Verslag informeren 14 mei 2009

Aanwezig: A.A. Steenbergen (voorzitter), J. Ballast, R. van de Belt, R.A. Berkenbosch, B. Boersma, L. Bouwmeester, J. Braam, S. Brouwer, H.B. Giethoorn, E. van Heugten-Steenbergen, G.E.J. Huijgen, L. Hummel, E.R. Klok, K.J. van der Laan, H. Loof, B. Okken, J.K. Otten, L. Otten, H. Prigge, W. van Regteren, H. Reinders, H. Siebering, F. Snippe, J. Stoefzand, G. Vos, W. Warrink, H. van de Weg, J. Alting, H. Bouius, F. Nijland, M. Strolenberg en A.J. van Dooren (commissiegriffier


Verslag informeren 14 mei 2009

Aanwezig: A.A. Steenbergen (voorzitter), J. Ballast, R. van de Belt, R.A. Berkenbosch, B. Boersma, L. Bouwmeester, J. Braam, S. Brouwer, H.B. Giethoorn, E. van Heugten-Steenbergen, G.E.J. Huijgen, L. Hummel, E.R. Klok, K.J. van der Laan, H. Loof, B. Okken, J.K. Otten, L. Otten, H. Prigge, W. van Regteren, H. Reinders, H. Siebering, F. Snippe, J. Stoefzand, G. Vos, W. Warrink, H. van de Weg, J. Alting, H. Bouius, F. Nijland, M. Strolenberg en A.J. van Dooren (commissiegriffier

 

Aanwezig namens het college: wethouder A. Poutsma-Jansen.

Verder aanwezig bij agendapunt 2: K. Speekhout (manager interne dienstverlening), A. Hansma (projectleider dienstverlening), J. Lemstra (informatiemanager), L. van Leth (teamcoach burgerzaken).

Verslag: Zwaantinus Jeuring (Notuleerservice Nederland).

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom.

1. Spreekrecht
Er heeft zich niemand voor het spreekrecht aangemeld.

2. Programma Dienstverlening
De voorzitter geeft het woord aan wethouder Poutsma.

Wethouder Poutsma leidt de presentatie kort in en geeft het woord aan Bert Hansma en Jan Lemstra.

Hansma (programmaregisseur dienstverlening) en Lemstra (informatiemanager) presenteren de stand van zaken bij het programma Dienstverlening.
De presentatie is digitaal beschikbaar. Hieronder staan de hoofdlijnen van de presentatie en de samenvatting van de bespreking daarna.
Bij de terugblik 2008 komen de volgende punten aan de orde:
• de missie van het programma Dienstverlening;
• de zeven doelstellingen, de kernwaarden;
• in 2008 is de visie Dienstverlening gerealiseerd;
• de Gemeentewinkel: in 2008 is veel tot stand gebracht;
• informatievoorziening en ICT: de voorkant is de voor de burger zichtbare kant, de achterkant gaat over de organisatie en de inhoudelijke aanpak;
• informatievoorziening en ICT: ingegaan wordt op de drie fundamentele projecten die de lijn in de totale werkzaamheden bepalen. Dat zijn de digitale voorkant, de gegevenshuishouding en de digitalisering van processen;
• premediation: het proces is in 2008 vervolgd. Het is standaard bij het zorgloket, en is erg succesvol. Bij sociale zaken loopt een proef.
• open huis 2008 was een groot succes voor Dienstverlening.
De plannen voor 2009:
• de zes focusprojecten zijn benoemd om sturing te geven aan de ontwikkeling van het programma;
• de onderlegger voor alles is de informatievoorziening;
• de zes focusprojecten worden gepresenteerd en uitgelegd;
• een van de zes projecten is KCC. In Hoogeveen heet dit de Gemeentewinkel. KCC is een landelijke werknaam en omvat vijf fasen. Hoogeveen zit nu in de fasen 2 en 3;
• een ander project is digitale dienstverlening. Een deelproject is de nieuwe website, die de komende drie jaar verder uitgroeit tot een digitaal loket. Voorbeelden van het digitaliseren van processen: de omgevingsvergunning en het subsidievolgsysteem;
• de stand van zaken op het gebied van de dienstverlening staat op de website www.hoogeveen.nl/dienstverlening.
Vooruitblik 2010-2013:
• een en ander is afhankelijk van de voorjaarsnota juni 2009;
• uitleg wordt gegeven over zes speerpunten en doelen die straks in de voorjaarsnota zijn opgenomen.
Twee aandachtspunten worden naar voren gebracht waarover de raad na de presentatie kan discussiëren:
• het distributieconcept. Vragen hierbij: centraal of decentraal en standaard of maatwerk;
• de doelen: die zijn nieuw in de voorjaarsnota juni 2009.

