigen bijdrage van de scholen zelf gevraagd worden.

Pag.  11: Gert Vos vraagt (schriftelijk): •Onder kopje Dienstverlening: “Dit binnen de huidige beleidskaders van het college”. De raad stelt toch de beleidskaders? Deze zin lijkt ons niet juist.
Eric Etman antwoordt: Moet luiden “dit binnen de huidige gemeentelijke beleidskaders”

Pag. 12: Jan Alting vraagt of de gemeente nu niet kalmer aan moet doen met het investeringsplafond.
Boudewijn Casparij geeft aan dat dit een politieke vraag is die ook al bij de voorjaarsnota aan de orde is gekomen. Als je zou temperen ligt het eraan wat je tempert of dat en welke gevolgen dat heeft voor de exploitatie.

Pag. 14: Henk Reinders wijst op wat bij de voorjaarsnota is gezegd over de rendo-reserve.
Boudewijn Casparij bevestigt dat de pot eind 2013 overgaat naar de reserve structuurvisie. Vanaf 2014 zijn er dus extra lasten.

Pag. 15. Rob Berkenbosch vraagt (schriftelijk): Een convenant met de provincie waarin onze doelstellingen van projecten met de doelstellingen van de provincie zouden worden gematcht en die ook zouden moeten leiden tot meerjarige subsidieafspraken, heeft nog niet tot concrete afspraken geleid. Hoe moeten we dat zien. Ziet het college dit een beetje hoopvol in. Zeker ook gezien de grote tekorten bij de provincie.
Eric Etman antwoordt: Het college is niet hoopvol als het gaat om extra gelden bovenop de reguliere subsidiemogelijkheden. De Hoofdstraat Zuid is natuurlijk wel zeker, maar extra verwachtingen moeten er niet zijn.

Pag. 15: Henk Reinders vraagt of de antwoorden op de vragen die zijn gesteld bij de GemRap snel komen. Dit in verband met opmerking over de velden van nevel.
Boudewijn Casparij zegt toe dat deze antwoorden zo spoedig mogelijk komen.

Pag. 16: Anno Wietze Hiemstra vraagt of het naar 2014 schuiven van de fietsbrug Langedijk gevolgen heeft voor de toegezegde subsidies.
Boudewijn Casparij denkt dat het in overleg met de provincie is gebeurd, maar kijkt het na. Dit levert het volgende op:
De subsidie voor de fietsbrug Langedijk is geld dat eenmalig beschikbaar is gesteld om gemeenten te stimuleren bereikbaarheidsmaatregelen te nemen voor alle vormen van vervoer. De voorwaarde onder deze gelden is dat met provinciale staten de afspraak is gemaakt dat op 1 januari 2011 de investering wordt geëvalueerd. Dat houdt in dat alle projecten op dat moment moeten zijn uitgevoerd en afgerekend.
Aan deze eis konden wij niet voldoen nu we de bouw van de fietsbrug hebben uitgesteld. Wij hebben daarom met de provincie afgesproken dit eenmalige geld in te zetten voor andere fietsprojecten. Deze projecten zijn de fietspaden langs de Coevorderstraatweg (tussen Noordscheschut en Geesbrug) en het Zwartschaap (tussen Stuifzand en Zwartschaap) geworden.
Tegen de tijd dat wij de fietsbrug willen aanleggen zullen we opnieuw subsidie moeten aanvragen. Het gaat dan om BDU-subsidie.

 

Kerngegevens 17

Geen vragen.

Organisatiestructuur 19

Geen vragen

PROGRAMMA’S

Fysieke pijler 21

Hoogeveen ontwikkelt 22

Pag. 24:  Gert Huijgen vraagt wat wordt bedoeld met de term beleidsinitiatieven.
Eric Etman geeft aan dat het dan gaat om beleid dat nog moet worden ontwikkeld of nog in uitvoering genomen.

