Verslag informeren 13 januari 2009


Aanwezig: Jerk Otten (voorzitter), Jan Ballast, Rolien van de Belt, Rob Berkenbosch, Bert Boersma, Bert Bouwmeester, Jan Braam, Sjoukje Brouwer, José Bruins Slot, Erik Giethoorn, Ellen van Heugten-Steenbergen, Anno Wietze Hiemstra, Gert Huijgen, Lucas Hummel, Hendrikus Loof, Bé Okken, Bert Otten, Henk Prigge, Wicher van Regteren, Henk Reinders, Rieks Siebering, Frank Snippe, Jan Steenbergen, Mark Tuit, Gert Vos, Wim Warrink, Henk van de Weg, Jan Alting, Jan Bekkering, Hetty Bouius, Francien Hellenthal, Frits Nijland, Rien Sloover en Jan-Pieter Wind (griffier).

Aanwezig namens het college: de wethouders Wietze van der Zwaag en Ton Bargeman, alsmede de ambtenaren Gert Bolkesteijn, Suze Gerritsma, Bertie Hendriks en Pieter Wiekeraad.

Verslag: Zwaantinus Jeuring (Notuleerservice Nederland).

De agenda luidde als volgt:
1. Vaststellen voorbereidingsbesluit stadscentrum.

Het volgende wordt naar voren gebracht.

De voorzitter opent met een ogenblik van stilte.

De voorzitter legt de gang van zaken uit. Na het blok informeren kan zo nodig worden geschorst. Het is een besloten vergadering waarbij de vertrouwelijkheid is opgelegd.

1. Vaststellen voorbereidingsbesluit stadscentrum
De voorzitter geeft voor een toelichting het woord aan wethouder Van der Zwaag.

Wethouder Van der Zwaag schetst de achtergrond. Op 29 januari 2008 heeft de raad een voorbereidingsbesluit getroffen om ongewenste ontwikkelingen in het stadscentrum te voorkomen. Het voorbereidingsbesluit heeft beschermende werking voor de duur van een jaar. De beschermende werking van het voorbereidingsbesluit kan worden overgenomen door tijdig een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen.
De gemeente lag hierbij goed op schema, echter de inwerkingtreding van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) per 1 juli 2008 stelde de eis dat een deel van de in het betreffende gebied gemaakte kosten moeten worden verhaald op particulieren en anderen die in dat gebied iets gaan ontwikkelen. Daartoe moet de gemeente een exploitatieplan opstellen.
Het opstellen van een exploitatieplan blijkt erg lastig, zelfs na overleg met de opsteller van de wet. Het heeft grote gevolgen. Het opstellen van een bestemmingsplan vergt daardoor veel meer tijd.
De genoemde eis staat in de wet omdat gebleken is dat vooral grote ontwikkelaars in uitbreidingsgebieden vaak niet bereid zijn mee te betalen aan de kosten voor openbare voorzieningen in het gebied. Dat zijn de zogenaamde freeriders. De wethouder noemt als voorbeeld Schoonvelde-Oost waar Domesta wel, maar een grote eigenaar van woningen niet heeft meebetaald aan openbare voorzieningen.
De nieuwe Wro maakt het mogelijk dat gemeenten kosten kunnen verhalen op alle betrokken partijen. De nieuwe eis is op zich billijk maar erg complex. Het nieuwe bestemmingsplan is daarom niet op tijd gereed, waardoor het college genoodzaakt is een nieuw voorbereidingsbesluit aan de raad voor te leggen.
De wethouder geeft het woord aan Bertie Hendriks voor verdere uitleg.