De voorzitter geeft het woord aan de fracties.

Berkenbosch (VVD) stelt een vraag over de sheet plannen 2009, prestaties en kwaliteit. Spreker vraagt nadere uitleg over het omgaan met compensatie.

Speekhout (manager interne dienstverlening) legt uit wat werken met servicenormen inhoudt. Aan de klant moet kenbaar gemaakt worden wat wordt gedaan als de normen niet worden gehaald. Vindt compensatie plaats en zo ja, in welke vorm? Hierover wordt nog nagedacht. Gedacht kan worden aan het uitdelen van een theaterbon.

Hummel (CDA) stelt een vraag over ‘centraal of decentraal’ bij het aandachtspunt distributieconcept. Er wordt nog veel centraal geregeld. Is decentraal nu al mogelijk?

Speekhout zegt dat er in de werkgroep over wordt nagedacht. Op dit moment vindt de werkgroep dat de kwaliteit het beste is gewaarborgd als zaken centraal worden geregeld. De gemeente wil hierop enkele uitzonderingen maken en spreker noemt enkele voorbeelden: de gevangenis, de verzorgingshuizen, de wijkkantoren en De Smederijen. Niet alles kan decentraal worden aangeboden, zoals een paspoort.

Strolenberg (VVD) stelt een vraag over speerpunten en doelen. Het tot stand brengen van meer transacties online kan ook als speerpunt worden gezien vanwege de efficiency.

Van Leth (teamcoach burgerzaken) zegt dat het projectteam ernaar kijkt in het kader van het project distributieconcept. Het gaat over kanaalsturing: het via een kanaal aanbieden van producten stimuleert nog niet de verkoop. Publiciteit is belangrijk. Het speerpunt is: in 2011 tien producten volledig digitaal kunnen afhandelen. Een ander speerpunt is om voor minimaal 80% van de producten informatie op internet te plaatsen.

Van de Weg (PvdA) vraagt informatie over de proef met premediation bij sociale zaken.

Van Leth antwoordt dat de proef met name betrekking heeft op bezwaar- en beroepszaken. Zodra een klacht van een klant is ontvangen, wordt contact opgenomen. Er is geen relatie met de huisbezoeken. Het gaat om nazorg voor de klant.

Wethouder Poutsma voegt toe dat volgens de juristen de klachten vaak betrekking hebben op bepaalde formuleringen in teksten. Uitleg helpt heel vaak.

Huijgen (PvdA) gaat in op de opmerking dat premediation bij het zorgloket succesvol is. Geldt dit voor de burger of voor de gemeente? Hoe vaak moet de gemeente bakzeil halen?

Van Leth antwoordt dat het als het goed werkt succesvol is voor beide. Spreker kan geen cijfers geven bij de tweede vraag van Huijgen. Zij noemt als voorbeeld het bezwaar van burgers tegen bepaalde leges. Uitleg via direct contact helpt goed om de regeling te verduidelijken.

Huijgen vraagt of de website net zo wordt als die van de provincie Drenthe. Als deze wordt aangeklikt, wordt veel meer informatie gegeven dan over de provincie alleen.

Lemstra zegt dat de website over de producten van de gemeente gaat. Wel wordt gekeken naar een soort startpagina Hoogeveen.

Brouwer (CDA) zegt dat in Hoogeveen veel mensen niet digitaal actief zijn. Hoe wordt hiermee omgegaan? Een prima dienstverlening is ook voor hen belangrijk.

Van Leth zegt dat dit klopt. Het aanbieden van gelijkwaardige kanalen staat voorop. De balie blijft bestaan, evenals de mogelijkheid om een brief te sturen.

Brouwer vraagt of actief beleid gevoerd wordt om de niet-digitale kanalen goed op orde te hebben.

Wethouder Poutsma antwoordt dat alle vier kanalen dezelfde producten van dezelfde kwaliteit aanbieden. Er is dus geen onderscheid.

Van de Belt (GroenLinks) vindt premediation een goed idee. Afhankelijk van de soort klacht kan de gemeente de dienstverlening aanpassen. Spreker heeft een vraag: waarom heeft de gemeente geen doorkiesnummers in het geval een ambtenaar niet bereikbaar is?