Pag. 25: Hennita Schoonheim vraagt (schriftelijk) wat de pilot collectief opdrachtgeverschap inhoudt.
Boudewijn Casparij antwoordt:
Collectief particulier opdrachtgeverschap staat gelijk aan “samen bouwen aan een buurt”.In feite is CPO het zelfde als particulier opdrachtgeverschap, alleen dan met meerdere particulieren (het collectief). Het begrip CPO houdt in: Een groep particulieren verenigt zich in een rechtspersoon zonder winstoogmerk en verwerft grond in eigendom waarop zij zelf woningen ontwikkelt voor eigen gebruik.
Vanuit de rijksoverheid is er stimuleringsgeld beschikbaar. Dat wordt verdeeld vanuit de provincie. Deze subsidiebedragen vanuit de provincie compenseren niet alle te maken kosten. Als gemeente vinden we het belangrijk om deze ontwikkeling ook in Hoogeveen van de grond te trekken en gaan we dit dus financieel ondersteunen. Er zijn voorbereidingen gaande om een pilot in Hollandscheveld op te zetten, war het om acht starterwoningen gaat. De subsidie is bedoeld voor het inzetten van een externe ondersteuner voor de kopersgroep, vanaf start verenigen in rechtspersoon tot selectie aannemer en realisatie woningen.

Hoogeveen bereikbaar 27

Pag. 29 : Gert Vos vraagt (schriftelijk): Risico’s: waarom gaat u niet in op de effecten van nieuwe en schone vormen van autorijden zoals elektrische auto’s? De formulering zo die er nu staat lijkt ons niet geheel actueel.
Het schoon maken van uitlaatgassen heeft in de afgelopen tientallen jaren voortdurend tot technische verbeteringen geleid van de bestaande motortechnieken. Sinds enkele jaren is daar de hybride techniek bijgekomen die weliswaar leidt tot een laag brandstofgebruik, maar deze techniek heeft nog steeds brandstof in de vorm van benzine of diesel nodig. Op dit moment krijgt de elektrische aandrijving alle aandacht. Het lijkt erop dat Nederland de rol van “gidsland” wil gaan vervullen om deze techniek, die feitelijk nog in de kinderschoenen staat, verder te ontwikkelen. De netwerkbedrijven hebben plannen om een netwerk met duizenden laadpunten te bouwen in de komende jaren, de autofabrikanten ontwikkelen op dit moment betaalbare elektrische voertuigen en de bouwers van accu’s beseffen dat deze apparaten kleiner, lichter en degelijker moeten worden. Het lijkt erop dat het opladen op twee manieren gaat gebeuren. Voor de korte afstanden kan men dit thuis of op een parkeerterrein doen en voor de langere afstanden komen er punten waar accu’s kunnen worden gewisseld (ingeruild). Het snel opladen werkt nadelig uit op de levensduur van de accu’s en lijkt daarom geen goede oplossing.
Eric Etman antwoordt: Het mag duidelijk zijn dat er op het gebied van elektrische voertuigen een geweldige ontwikkeling op gang is gekomen. Er is echter nog veel onduidelijkheid over de techniek, de kosten en de snelheid en omvang waarin het bestaande wagenpark wordt vervangen. Niet dagelijks maar toch zeker wekelijks komen er berichten binnen over nieuwe ontwikkelingen. Als gemeente kunnen we daar nog niet op inspelen. Overigens is het maar de vraag of de ontwikkelingen veel invloed zullen hebben op de bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Uiteraard geldt dit wel voor de leefbaarheid.

Pag.  29: Gert Vos vraagt (schriftelijk): •De doelstelling met betrekking tot spoorwegvervoer is nog minder dan wat we nu hebben. Waarom staat hier niet het streven naar Intercitystatus? Bij de memo over aanleg van nieuwe P+R terrein maakt u daar wel nadrukkelijk melding van
Eric Etman antwoordt: U heeft gelijk. De tekst is dezelfde gebleven als een jaar geleden en dat is niet terecht. We hebben ons als gemeente nadrukkelijk ingezet voor de intercitystatus en moeten dat ook uitdragen. In de definitieve versie passen we de tekst als volgt aan.
Beoogd doel: De treinen stoppen in Hoogeveen in een regelmatig halfuurspatroon en alle intercitytreinen stoppen in Hoogeveen.
Beleidsinitiatieven: Lobby college van B&W met betrekking tot de dienstregeling.

Hoogeveen leeft 32

Pag. 33-34: Anno Wietze Hiemstra vraagt waarom de milieuvisie niet bij de beleidsinitiatieven staat.
Eric Etman geeft aan dat de milieuvisie staat genoemd bij de beleidsdocumenten op pag. 32. Bij de genoemde beleidsinitiatieven is gekozen voor een paar grote zaken die komend jaar aan de orde zijn.
Sjoukje Brouwer stelt dat de benadering op dit punt per programma verschilt.
Eric Etman geeft toe dat elk programma op dit punt zijn eigen stempel drukt. Hij neemt dit mee als verbeterpunt voor de volgende begroting.