Hendriks (ambtenaar) gaat in op de nieuwe Wro, de relatie van de Wro met het bestemmingsplan Stadscentrum en de problemen bij het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan. De presentatie is digitaal beschikbaar, hieronder staat de samenvatting.
Gevolgen van de nieuwe Wro:
• De manier van het verhalen van kosten is gewijzigd. De gemeente kan in het vervolg kosten voor aanleg van openbare voorzieningen verhalen op particulieren en ontwikkelaars.
• In de nieuwe wet blijft het mogelijk kosten te verhalen bij de uitgifte van kavels.
• De nieuwe wet biedt de mogelijkheid met particulieren en ontwikkelaars een vrijwillige overeenkomst over het verhalen van kosten af te sluiten. Dat kan alleen voordat het bestemmingsplan door de gemeenteraad is vastgesteld.
• Een dergelijke overeenkomst heet een ‘anterieure’ overeenkomst, dat wil in dit geval zeggen voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan.
• Het verhalen van kosten is gebaseerd op het exploitatieplan.
• Het exploitatieplan is wettelijk verplicht en is onderdeel van het bestemmingsplan.
• Kostenverhaal is verplicht zodra een nieuw of herzien bestemmingsplan wordt vastgesteld dat bouwmogelijkheden bevat.
• Definitie ‘bouwmogelijkheid’: minimaal een woning of meer dan 1000 m2 bvo.
• Per pand wordt bekeken of bouwmogelijkheden aanwezig zijn. Zo ja, dan is kostenverhaal verplicht.
• Het bestemmingsplan Stadscentrum is een herzien bestemmingsplan en bevat bouwmogelijkheid. Daarom moet een exploitatieplan worden opgesteld.
• Er is landelijk nog nauwelijks ervaring met het opstellen van een exploitatieplan.

Hiemstra (CDA) wijst erop dat het nieuwe bestemmingsplan minder bouwmogelijkheden bevat dan het oude. Volgens spreker verandert er dan toch niets.

Hendriks antwoordt dat er wel iets verandert. Bepalend is of bouwmogelijkheden overblijven en of er nog niet is gebouwd.

Wethouder Van der Zwaag voegt toe dat planschade wordt toegekend als iemand in het nieuwe bestemmingsplan minder mag bouwen dan in het oude bestemmingsplan.

Hiemstra geeft een voorbeeld: stel het aantal te bouwen huizen op een kavel gaat terug van twintig naar tien, en er zijn al acht huizen gerealiseerd. Dan moet de bouwer dus voor twee huizen nog betalen.

Hendriks zegt dat dit voorbeeld klopt. Daar staat planschade tegenover.

Okken (Gemeentebelangen) vraagt voor welke bestemmingsplannen dit geldt.

Hendriks antwoordt dat dit geldt voor alle bestemmingsplannen die na 1 juli 2008 onherroepelijk zijn geworden. Dit is het eerste plan.
Op een vraag uit de raadzaal antwoordt spreker dat alle bouwmogelijkheden kleiner dan 1000 m2 bvo er niet onder vallen.

Huijgen (PvdA) begrijpt dat er voor het nieuw te bouwen deel kosten in rekening mogen worden gebracht. Spreker vraagt zich af hoe de verdeelsleutel is met datgene wat al gebouwd is.

Hendriks zegt straks een rekenvoorbeeld te zullen geven.
Spreker vervolgt de presentatie en schetst wat tot nu toe is gebeurd:
• Het huidige bestemmingsplan Stadscentrum dateert uit 1997 en bevat veel bouwmogelijkheden.
• De visie Stadscentrum heeft de bouwmogelijkheden beperkt: het moet lager en kwalitatief beter.
• De visie wordt vertaald in het bestemmingsplan: gewenste ontwikkelingen worden besproken met ontwikkelaars en vervolgens vastgelegd in ontwikkellocaties. Die worden in het bestemmingsplan opgenomen. Spreker noemt als voorbeeld het Van Echtenplein.
• Ongewenste ontwikkelingen moeten wachten vanwege het voorbereidingsbesluit.
• Op een vraag van Huijgen antwoordt spreker dat er binnen het bestemmingsplan per kadastraal perceel en per eigenaar een waarde wordt vastgesteld.