Van Leth zegt dat dit op dit moment lastig is te regelen. Straks is dit in orde als de volgende zaken zijn afgerond: de digitale ontwikkeling van de website, het KCC en een adequate bezetting bij het telefoonkanaal. Dan zijn steeds meer vragen via het KCC af te handelen en wordt gegarandeerd dat de telefoon altijd wordt opgenomen. Er komt tevens een terugbelservice. De afgelopen maanden is al zichtbaar dat een beter telefoonkanaal tot een stijging van de dienstverlening leidt.

Hummel stelt een vraag over de sheet met het aandachtspunt distributieconcept en de vraag over standaard- of maatwerk. Spreker proeft uit de presentatie dat de gemeente bezig is de standaard te verlaten en meer maatwerk te verrichten.

Speekhout antwoordt dat dit niet zo is, er blijven altijd bulkproducten. Standaardwerk wordt steeds verder verbeterd onder andere wat betreft doorlooptijden. Maatwerk vergt meer aandacht in verband met de wensen van de burgers. De gemeente doet dus beide: standaard- en maatwerk.

De voorzitter vraagt de aanwezigen hoe zij erover denken.

Hummel antwoordt dat beide aandacht nodig hebben en volgens Speekhout dus ook krijgen. Dat is een goede zaak.

Hansma voegt toe dat de komende jaren nodig zijn om de vier kanalen op orde te brengen en gelijkwaardig te krijgen. Premediation is een voorbeeld van maatwerk.

Vos (ChristenUnie) wijst op het risico als te ver vooruit wordt gekeken. De ontwikkelingen op ICT-gebied gaan namelijk erg snel.

Hansma zegt dat 2012 de horizon is. In 2012 moet 80% van de klantvragen bij het KCC worden beantwoord. In 2014 moet het geheel in orde zijn.

Vos vraagt waarom een dergelijk lange horizon wordt gekozen. Is dat een kwestie van geld of van capaciteit?

Speekhout zegt dat beide een rol spelen. Het ICT-plan heeft consequenties voor de organisatie en dat bepaalt het tempo. De impact is vrij groot en extra geld leidt niet direct tot een hoger tempo.

Vos vraagt op welke manier de keuze wordt gemaakt tussen standaard- en maatwerk. Is er een voorbeeldgemeente?

Speekhout antwoordt dat het distributieconcept leidend is bij het aanbieden van gelijkwaardige kanalen in 2011.

Lemstra zegt dat de uitgangspunten bij de e-architectuur worden gestandaardiseerd om zoveel mogelijk toekomstige ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden. Dat betekent permanente monitoring en bewaking. Door de meeste zaken te standaardiseren, ontstaat voor de andere de nodige flexibiliteit. Hoogeveen heeft geen voorbeeldgemeente en wil op alle fronten flinke voortgang maken.

Stoefzand (Gemeentebelangen) vindt de terugbelservice een goed idee. Hij betwijfelt of het goed kan werken omdat niet iedereen op alle dagen aanwezig is.

Van Leth zegt dat dit nog een zwakke schakel is vanwege het ontbreken van ondersteuning. Vanaf begin 2010 zal de ondersteuning er zijn zodat dan zicht op de afhandeling ontstaat. Dit wordt bijgehouden in het systeem.

Siebering (PvdA) stelt voor de standaard zo te ontwikkelen, dat deze ook als maatwerk kan worden toegepast. De kwaliteit van de standaard vermindert als wordt gezegd dat altijd maatwerk mogelijk is. Dus: stel hoge eisen aan de standaard.

Vos wijst op de stichting Dimpact. Is dit iets voor Hoogeveen?

Lemstra zegt dat Hoogeveen heeft gekozen niet in grotere verbanden mee te doen. De producten worden indien nuttig wel afgenomen.

De voorzitter sluit de behandeling van dit punt.