Economische pijler 37

Hoogeveen werkt 38

Pag.  38: Gert Vos vraagt (schriftelijk): •de Acquisitienota dateert nog van 2003, de vorige raadsperiode, is die nog actueel?
Eric Etman antwoordt: De acquisitienota is enigszins ingehaald door de vaststelling van de economische structuurvisie waarin de focus veel meer is komen te liggen op investeren in het bestaande bedrijfsleven. Dit impliceert dat we onze inspanningen die we doen op basis van de acquisitienota langzaam verminderen. Zo hebben we in deze begroting geen budget meer uitgetrokken voor aanwezigheid op de Provada (professionele vastgoeddagen).

Pag. 39 : Gert Vos vraagt (schriftelijk): zijn er ook al berekeningen gemaakt voor Hoogeveen als de AOW leeftijd naar 67 gaat?
Eric Etman antwoordt: Nee, ten tijde van het opmaken van de begroting was nog niets bekend over een eventuele ingangsdatum. Op dit moment is de landelijke discussie nog volop gaande.

Pag.  40: Gert Vos vraagt (schriftelijk): •Maatschappelijke participatie, wordt hierbij, naast minimabeleid, ook gedacht aan het inzetten van deze groep als vrijwilliger?
Eric Etman antwoordt: Jazeker: daar waar de afstand tot de arbeidsmarkt groot is gebruiken we onder andere vrijwilligerswerk als manier om de maatschappelijke participatie zoveel mogelijk te borgen.

Sociale pijler 41

Hoogeveen zorgt 42

Pag. 42: Henk Reinders vraagt of de gevolgen van de aanbesteding van de huishoudelijke hulp al in de begroting zijn verwerkt.
Boudewijn Casparij geeft aan dat dit niet zo is omdat de aanbesteding nog loopt. Het hier bedoelde risico is meegenomen is de Nota reserves wordt tijdelijk afgedekt met de reserve Wmo.

Pag. 42. Rob Berkenbosch vraagt (schriftelijk): Nieuwe aanbesteding huishoudelijke hulp. Hoe komt U aan het percentage 25 tot 20 %.
Eric Etman antwoordt: Op dit moment liggen de tarieven voor HV1 en HV2 op respectievelijk € 15.00 en € 21.00 (gemiddeld). Bij de nu lopende aanbesteding liggen de maximum tarieven op respectievelijk € 21.00 en € 23.50 ( HV1 en HV2). Voor HV1 betekent dat een kostenstijging van ruim 40% (vooral hier werden goedkope alfahulpen ingezet) en voor HV2 bijna 12 %. Bij elkaar opgeteld komen we dan uit tussen de 25 en 30%. Overigens loopt de aanbesteding op dit moment. Het is mogelijk dat er lagere tarieven aangeboden worden, dan zal dus de kostenstijging lager uitvallen.

Pag. 43 en volgende: Gert Vos vraagt (schriftelijk):
Getracht wordt de meeste doelen SMART te formuleren, maar ik mis vaak of de 0-meting of jaar van realisatie (of is jaar van realisatie 2010?). Kan dit nog aangevuld worden?
Eric Etman antwoordt: Uitgangspunt is dat 2011 het jaar van realisatie is.

Pag. 43: Hennita Schoonheim vraagt (schriftelijk): Wordt de matelzorgondersteuning helemaal opgeheven? Zo nee, hoe gaat de bezuiniging er uit zien? Wat voor gevolgen heeft dit voor wie? Is dit afgestemd met het contactpunt mantelzorg?
Boudewijn Casparij antwoordt:
Het gaat om een bezuinging van € 10.000,= op ‘vrijwillige thuis- en mantelzorg’. Op dit moment wordt gewerkt aan een Nota mantelzorgondersteuning en vrijwillige thuishulp. Deze nota is gebaseerd op een analyse van het dienstenaanbod afgezet tegen de wensen van mantelzorgers en zorgvragers. Hieruit blijkt dat er veel aanbieders zijn. Het totale aanbod aan diensten is onvoldoende herkenbaar en sterk verbrokkeld. Het gevolg is dat enerzijds aan sommige behoeften van mantelzorgers en zorgvragers niet wordt tegemoet gekomen, terwijl anderzijds veel dubbel werk wordt verricht (coördinatie, pr, werving van vrijwilligers etc.). De verwachting is, dat door heldere doelen te stellen en gerichter te subsidiëren zowel de hiaten in het aanbod kunnen worden gedicht als een (efficiëncy)bezuiniging kan worden gerealiseerd van €10.000,=.
 