Hummel (CDA) gaat in op het voorbeeld Van Echtenplein, waar afspraken met ontwikkelaars zijn gemaakt. Hoe zit het juridisch als die afspraken niet in het ontwerpbestemmingsplan worden vastgelegd? Ontwikkelaars kunnen zich dan beroepen op het oude bestemmingsplan. Spreker vindt dat riskant en ongewenst, vooral als men zich niet aan de afspraken houdt.

Hendriks bevestigt dat ontwikkelaars zich in het geval van het Van Echtenplein inderdaad op het oude bestemmingsplan kunnen beroepen omdat er geen voorbereidingsbesluit voor die locatie is.

Hummel vindt dat er een gigantisch probleem ontstaat als ontwikkelaars zich niet aan de afspraken houden.

Bolkesteijn (ambtenaar) geeft uitleg over de situatie Van Echtenplein.
Ten eerste de bouwmogelijkheden: er zijn afspraken gemaakt wat ten opzichte van het huidige bestemmingsplan mag worden gebouwd. Dat wordt vastgelegd. Ten tweede zal ook voor dat deel een exploitatieplan moeten worden opgesteld want het maakt deel uit van het nieuwe bestemmingsplan.
Zodra de ontwikkelaar een bouwaanvraag indient, wordt getoetst wat hij extra bijbouwt. De ontwikkelaar zal de in het exploitatieplan genoemde exploitatiebijdrage moeten betalen. Als er vóór de vaststelling van het bestemmingsplan een overeenkomst wordt gesloten, betaalt de ontwikkelaar niet de exploitatiebijdrage maar de in onderling overleg afgesproken bijdrage. Dat wordt de anterieure overeenkomst genoemd.

Wethouder Van der Zwaag beantwoordt de vraag van Hummel: wat als de ontwikkelaars de afspraken niet nakomen en zich op het oude bestemmingsplan beroepen? Volgens de wethouder zal het college de raad verzoeken direct een voorbereidingsbesluit te treffen voor die locatie.

Bolkesteijn voegt toe dat met de ontwikkelaars een privaatrechtelijke overeenkomst is afgesloten waar zij aan kunnen worden gehouden.

Hendriks vervolgt de presentatie.
Exploitatieplan stadscentrum:
• Bij een bestemmingsplan hoort een exploitatieplan om de kosten te verhalen.
• Vier soorten kosten voor openbare inrichting kunnen worden verhaald: binnenplanse kosten, bovenwijkse kosten, kosten ambtelijk apparaat en planschade.
• Een voorbeeld van bovenwijkse kosten: een klein deel van de kosten voor verbetering van park Dwingeland kan op de ontwikkelaars binnen het gehele bestemmingsplangebied worden verhaald.
• De te verhalen kosten worden over alle bouwmogelijkheden verspreid, en worden per eigenaar berekend.
• Bij een negatief exploitatieplan moet de gemeente het tekort betalen, en wel op het moment dat het plan wordt vastgesteld. Vóór die tijd kan nog een anterieure overeenkomst worden afgesloten. Een voorbeeld zijn de plannen voor sociale woningbouw.

Wethouder Van der Zwaag schetst het voorbeeld van een ontwikkelaar die in het centrum sociale woningbouw wil ontwikkelen waar een negatieve exploitatie op zit. De ontwikkelaar kan vervolgens tegen de gemeente zeggen dat de gemeente het tekort moet betalen.

Hendriks voegt toe dat de gemeente eigenlijk niet eerder het bestemmingsplan zou moeten vaststellen voordat er een anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar is afgesloten.
• Pas bij de bouwaanvraag worden de kosten in rekening gebracht.

Okken vraagt of de gemeente een formule gebruikt om te bepalen welk deel van de kosten wordt verhaald.