3. Programma Zorgt
De voorzitter geeft het woord aan Henk Fokkes.

Fokkes presenteert de stand van zaken van het programma Zorgt en vraagt de mening van de raad over de koers, de doelen en de gekozen aandachtspunten. De presentatie is digitaal beschikbaar en hieronder staan de hoofdlijnen.
• De doelen komen uit de programmabegroting en spreker licht er vier toe.
• Spreker licht enkele accenten in het programma Zorgt nader toe.
• Het eerste accent dat wordt toegelicht: de agenda wonen, welzijn en zorg. Samen met de partners wordt een planning en worden afspraken gemaakt. Dit is een nieuwe aanpak. De wijkservicepunten vallen eronder.
• Het tweede accent: uitbreiding dagopvang. Het geld is beschikbaar en op dit moment is dagopvang in Pesse aan de orde. De dagopvang in Nieuwlande is gerealiseerd.
• Het derde accent: ondersteuning mantelzorg/vrijwilligers. Spreker noemt als voorbeeld ‘Beweeg je leven’ in samenwerking met huisartsen.
• Het vierde accent: aanbesteding huishoudelijke verzorging. Vanwege de nieuwe wet mogen zorgaanbieders geen alfahulpen meer inzetten. Daarom wordt per 1 januari 2010 een nieuw contract afgesloten met de aanbieders. Bij de aanbesteding staat de kwaliteit voorop. Het aantal zorgaanbieders wordt uitgebreid. De prijs zal in 2010 flink stijgen vanwege het wegvallen van de alfahulpen.

Stoefzand vraagt of het klopt dat de dagopvang moeilijk is vol te krijgen.

Fokkes antwoordt dat het inderdaad niet om grote aantallen mensen gaat en noemt de voorbeelden in Nieuwlande en Hollandscheveld.
Fokkes vervolgt over de aanbestedingen:
• Naast de aanbesteding huishoudelijke verzorging zijn er twee andere aanbestedingen: rolstoelen/scootmobielen en kleinschalig openbaar vervoer.
• De aanbesteding kleinschalig openbaar vervoer heeft een relatie met de aanbesteding grootschalig openbaar vervoer. De gedachte is dat door de kwaliteit van het openbaar vervoer te verhogen meer mensen met beperkingen er gebruik van kunnen maken. Er is dus een relatie met de Wmo en het leerlingenvervoer. Het leerlingenvervoer zit in de aanbesteding. Er zijn problemen bij de aanbesteding grootschalig openbaar vervoer waardoor het risico bestaat dat deze niet doorgaat en dat daardoor de aanbesteding kleinschalig openbaar vervoer eveneens niet doorgaat.

Van de Weg maakt zich zorgen over het kleinschalig openbaar vervoer en vraagt of beide aanbestedingen kunnen worden losgekoppeld.

Fokkes zegt dat voor 1 juni duidelijkheid bestaat. Het is een juridische kwestie. Er wordt al bekeken of beide aanbestedingen kunnen worden losgekoppeld.

Van de Weg hoopt dat dit lukt. Anders is het een forse stap terug.

Fokkes vervolgt met de resultaten van het programma Zorgt:
• Het project problematisch woongedrag: de inloopvoorziening Beukemaplein start binnenkort, evenals de nachtopvang.
• Dagopvang Nieuwlande: samen met Icare is voor een nieuwe aanpak gekozen.

Brouwer vraagt of de dagopvang nog hetzelfde is als vroeger toen het onder de AWBZ viel.

Fokkes legt uit: dagopvang gaat over activiteiten en dagvoorzieningen zijn zorggerelateerd. De gemeente is verantwoordelijk voor dagopvang.
Fokkes vervolgt met resultaten Zorgt:
• Het maatschappelijk effect van de Wmo blijkt uit het jaarlijkse tevredenheidonderzoek over de Wmo-voorzieningen: 94% zegt er in meer of mindere mate baat bij te hebben wat betreft deelname aan de maatschappij.
• Zorgloket: het aantal bezoekers stijgt nog steeds en is nu ongeveer vijfduizend per jaar.

Prigge (PvdA) vraagt of het zorgloket is meegenomen in het tevredenheidonderzoek.

Fokkes antwoordt bevestigend: de voorzieningen worden namelijk verstrekt vanuit het zorgloket.
• Herindicaties: er vindt een langzame verschuiving plaats van HV2 naar HV1. Over enige tijd zal HV1 ongeveer 60 tot 70% aandeel hebben.

Fokkes stelt de discussievraag aan de orde: “Zijn dit de goede doelen en prioriteiten?”

Huijgen is verbaasd over de opmerking bij de agenda wonen, welzijn en zorg dat er te weinig afstemming plaatsvindt tussen de verschillende partijen. Er is toch een nota Wonen? In welke gevallen ontbreekt het overleg?