Mantelzorgondersteuning wordt dus niet opgeheven. De beschikbare middelen worden gerichter ingezet. De Wmo-raad en het Contactpunt mantelzorg zijn het eens met de conclusies van de evaluatie. Op dit moment wordt onderzocht hoe de middelen gerichter kunnen worden ingezet, waarbij nauw overleg plaatsvindt met de Wmo-raad (inclusief het Contactpunt mantelzorg).
 
Pag. 45: Ellen van Heugten vraagt waardoor het grote verschil bij lasten en baten van het programma Zorgt wordt veroorzaakt.
Boudewijn Casparij verwijst naar pag. 127 bovenaan. Vanaf 2010 zijn de budgetten voor jeugdgezondheidszorg en kinderopvang overgeheveld naar het programma Hoogeveen leert.

Hoogeveen ontspant 46

Pag.  49: Gert Vos vraagt (schriftelijk): Bij de voorjaarsnota is al opgemerkt, dat de doelstelling kunst- en cultuuraanbod: aantal deelnemers enzovoorts niet gemeten wordt en er geen gegevens hierover beschikbaar zijn. Dus deze doelstelling kan vervallen, maar staat hier weer opgenomen.
Eric Etman antwoordt: Foutje, had er uit gemoeten.

Hoogeveen leert 51

Pag. 54: Henk Reinders vraagt of de inzet van een flexibele jongerenwerker het resultaat is van de hierover gemaakte afspraken.
Boudewijn Casparij meent dat het uit de bestaande formatie komt, maar komt hierop in het verslag terug. Dat doet hij als volgt:
De inzet van de flexibele jongerenwerker is inderdaad bedoeld voor de bestrijding van overlast door jongeren in De Weide. Hierop is door de SWW, de politie en anderen repressief beleid op gevoerd.
 
Pag. 55. Rob Berkenbosch vraagt (schriftelijk): Treffen van voorzieningen om het binnenklimaat van scholen weer fris te maken. Hoe moeten wij deze opmerking zien?
Eric Etman antwoordt: Uit metingen van de GGD Drenthe is gebleken, dat voor nagenoeg alle scholen maatregelen nodig zijn om het binnenmilieu op een verantwoord peil te krijgen. Inmiddels is een onderzoek afgerond voor 6 pilotscholen waar in 2010 als eerste maatregelen genomen worden. Aan de hand van verder onderzoek en de opgedane ervaringen bij de pilotscholen zullen daarna ook maatregelen bij andere scholen volgen. Het gaat bijvoorbeeld om het aanpassen van de ventilatievoorzieningen.

Veiligheidspijler 57

Hoogeveen veilig 58

Pag. 58 : Gert Vos vraagt (schriftelijk): Beleidsplan lokale brandweerzorg en Notitie Risicobeheer zijn beide uit 2002. Zijn die nog actueel?
Eric Etman antwoordt: Beleidsplan is nog steeds actueel. In de samenwerkingsovereenkomst Brandweer Zuidwest-Drenthe, Bouwplan staan de concrete doelen die de Brandweer Hoogeveen als onderdeel van de samenwerking de komende jaren wil gaan realiseren.
Dus eigenlijk zijn nieuwe beleidsinitiatieven opgenomen in stukken rond de samenwerking Brandweer Zuidest-Drenthe en is daarmee een logisch vervolg op het beleidsplan in 2002 tot stand gekomen.

Pag. 58 : Anno Wietze Hiemstra vraagt: Waar blijft de kadernota handhaving die genoemd wordt in het programma. Deze wordt al heel lang aangekondigd.
Eric Etman zoekt het uit. Zijn antwoord is: Kadernota handhaving en handhavingarrangementen: Dit jaar wordt de kadernota nog aan het college en de gemeenteraad aangeboden.

Pag.  59: Gert Vos vraagt (schriftelijk): een actuele ontwikkeling is Burgernet, maar we vinden daar niets over. Worden er door het college ontwikkelingen in Hoogeveen voorzien in deze begrotingsperiode?
Eric Etman antwoordt: De ontwikkelingen rond Burgernet worden nauwgezet gevolgd. Op vele manieren wordt binnen het programma samengewerkt met burgers in het programma om de doelstellingen te kunnen halen. Voorbeelden zijn onder andere smederijen, convenanten rond jongeren ontmoetingsplekken, weerbaarheidstrainingen op scholen.