Hendriks zegt dat er een formule is en dat de gemeente beleid moet vaststellen voor de manier waarop het kostenverhaal wordt berekend. De meeste gemeenten gaan uit van een rekenvoorbeeld van het ministerie. Voor de planschade en de ambtelijke kosten ligt wettelijk vast hoe de hoogte moet worden bepaald.
Op een vraag van Loof antwoordt spreker dat het exploitatieplan en daarmee de berekende kosten jaarlijks wordt geactualiseerd, net als nu bij de grondexploitatie gebeurt.
Als geen bouwaanvraag wordt ingediend, hoeft niet te worden betaald.
• Naast de ontwikkellocaties Van Echtenplein en Schutstraat zijn er in het plan onbenutte bouwmogelijkheden.
• Aan de hand van een sheet wordt een voorbeeld gegeven van de berekening van het kostenverhaal volgens de nieuwe Wro, in dit geval als gemeente en ontwikkelaar samen een locatie ontwikkelen. Het kostenverhaal gebeurt in het voorbeeld naar verhouding van de opbrengst en tot aan de kosten, omdat de baten groter zijn dan de kosten.
• Op een vraag van Loof antwoordt Hendriks dat het uiteraard mogelijk is een vrijwillige overeenkomst af te sluiten met de ontwikkelaar vóór vaststelling van het bestemmingsplan, waarbij de gemeente een lager kostenverhaal kan afspreken omdat de gemeente belang hecht aan de ontwikkeling.

Sloover (GroenLinks) vraagt wat de rekenmethodiek betekent voor de kosten als bijvoorbeeld vervuilde plekken op De Wieken worden bebouwd en moeten worden gesaneerd. Een andere vraag is of ontwikkelaars de sanering zelf kunnen laten uitvoeren in het geval zij de locatie in bezit hebben.

Hendriks antwoordt dat de kosten van sanering meegenomen kunnen worden bij het kostenverhaal. De eventuele subsidies worden in mindering gebracht. Het is mogelijk dat ontwikkelaars de sanering zelf laten uitvoeren.
• Aan de hand van een sheet wordt een voorbeeld van onbenutte bouwmogelijkheden gegeven.
Op een vraag vanuit de raad antwoordt spreker dat in het exploitatieplan staat hoeveel de ontwikkelaar moet betalen. Dat is dus van tevoren bekend.
Op een vraag van Van Heugten antwoordt spreker dat de beleidsregels voor het berekenen van het kostenverhaal voor elk bestemmingsplan gelden, maar dat het exploitatieplan per bestemmingsplan wordt vastgesteld.
Op een vraag van Okken: Anterieur zijn gemeenten en ontwikkelaar vrij om in onderling overleg afspraken te maken en gelden geen rekenmethodieken.
Op een vraag van Bruins Slot: Als met een bepaalde eigenaar een overeenkomst wordt afgesloten geldt voor die eigenaar het exploitatieplan niet meer. Voor de overige eigenaren geldt het exploitatieplan wel.
• Het kostenverhaal bij onbenutte bouwmogelijkheden is aanzienlijk. De gemeente wil dat niet laten liggen. Spreker geeft een rekenvoorbeeld voor een aantal percelen aan de Hoofdstraat.

Hiemstra merkt op dat de gemeente als het ware de voorfinanciering van de openbare voorzieningen doet, waarbij moet worden afgewacht welk deel er wordt bebouwd zodat kostenverhaal kan plaatsvinden.

Wethouder Van der Zwaag spreekt zonder microfoon en is niet te verstaan.

Hiemstra merkt verder op dat de begrenzing van het plangebied bepalend is voor de eigenaren die onder het plan vallen. Daar kan mee worden gespeeld.

Vos (ChristenUnie) vraagt wat de invloed van de rekenmethodiek op de kavelprijs is. Spreker kan zich voorstellen dat de bruto kavelprijs iets zakt en dat bepaalde componenten op een andere manier in rekening worden gebracht.

Wethouder Van der Zwaag verwijst naar het tweede rekenvoorbeeld over het kostenverhaal: de appartementen aan de Hoofdstraat. De appartementen worden elk 10.000 euro duurder en de vraag is of de ontwikkelaar dit kan doorberekenen in de prijs. Het kostenverhaal op deze manier is nieuw en de vraag is hoe de markt reageert.