Fokkes noemt de vele partijen die actief zijn op dit terrein. Elke partij heeft zijn eigen aandachtsgebied. Het is de kunst over de eigen grenzen heen te kijken en de samenwerking op te zoeken, in het belang van het welzijn van de cliënt. De gemeente bevordert de samenwerking door haar regierol op te pakken. De vraag van de cliënten wordt kenbaar gemaakt vanuit de Wmo-raad. Er is sprake van een cyclus: de met de cliënten gemaakte afspraken worden bij de partijen neergelegd en na een jaar wordt bekeken wat de cliënten ervan hebben ondervonden.

Huijgen vraagt of na de aanbesteding met veel zorgaanbieders wordt gesproken.

Fokkes antwoordt bevestigend. In buurten wordt geprobeerd vrijwillige en professionele zorg bij elkaar te brengen. Afstemming is nodig om op wijk- en dorpsniveau resultaat te behalen.

Huijgen vraagt aandacht bij de agenda voor het idee om de vroegere wijkverpleegster in ere te herstellen. De zorgsector staat achter dit idee.

Bouius (CDA) ondersteunt dit idee van harte en vraagt of dit voor Hoogeveen kan worden onderzocht.

Fokkes wijst op de ontwikkeling van buurtzorg. Die richt zich op kleine groepen cliënten.

Brouwer stelt een vraag over de aanbesteding. Het lijkt spreker niet verkeerd dat er veel aanbieders zijn. Spreker vraagt hoe de huishoudelijke hulp plaatsvindt in het geval van schoonmaakbedrijven.
Over doelen en prioriteiten: waar krijgt het speerpunt Centrum voor Jeugd en Gezin een plaats?
Tot slot: denk bij het verbeteren van de gezondheid aan overgewicht.

Fokkes noemt de voordelen bij een groot aantal aanbieders: continuïteit, meer keuzemogelijkheden voor de cliënt en ook kleinere partijen kunnen meedoen. Wat de kwaliteit van schoonmaakbedrijven betreft: alle aanbieders moeten voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen.

Van Heugten (VVD) begrijpt dat schoonmaakbedrijven alleen voor het geven van huishoudelijke hulp in aanmerking komen.

Fokkes zegt dat dit klopt.

Van de Belt zegt dat het fenomeen schoonmaakbedrijf haar niet aanspreekt. Het gaat om meer dan huishoudelijke hulp. Hoe zijn de kwaliteitseisen geformuleerd?

Fokkes noemt een belangrijke eis: het kunnen signaleren van de hulpbehoefte.

Van Heugten vraagt hoe de communicatie verloopt als er veel aanbieders zijn.

Fokkes zegt dat voor een andere aanpak is gekozen dan voorheen. Gemonitord wordt op kwaliteit, waarbij wordt gekeken naar wachttijden en klanttevredenheid. Aanbieders kunnen in de ranking stijgen door goede kwaliteit te leveren.

Bouius vraagt of de gemeente ervoor kan zorgen dat cliënten steeds dezelfde hulpverlener krijgen via het schoonmaakbedrijf.

Fokkes zegt dat dit een zaak voor de betreffende organisatie is.

Bouius vraagt naar een onderverdeling van de cliënten die ouder dan 65 jaar zijn. Dit in verband met behoefteprognoses.

Fokkes geeft uitleg aan de hand van ontwikkelingen per onderdeel.

Wethouder Poutsma reageert op de vraag over de plaats van jeugd en gezin. Zij wijst op de relatie van het Centrum voor Jeugd en Gezin met de wijkservicepunten.

Brouwer is het hiermee eens. Het moeten niet twee gescheiden instellingen zijn.

Fokkes zegt dat overgewicht in het programma Ontspant aan de orde komt.

Bouwmeester stelt een vraag in verband met de kwaliteitseisen aan bedrijven. Hoe wordt geregeld dat de hulpverlener doet wat hij of zij moet doen? De opleiding van de hulpverlener laat wel eens te wensen over ondanks dat bedrijven gecertificeerd zijn. De cliënt ontvangt dan niet de goede zorg.

Fokkes bevestigt dat bij de aanbesteding elk bedrijf zegt aan de kwaliteitseisen te voldoen. De gemeente wil dat bij de uitvoering controleren zodat blijkt of de organisatie de gevraagde kwaliteit levert.

Fokkes presenteert de aandachtspunten.
Het eerste aandachtspunt: de toereikendheid van het Wmo-budget.
• De kosten van de huishoudelijke verzorging zullen flink stijgen. Het Rijk geeft geen extra geld maar handhaaft het oude budget. De effecten voor de gemeentelijke begroting zijn nog onduidelijk.