Pag. 59: Bij het doel ‘Overlast jongeren’ staan ook beleidsinitiatieven die niet op jongeren betrekking hebben zoals ‘buurtbemiddeling’; klopt dat wel? Ontbreekt er soms een doel?
Eric Etman antwoordt: Dit beleidsinitiatief staat inderdaad onder een verkeerd doel. Er ontbreekt geen doel maar dit beleidsinitiatief hoort onder het doel meer onderling begrip jeugd en omgeving.

Pag. 60: Gert Huijgen vraagt wat onder beleidsinitiatieven bij brandmelders de genoemde communicatiemiddelen inhouden.
Eric Etman geeft aan dat hier wordt bedoeld het communiceren over brandmelders.
Gert Huijgen vraagt verder of sommige hier genoemde beleidsinitiatieven niet al zijn uitgevoerd?
Eric Etman geeft aan dat de uitvoering inderdaad soms al gaande is.

Pag. 61: Gert Huijgen wijst op de doelstelling minder en beter. Hij mist bij professionalisering een omschrijving. Bij de voorjaarsnota stond die er nog, maar die is na kritiek vanuit de raad geschrapt.
De beschrijving bij professionalisering toezicht bouwen en wonen ergert hem. Hij vraagt zich af of het project handhaving recreatiewoningen nog wel nodig is nu de situatie volgens een brief van het college is veranderd.
Eric Etman zoekt dit laatste uit. De andere punten ziet hij als verbeterpunt. Het resultaat van de uitzoekactie is: Inderdaad is hiervoor capaciteit vrijgemaakt voor een periode van drie jaar. De medewerkster die hiervoor was vrijgemaakt is inmiddels vertrokken naar een andere organisatie. Er zijn inderdaad nog wat onduidelijkheden betreffende handhaving over dit onderwerp. Voordat deze onduidelijkheden zijn weggenomen (onder andere de mogelijkheden tot handhaving) wordt de vacature op dit onderwerp nog niet ingevuld.
 
Fundament 63

Hoogeveen bestuurt 64

Pag. 66: Hennita Schoonheim vraagt (schriftelijk) om hoeveel geld en hoeveel inzet in fte het gaat bij Spirit of Democracy.
Boudewijn Casparij antwoordt: In de voorjaarsnota is opgenomen dat Spirit of Democracy alleen kan worden uitgevoerd, mits budgettair neutraal. Er is nu nog niet bekend om hoeveel geld het gaat. Dat is bekend als de subsidieaanvraag wordt ingediend. Er is momenteel een medewerker enkele uren per week mee bezig.

Dienstverlening 68

Pag. 70: Gert Huijgen vraagt of de constatering dat er meer middelen nodig zijn voor de dienstverlening niet tot toekenning van die middelen zou moeten leiden?
Boudewijn Casparij geeft aan dat de kapitaallasten voor de ICT zijn opgenomen, maar dat de bijbehorende exploitatielasten die daaruit voortvloeien nog niet altijd zijn verwerkt. Dat wordt bij de volgende voorjaarsnota helder gemaakt (zie dilemma op pag. 121). Hij wijst er op dat er bij het ICT-plan een plafond is ingesteld.
Anno Wietze Hiemstra had het passender gevonden als er in plaats van risico’s voor het enthousiasme op de werkvloer had gestaan risico’s voor de dienstverlening aan de burger.