Vos vraagt of concurrentievervalsing tussen gemeenten kan ontstaan en of oude investeringen een rol kunnen spelen. Want stel dat een gemeente heel graag wil dat de appartementen worden gerealiseerd.

Hendriks antwoordt dat oude investeringen niet kunnen worden meegenomen.

Huijgen (PvdA) wijst op de parkeerterreinen in het centrum waar de gemeente de grond in eigendom heeft. Hoe wordt de methodiek hier toegepast?

Hendriks antwoordt dat in het geval van verkoop de gemeente de verkoopprijs zodanig hoog kan maken, dat voor een deel kostenverhaal plaatsvindt. De methodiek wordt ook hier toegepast.

Hummel vermoedt dat veel discussie tussen gemeente en ontwikkelaar zal plaatsvinden over de hoogte van het kostenverhaal.

Wethouder Van der Zwaag zegt dat er de nodige jurisprudentie zal ontstaan. Het is belangrijk dat de gemeente reële kosten in rekening brengt en dat de gemeente transparant is richting de ontwikkelaar.

Bolkesteijn wijst erop dat aan het eind van de bestemmingsplanperiode, dus na tien jaar, een afrekening met de bouwers zal plaatsvinden. Na tien jaar wordt het bestemmingsplan opnieuw vastgesteld en komt er een nieuw exploitatieplan. Alleen de werkelijk door de gemeente geïnvesteerde bedragen zijn de basis voor de afrekening in verband met het kostenverhaal. Het exploitatieplan moet elk jaar worden geactualiseerd, onder andere op het onderdeel prijsontwikkeling.

Otten (CDA) stelt een vraag over bovenwijkse voorzieningen, bijvoorbeeld de aanleg van een plein. Hoe zit het hier met de kostenverdeling?

Hendriks legt uit dat de gemeente moet uitrekenen welk deel van de kosten op het stadscentrum kan worden verhaald. Dat moet de gemeente onderbouwen en dat kan bijvoorbeeld aan de hand van aantallen woningen of bouwoppervlak.

Van Heugten (VVD) stelt een vraag over de afrekening aan het eind van de planperiode. Als de gemeente minder investeert dan aanvankelijk was voorgenomen financieren de ontwikkelaars als het ware voor. Is die constatering juist?

Hendriks zegt dat dit wel zo gesteld kan worden, maar vanuit de gemeente gezien niet de vooropgezette bedoeling is. Op basis van het geplande bedrag wordt het kostenverhaal berekend, terwijl na tien jaar wordt afgerekend.

Wiekeraad (ambtenaar) voegt toe dat het omgekeerde ook het geval kan zijn: de gemeente investeert terwijl er in de planperiode geen enkele ontwikkeling plaatsvindt. De gemeente mist dan de geplande inkomsten vanuit het kostenverhaal. Spreker vindt het een lastige materie en de vraag is of de opstellers van de wet dit allemaal hebben beseft.

Wethouder Van der Zwaag zegt dat veel administratie wordt verwacht. Hoogeveen loopt met dit plan voorop. De filosofie, dat ontwikkelaars die profiteren van investeringen van de overheid voor een deel daar aan bijdragen, wordt ook in de Tweede Kamer breed onderschreven.

Gerritsma (ambtenaar) merkt op dat de wet is ontwikkeld voor nieuwe uitlegsituaties en niet voor plannen voor de binnenstad. Het is lastig dat Hoogeveen nu het wiel moet uitvinden met een binnenstadsplan. Met een uitleglocatie was het gemakkelijker geweest.

Hummel stelt vragen over de verrekening aan het eind van de planperiode. Als de kosten hoger zijn dan berekend, wordt dit met de bouwers verrekend? En gaat het bedrag dat de gemeente niet heeft kunnen innen omdat niet gebouwd is, over naar de volgende planperiode? Transparantie is belangrijk, zoals de wethouder zei.