Reinders (CDA) stelt een vraag over de kosten. Door het vertrek van de alfahulpen wordt het duurder, maar door de verschuiving van HV2 naar HV1 worden de kosten lager. Hoe verhoudt zich dit tot elkaar?

Fokkes zegt dat de gemeente door de verschuiving naar HV1 geld overhoudt. Het prijsverschil tussen beide is wel kleiner geworden. Op een vraag van Van Heugten antwoordt Fokkes dat het precieze effect van de maatregel van het Rijk pas zal blijken in de juni- of septembercirculaire. Straks worden ook de gezondheidsituatie en de sociaaleconomische factoren meegenomen.
Het tweede aandachtspunt: Wmo, van verzorging naar participatie.
• Hoogeveen heeft de Wmo-voorzieningen en het vangnet goed op orde. De Wmo gaat over participatie en de potenties van iemand. De individuele situatie speelt een rol en daar komt de compensatieplicht bij. De komende jaren zal een omschakeling moeten plaatsvinden naar het zelforganiserend vermogen van de cliënt.

Prigge vindt dit begrijpelijk maar zegt dat het de nodige inzet zal vergen.

Fokkes zegt dat dit klopt.

Brouwer zegt dat mensen in verzorgingstehuizen of in het ziekenhuis kunnen eten en zo anderen kunnen ontmoeten.

Fokkes zegt dat SWW seniorenrestaurants organiseert. Het gaat erom hoe mensen weer in beweging zijn te krijgen zodat ze zelf initiatieven nemen.

Prigge merkt op dat verzorgingstehuizen het eten steeds meer uitventen.

Wethouder Poutsma geeft uitleg over de kern van de aanpak: we gaan terug naar een samenleving die verantwoordelijk is voor zichzelf en voor anderen. Talenten van mensen met een beperking moeten worden benut. De vraag voor de komende tijd is: hoe worden ontwikkelingen als buurtzorg en andere ontwikkelingen op wijkniveau gefaciliteerd? Dat is niet eenvoudig.

Brouwer wijst op het gevaar dat verschillende initiatieven in één wijk langs elkaar heen werken. De gemeente moet daar de regie gaan voeren.

Fokkes zegt dat dit gaat gebeuren. De gemeente gaat op wijk- en dorpniveau aansluiting zoeken bij De Smederijen en er worden relaties gelegd tussen professionele en vrijwillige zorg.
Spreker gaat in op de gevolgen van de bezuinigingen op de AWBZ. In Hoogeveen ontvangen duizend mensen een verstrekking uit de AWBZ en door de bezuiniging zou 25% buiten de boot vallen en een beroep kunnen doen op de gemeente. Tot nu toe hebben weinig mensen bij het zorgloket aangeklopt.

Brouwer verzoekt de raad te informeren als dit verandert.

Fokkes zegt dat dit al eerder is toegezegd.
Het derde aandachtspunt: samenwerking met partijen.
Het gaat om de volgende vormen van samenwerking:
• de samenwerking tussen de informele en professionele zorg;
• het maken van verbindingen tussen de verschillende beleidsvelden binnen de gemeente;
• de gemeente organiseert samenwerking vanuit haar regierol.

Stoefzand stelt een vraag over het bevorderen van de eigen verantwoordelijkheid. Hoe gaat dit bij pgb’s? Is daar een toename te bespeuren?

Fokkes zegt dat in Hoogeveen driehonderd personen een pgb hebben. Dit aantal zal niet sterk stijgen omdat het vooral ouderen betreft. Veel mensen zien namelijk op tegen de rompslomp.

Loof (PvdA) gaat in op het aandachtspunt van verzorging naar participatie. Legt de gemeente een relatie met de dit jaar in werking getreden Wet op het participatiebudget?

Fokkes zegt dat dit gaat gebeuren. Het gaat over participatiebanen, maatschappelijke stages en dergelijke.
Spreker vraagt de raadsleden of aandachtspunten ontbreken.

Prigge vindt de genoemde aandachtspunten prima. Hij bedankt Fokkes voor de presentatie.

Brouwer bedankt Fokkes voor de prima presentatie. Spreker herhaalt de twee al genoemde aandachtspunten: de wijkverpleegster en de combinatie met het Centrum voor Jeugd en Gezin.

De voorzitter sluit de behandeling van dit punt en bedankt Fokkes voor de presentatie.

4. Rondvraag
Er wordt geen gebruikgemaakt van de rondvraag.

De voorzitter sluit het blok informeren.