Wijk- en dorpsgericht werken 73

Pag. 75: Anno Wietze Hiemstra vraagt waarom in een begroting voor 2010 staat dat er in 2009 gaat wordt besloten hoeveel smederijen er in 2010 en 2011 bij komen. Er wordt aangegeven dat er een vierde gebiedsregisseur aangesteld kan worden uit de bestaande budgetten. Hieruit kan dus geconcludeerd worden dat al bekend is hoeveel en welke nieuw smederijen gestart worden in 2010. Hij wil hierover graag informatie.
Eric Etman vraagt dit na. Het antwoord is dat aan het eind van het jaar meer inzichtelijk is hoeveel en welke extra gebieden er qua capaciteit en geld zijn te realiseren.
Meer in detail is het beeld als volgt:
– We zijn begonnen in 2007 met het idee dat we 35 Smederijen zouden vormen.
– Vorig jaar hebben Kattouw en Schutlanden West gevraagd om samen 1 smederij te mogen vormen, dus toen zaten we op 34 Smederijen
– Dit jaar hebben we de paar huizen van Nijstad deels toegevoegd aan Erflanden en deels aan Trasselt, zo verviel Nijstad en zaten we op 33 Smederijen.
– Van die 33 Smederijen hebben we er in 2007 10 aangesloten, en in 2008, 8. In 2009 sloten we geen gebieden aan.
– Resteren nu nog 15 gebieden die aangesloten moeten worden.
– Van die 15 is van 9 in ieder geval gezegd dat er geen directe noodzaak tot aansluiten is.
– Resteren er nog 6 waar de discussie nu over gaat: problematiek, urgentie, inzet personeel e.d. worden allemaal afgewogen op dit moment, of het er zes kunnen worden is de vraag. (maar daar gaat het ook niet om, ik bedoel het precieze aantal. We proberen de gebieden waar de noodzaak/sociale problematiek aanwezig is, in ieder geval aan te sluiten).
– We zijn binnen de Smederijen (afstemmingsteam heeft al advies gegeven, stuurgroep is in principe akkoord gegaan met de voorgestelde gebieden en met vervolgonderzoek wat inzet mensen diverse organisaties betreft etc. etc.) dus heel druk mee doende om te bepalen welke gebieden aangesloten worden in 2010, dus inderdaad: er worden gebieden aangesloten in 2010, we zijn al heel ver met het voorstel maar omdat het nog niet helemaal zeker is welke het precies worden, maak ik de namen van de gebieden liever nu nog niet bekend. Je begrijpt dat met zes organisaties afstemming gezocht moet worden wat de inzet van mensen daarvoor betreft (want alleen met het aanstellen van een vierde regisseur ben je er natuurlijk niet). We komen er uit, dat is zeker.

OVERZICHT ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN 78

PARAGRAFEN

Lokale heffingen 80

Pag. 80: Anno Wietze Hiemstra merkt op dat de laatste zin onder het kopje leges uit de voorjaarsnota komt. Die zou hier moeten vervallen. Dat geldt ook voor de laatste zin onder tarieven.
Eric Etman zegt dat dit klopt.
Boudewijn Casparij geeft aan dat hier de opdracht uit de voorjaarsnota is overgenomen. Dit om inzichtelijk te maken wat naar de begroting toe de opdracht was. Dit had tekstueel beter kunnen worden geformuleerd.

Pag. 81: Gert Vos vraagt (schriftelijk): We willen een onderbouwing zien van het verschil in tarief voor de variabele kosten begraafrecht en bijzetting. En een onderbouwing van verschil in tarief voor de instandhoudingkosten grafrecht en recht urnenkelder.
Eric Etman antwoordt: De variabele kosten zijn gerelateerd aan de daadwerkelijk te maken kosten ofwel de feitelijke kosten. Hierbij moet gedacht worden aan de werkzaamheden m.b.t. de uitgifte van het graf (beheer en administratie), het delven en dichten van een graf, opstellen grafakte, verlening vergunning gedenkteken etc. . Die kosten vallen voor het begraven hoger uit dan voor het bijzetten. Daarbij moet opgemerkt moet worden dat voor het cremeren ook andere, niet gemeentelijke kosten, zijn verbonden, namelijk de kosten van het cremeren op zich. De werkelijke kosten van cremeren vallen dus hoger uit.
Voor wat betreft de instandinghoudingskosten geldt hetzelfde uitgangspunt. Begraven brengt meer kosten met zich mee, ondermeer omdat graven een groter beslag op grond leggen, dan de aanleg en onderhoud van een urnenkelder.

Pag. 82: Gert Huijgen vraagt of bij de tarieven voor begraven ook is gekeken naar mogelijke besparingen.
Boudewijn Casparij gaat ervan uit dat er wel is gekeken, maar er geen besparingsmogelijkheden zijn gevonden. Hij zet die vraag uit en komt er via het verslag op terug. Het resultaat hiervan is:
De kwaliteit van het onderhoud van de begraafplaatsen is gebaat bij een zekere mate van continuïteit. In dat verband lijkt het geen aanbeveling te verdienen het onderhoud aan vrijwilligers over te laten. Eventueel kan worden gedacht aan het uitbesteden van onderhoudswerkzaamheden aan een privaat bedrijf. Gezien de voordelen die het in eigen beheer uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden biedt is het gewenst om hierin geen verandering te brengen.
Als voordelen voor het in eigen beheer uit te voeren onderhoud kunnen ondermeer worden genoemd:
–              plaatselijke bekendheid;
–              grote betrokkenheid bij het werk;
–              snelle en rechtstreekse aansturing op personeel;
–              continuïteit zelfde persoon.
 Wat betreft een eventuele verzelfstandiging of privatisering blijkt in de praktijk dat marktpartijen niet snel geneigd zijn begraafplaatsen commercieel te exploiteren.