Hendriks antwoordt ontkennend op de tweede vraag. Wat de eerste vraag van Hummel betreft: er wordt met een foutenmarge van 5% gerekend. Daarbuiten moet door de gemeente of de ontwikkelaar worden terugbetaald. Belangrijk is dat de gemeente elk jaar het exploitatieplan actualiseert en herziet.

Hendriks vervolgt haar presentatie.
• Dilemma: Omdat geen inzicht bestaat in hoeveel onbenutte bouwmogelijkheden er zijn, is het niet mogelijk binnen de termijn van het huidige voorbereidingsbesluit een exploitatieplan op te stellen.
• Hendriks schetst twee mogelijke oplossingen en de voordelen van elk.
• Oplossing A: Het leggen van een wijzigingsbevoegdheid over de ontwikkellocaties en geen kostenverhaal toepassen voor de onbenutte bouwmogelijkheden.
• Voordelen oplossing A: Bestemmingsplan en exploitatieplan zijn binnen een jaar gereed, geen vertraging bij bouwplan casino/bioscoop en geen kans op ongewenste bouwaanvragen.
• Nadelen oplossing A: Ten eerste is er een groot juridisch risico omdat de gemeente niet mag afzien van het kostenverhaal, ten tweede loopt de gemeente inkomsten mis en ten derde zou in zeer korte tijd een anterieure overeenkomst moeten worden gesloten met de corporaties over het kostenverhaal bij de negatieve exploitatie van sociale woningbouw.

Wethouder Van der Zwaag voegt toe dat het juridische risico voor de gemeente onacceptabel is omdat bij een bezwaarprocedure het gehele bestemmingsplan onderuitgehaald kan worden.

Hendriks vult aan dat er namelijk voor het exploitatieplan dezelfde, gelijktijdige bezwaarprocedure bestaat als voor het bestemmingsplan. Beide zijn een geheel: als het ene plan onderuitgaat, gaat het andere plan ook onderuit.
Spreker schetst vervolgens een tweede mogelijkheid, oplossing B:
• Oplossing B: de gemeente stelt een exploitatieplan op voor het voorliggende bestemmingsplan inclusief de onbenutte bouwmogelijkheden, per perceel per kavel en per eigenaar.
• Voor oplossing B is een nieuw voorbereidingsbesluit nodig.
• Voordelen oplossing B: De gemeente voldoet aan de wet, het kostenverhaal is maximaal en er is voldoende tijd voor een anterieure overeenkomst in verband met de sociale woningbouw De Kaap.
• Nadelen oplossing B: De gemeente moet de tot morgenochtend binnengekomen bouwaanvragen honoreren en er treedt vertraging op bij de bouw van het casino en de bioscoop omdat het bestemmingsplan later gereed is.

Steenbergen (Gemeentebelangen) merkt op dat het huidige voorbereidingsbesluit nog tot 29 januari 2009 loopt. Als het nieuwe voorbereidingsbesluit in werking treedt vervalt automatisch het oude besluit. Hoe kan het dan dat de gemeente de tot dat moment ingediende ongewenste bouwaanvragen in behandeling moet nemen?

Gerritsma legt uit dat bouwaanvragen die tijdens het lopende voorbereidingsbesluit zijn binnengekomen, na afloop van dat voorbereidingsbesluit afgedaan moeten worden. Dat betekent: toetsen aan het oude bestemmingsplan en eventueel vergunnen. Er is in de afgelopen periode één bouwaanvraag binnengekomen. Alle bouwaanvragen die na inwerkingtreding van het nieuwe voorbereidingsbesluit binnenkomen, vallen onder dat nieuwe voorbereidingsbesluit.
Spreker voegt toe dat als het ontwerpbestemmingsplan op tijd in procedure was gebracht, namelijk voor 30 januari 2009, de beschermende werking van het voorbereidingsbesluit automatisch zou zijn overgenomen door dit ontwerpbestemmingsplan. Helaas is dat niet gelukt, daarom is een nieuw voorbereidingsbesluit nodig.
Tijdens de looptijd van het nieuwe voorbereidingsbesluit heeft de gemeente ruim de tijd het ontwerpbestemmingsplan op te stellen waardoor de beschermende werking van dat besluit wordt overgenomen door het ontwerpplan.