Anno Wietze Hiemstra vraagt daarbij ook te kijken naar hoe je iets aanlegt in plaats van alleen naar besparingsmogelijkheden in de toekomst te kijken.
Boudewijn Casparij stelt dat het handig kan zijn om bij de aanleg geld te besparen, maar dat de effecten vanwege de lange afschrijvingstermijn voor de exploitatie niet zo groot zijn.
Anno Wietze Hiemstra vraagt verder hoe het staat met de uitwerking van het begraafplaatsenbeleid.
De griffier meldt dat de griffie het collegevoorstel voor de nieuwe begraafplaatsenverordening inmiddels heeft ontvangen. Aan het presidium wordt voorgesteld dit na de begrotingsbehandeling te agenderen. Om het mogelijk te maken dat de fracties het voorstel indien gewenst betrekken bij de begrotingsbehandeling, is het al gestuurd aan de fractievoorzitters. De raad kan eventueel op dit punt bij de vaststelling van de begroting een voorbehoud maken.

Weerstandsvermogen 85

Pag. 85: Anno Wietze Hiemstra vraagt of het klopt dat het vrij beschikbare bedrag 2,5 miljoen euro is.
Boudewijn Casparij bevestigt dit.

Onderhoud kapitaalgoederen 87

Pag. 90: Gert Huijgen vraagt of het klopt dat het Integraal huisvestingsplan wijk-, buurt- en dorpshuizen jaarlijks wordt herzien.
Boudewijn Casparij bevestigt dit.

Financiering 91

Geen vragen.

Bedrijfsvoering 94

Pag. 97: Gert Huijgen vraagt wat wordt bedoeld met een marktplaats voor aanbieders ten behoeve van de externe flexibiliteit.
Boudewijn Casparij geeft aan dat dit lijkt op marktplaats.nl en een soort gereedschap vormt om grip te houden op de inhuur van derden.

Verbonden partijen 101

Geen vragen.

Grondbeleid 107

Geen vragen.

Projecten 110

Pag. 110 e.v.: Anno Wietze Hiemstra zou hier graag een vergelijking zien met de oorspronkelijke planning en het oorspronkelijk financieel kader. Hij vraagt of dat kan.
Boudewijn Casparij zoekt uit of en hoe dit kan. Hij geeft aan dat dit kan en zal hier met de projectcontroller een actie opzetten. Dit lukt echter niet op (hele) korte termijn.
Gert Vos vindt dat hiervoor plaats is bij de jaarrekening.
Boudewijn Casparij bevestigd dit en wijst op de systematiek die wordt gevolgd bij de grondexploitaties. Als we aan het verzoek van Anno Wietze hebben voldaan, kunnen vervolgens met de cyclus de jaarlijkse verschuivingen worden gerapporteerd. Doordat we hier nu op dit moment mee zijn gestart kan een analyse worden gemaakt naar het oorspronkelijke plan.

FINANCIËLE BEGROTING

Overzicht van Baten en Lasten 119

Pag. 120: Gert Huijgen vraagt hoe de zinnen in het uitgangspunt onder Exploitatie, punt 2, op elkaar inwerken.
Boudewijn Casparij geeft aan dat de uitgaven niet zijn geindexeerd met uitzondering van uitgaven die betrekking hebben op de in de tweede zin genoemde posten.

Pag.124: Gert Vos vraagt (schriftelijk): Waarom wordt de proef gratis openbaar vervoer 65+ verlengd? Is de proef nog niet voldoende geslaagd? Wat moet de proef volgens het college opleveren? Bovendien staat op pag. 33 van de voorjaarsnota dat het beleid is om gratis openbaar vervoer voor 65+ aan te bieden in Hoogeveen. Wat is nu de werkelijke stand van zaken?
Eric Etman antwoordt: Gratis openbaar vervoer heeft in 2008 19.000 reizigers opgeleverd. Van 1 januari tot 1 september 2009 zijn er 15.000 reizigers gratis vervoerd. De doelgroep is zeer tevreden en het gebruik draagt bij om in deze tijd van overheidsbezuinigingen de stadsdienst overeind te houden. In 2007 zijn we gestart met een proef en in 2008 hebben we de proef verlengd met een jaar. Het college stelt voor om ook in 2010 het gratis vervoer in stand te houden en of dat gaat onder de noemer proef is niet zozeer van belang. Voor de begrotingsbehandeling in oktober 2010 zullen we het vervoer evalueren en het resultaat aan u sturen.