Hummel wijst erop dat in juli 2008 een voorontwerpbestemmingsplan is gepubliceerd. Spreker gaat ervan uit dat de bouwaanvraag die daarna is binnengekomen aan dat voorontwerp zal worden getoetst. Dat voorontwerp heeft in juli ter inzage gelegen.

Gerritsma zegt dat het voorontwerp geen status heeft. Het oude bestemmingsplan ligt er nog en heeft wel status. Spreker legt uit waarom het voorbereidingsbesluit van januari 2008 nodig was. De ontwikkelingsvisie Stadscentrum was al eerder vastgesteld en deze bevatte minder bouwmogelijkheden dan het oude bestemmingsplan. Om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan is het voorbereidingsbesluit getroffen. Bouwplannen die passen in het oude bestemmingsplan en in de ontwikkelingsvisie kunnen gewoon doorgang vinden. Er treedt een probleem op met bouwaanvragen die wel in het oude bestemmingsplan passen maar niet aan de ontwikkelingsvisie voldoen.

Hummel zegt dat deze discussie ook in januari 2008 speelde: al ingediende bouwaanvragen zouden worden getoetst aan het oude bestemmingsplan, en nieuwe bouwaanvragen zouden aan de nieuwe stadsvisie worden getoetst.

Wethouder Van der Zwaag verduidelijkt dat er nu een nieuw voorbereidingsbesluit moet komen waardoor de gemeente verplicht is de al ingediende bouwaanvragen aan het oude bestemmingsplan te toetsen.

Steenbergen begrijpt dat één bouwaanvraag is binnengekomen en hij vermoedt dat deze past in het oude bestemmingsplan en vergund moet worden.

Hiemstra vraagt of de gemeente deze bouwaanvraag erg vindt. Kan eventueel met de indiener worden overlegd? Over welk bouwplan gaat het?

Hendriks zegt dat de bouwaanvraag bij de balie is ingediend en vertrouwelijk is. Het is geen groot plan.

Wethouder Van der Zwaag bevestigt dat de bouwaanvraag bij de balie is ingediend. De aanvraag zal in het wekelijkse ‘centrumoverleg’ worden besproken. Als blijkt dat de gemeente de aanvraag niet gewenst vindt, kan worden besloten met de indiener in overleg te treden.

Hendriks besluit de presentatie met de conclusie:
• Aan de raad wordt voorgesteld te kiezen voor oplossing B. Dat betekent zo snel mogelijk een nieuw voorbereidingsbesluit treffen en publiceren, de onbenutte bouwmogelijkheden inventariseren en een exploitatieplan opstellen.

Okken heeft behoefte aan meer informatie over de ene ingediende bouwaanvraag. Welke consequenties heeft deze bouwaanvraag?

Wethouder Van der Zwaag heeft moeite met deze vraag omdat de bouwaanvraag nog niet verder is gekomen dan de balie.

Hiemstra vindt dat als blijkt dat de gemeente de aanvraag niet gewenst acht overleg met de indiener moet worden aangegaan.

Gerritsma kan zich uit het bouwplannenoverleg niet herinneren dat het een groot plan betrof.

Hiemstra vraagt waarom het Van Echtenplein en het Bilderdijkgebied niet onder het voorbereidingsbesluit vallen. Is dit vorig jaar besproken?