Pag. 125: Anno Wietze Hiemstra vraagt waarom het stadsbomenplan is vervallen terwijl er wel extra geld gaat naar de uitvoering van de Flora- en faunawet.
Boudewijn Casparij zal op dit punt alsnog zorgen voor een beleidsmatige tekst. Deze is de volgende:
Dit is net als de Wet Wion nog een onderwerp uit de voorjaarsnota, waarvoor naar de begroting toe onderzoek is gedaan naar de mate van onontkoombaarheid. Beide onderwerpen zijn als onontkoombaar bestempeld.
 De Flora- en Faunawet is een wet ten behoeve van de duurzame instandhouding van inheemse planten en dieren in Nederland en is in 2002 in werking getreden. De wet biedt door het verbieden van handelingen (verstoren, verontrusten of doden) bescherming aan beschermde dieren en planten. We kunnen er niet omheen, bij zowel ruimtelijke ingrepen als onderhoudswerkzaamheden komen we in aanraking met planten en dieren.
In het geval van beschermde soorten kan een vrijstelling op de Flora- en Faunawet worden verkregen, wanneer we volgens een goedgekeurde gedragscode werkt. Een gedragscode is een branchegerichte werkinstructie voor het zorgvuldig handelen tijdens het verrichten van bestendig beheer op plaatsen waar vaste rust- of verblijfsplaatsen zijn van beschermde flora en fauna. Dit vraagt van de betrokken medewerkers kennis van de F&F-wet zodat volgens de richtlijnen van deze wet kan worden gewerkt (aantoonbare deskundigheid). Dat betekent impliciet dat de medewerkers moeten worden geschoold. In 2010 wordt de flora en fauna in kaart gebracht en invulling gegeven aan de gedragscode.
 
Pag. 126: Hendrikus Loof vraagt of het extra geld dat het rijk beschikbaar stelt voor schuldhulpverlening al in de begroting is verwerkt.
Remmo Hendriks geeft aan dat dit het geval is als het via de algemene uitkering van het gemeentefonds binnen komt en niet als het komt via een specifieke uitkering.
Boudewijn Casparij laat dit uitzoeken. Dit levert het volgende op:
De bijdrage betreft een specifieke uitkering aan de gemeenten. Voor het jaar 2009 is deze vastgesteld op € 86.000. De uitkeringsbedragen aan gemeenten voor 2010 en 2011 zijn nog niet vastgesteld. De bijdrage is nog niet verwerkt in de begroting 2010. Zodra de bijdrage voor 2010 wordt toegekend, betekent dit dat er extra budget is voor de schuldhulpverlening. Het zijn dus geoormerkte middelen, waar achteraf verantwoording over moet worden afgelegd.

Pag. 128: Anno Wietze Hiemstra vraagt waarom bij incidenteel werk/onderhoud Tamboer staat dat dit voor 2009 is.
Boudewijn Casparij geeft aan dat dit valt onder het kopje verschillen met realisatie 2008 en begroting 2009 dat staat op pag. 127. De toelichting had moeten zijn: Incidenteel werk/onderhoud Tamboer in 2009 (€ 420.000) en 2010 (€ 950.000). Het jaar 2010 is hier abusievelijk niet vermeld.  Op grond van het huidig financiaal kader is hij van mening dat voor het bedrag 2009 alsnog een begrotingswijziging 2009 aan de raad moet worden voorgelegd. De vraag wanneer wel en wanneer niet een begrotingswijziging wordt voorgelegd is nader uitgewerkt in het financieel kader.

Pag. 129: Anno Wietze Hiemstra vraagt waarom het budget voor VVFE/schakelklas met 15.000 euro is afgeraamd.
Eric Etman zal dit toelichten in het verslag. Antwoord: Zie het antwoord bij de vraag van Gert Vos over pag. 10.

Uiteenzetting van financiële positie 137

Totaalbeeld 137

Geen vragen.

Reserves en voorzieningen 137

Geen vragen.

Investeringen 141

Geen vragen.

Vaststelling 153

Geen vragen.

Hiermee is deze vragenronde over de begroting geweest.

Ten aanzien van het financieel kader stelt Gert Vos voor om dit te bespreken in de klankbordgroep die eerder heeft meegedacht over de hierin behandelde onderwerpen.
De aanwezigen stemmen hiermee in. De griffier zal de klankbordgroep hiervoor bij elkaar roepen.

Hierop sluit de voorzitter deze informatieve bijeenkomst.

De griffier, 21-10-2009.