Bolkesteijn geeft de discussie van vorig jaar januari weer bij het nemen van het eerste voorbereidingsbesluit. Met de ontwikkelaar rond het Van Echtenplein is, net voor het treffen van het voorbereidingsbesluit, een privaatrechterlijke overeenkomst gesloten. Daarom is dat gebied buiten het voorbereidingsbesluit gelaten.
Wat het Bilderdijkplan betreft: het bestemmingsplan was op dat moment goedgekeurd door de provincie. Het betreffende bouwplan zou dus doorgaan. Het gebied is buiten het voorbereidingsbesluit en ook buiten de visie Stadscentrum gehouden. Domesta heeft echter de ontwikkeling stopgezet. Afgesproken is dat de ontwikkeling van het Bilderdijkpark binnen het stadscentrum valt. Er wordt een nieuw plan gemaakt evenals een nieuw bestemmingsplan. Dat bestemmingsplan bevat een exploitatieplan, of er kan worden besloten een anterieure overeenkomst af te sluiten. De grenzen van het gebied van het voorbereidingsbesluit zijn dus dezelfde als een jaar geleden.

Bouius (CDA) vraagt hoeveel vertraging de bouw van bioscoop/casino oploopt.

Bolkesteijn schetst het verdere proces. Het ontwerpbestemmingsplan is zo goed als gereed. Het exploitatieplan vergt nog het nodige werk. Een aantal anterieure overeenkomsten zal met partijen nog voor de datum van publicatie moeten worden afgesloten. Het ontwerpbestemmingsplan kan vlak na de zomer 2009 door de raad worden vastgesteld. Dan kan de bouwvergunning voor de bouw van bioscoop/casino worden verleend. Het lag toch al niet in de bedoeling voor de zomer te gaan bouwen, dus de vertraging is met twee tot vier maanden zeer beperkt.

Hummel citeert een passage uit het raadsvoorstel, waarin staat dat het voorontwerpplan Stadscentrum 2008 vanaf 17 juli gedurende acht weken ter inzage heeft gelegen en dat de beschermende werking van het voorbereidingsbesluit kan worden verlengd door aansluitend een ontwerpplan, als vervolg op het voorontwerpplan, ter inzage te leggen. Betekent dit dat het ontwerpplan weer ter inzage wordt gelegd, samen met het exploitatieplan?

Gerritsma zegt dat de inspraak is verwekt in het ontwerpbestemmingsplan dat straks samen met het ontwerpexploitatieplan ter inzage wordt gelegd. Bestemmingsplan en exploitatieplan zijn een onlosmakelijk geheel en worden gelijktijdig vastgesteld.

Huijgen vraagt tot welk moment de raad geheimhouding opgelegd heeft gekregen.

Gerritsma antwoordt dat de geheimhouding tot morgenochtend geldt. Dan wordt het besluit gepubliceerd.

De voorzitter sluit het blok informeren.
 

 

                                 

 

 

 

Aanwezig: J.K. Otten (voorzitter), J. Ballast, R. van de Belt, R.A. Berkenbosch, B. Boersma, L. Bouwmeester, J.W. Braam, S. Brouwer, J. Bruins Slot, H.B. Giethoorn, E. van Heugten-Steenbergen, A.W. Hiemstra, G.E.J. Huijgen, L. Hummel, H. Loof, B. Okken, J.K. Otten, L. Otten, H. Prigge, H. Reinders, W. van Regteren, H. Siebering, F. Snippe, J.H. Steenbergen, A.M. Tuit, G. Vos, W. Warrink, H. van de Weg en J.P. Wind (griffier).

Verder aanwezig: de wethouders A. Bargeman en W. van der Zwaag.
 
Afwezig met kennisgeving: de leden E.R. Klok, K.J. van der Laan, A.A. Steenbergen, J. Stoefzand, de wethouders A. Poutsma-Jansen en K. Smid en de gemeentesecretaris G.H. de Vries.

Verslag: Z. Jeuring (Notuleerservice Nederland).

De agenda luidde als volgt:
1. Vaststellen voorbereidingsbesluit stadscentrum.

Het volgende wordt naar voren gebracht.

De voorzitter opent de vergadering.

1. Vaststellen voorbereidingsbesluit stadscentrum
De voorzitter constateert dat geen van de raadsleden het woord vraagt.

Het voorbereidingsbesluit stadscentrum wordt zonder hoofdelijke stemming unaniem door de raad vastgesteld.

De voorzitter sluit het blok besluiten.