Verslag Raadsavond Informeren 28 mei 2009     

Verslag Raadsavond Informeren 28 mei 2009                                                                                                                        

Aanwezig: A.A. Steenbergen (voorzitter), J. Ballast, R. van de Belt, B. Boersma, L. Bouwmeester, J.W. Braam, J. Bruins Slot, H.B. Giethoorn, E. van Heugten-Steenbergen, G.E.J. Huijgen, L. Hummel, E.R. Klok, K.J. van der Laan, H. Loof, B. Okken, J.K. Otten, H. Prigge, W. van Regteren, H. Reinders, H. Siebering, J.H. Steenbergen, J. Stoefzand, M. Tuit, G. Vos, W. Warrink, H. van de Weg, J. Bekkering, H. Bouius, F. Nijland, D.J. Schuldink, M.F. Strolenberg, J. Everaarts (commissiegriffier) en J.P. Wind (griffier).

Aanwezig namens het college: de wethouders A. Bargeman en W. van der Zwaag.

Aanwezige ambtenaren: E. Kuipers (afdeling Ruimte) en A. Zijlstra (ingenieursbureau).

Verder aanwezig: G. Dijksman (chef district Zuidwest-Drenthe regiopolitie) en de chefs van de basiseenheden, H. Kodden en B. Gehasse.

Verslag: R. Brusselaars (Notuleerservice Nederland).

De voorzitter opent de vergadering met een woord van waardering voor de volle tribune, hetgeen inhoudt dat de politiek leeft. Vanwege het grote aantal insprekers wordt voorgesteld agendapunt 3 naar voren te halen. Niemand maakt hiertegen bezwaar.
Het doel van deze avond is informeren.

Afhankelijk van de resultaten wordt bekeken of en wanneer het debat aangaande het vliegveld zal worden voortgezet. Er zal zeker geen besluitvorming plaatsvinden.
 
1. Spreekrecht
Henny van Koot, voorzitter van de Stichting Vliegveld Hoogeveen, haalt een citaat uit de media aan. De financiën zijn niet bepalend voor het VVD-standpunt dat het vliegveld moet sluiten. Wanneer enkele mensen met een vliegtuig hun zin zouden krijgen, worden 54.000 Hoogeveners belangrijke financiële en economische vooruitzichten onthouden. Het vliegveld ligt op de verkeerde plek. De beslissing moet niet langer vooruit worden geschoven.
Van Koot stelt dat het om meer mensen gaat dan in de media wordt gesuggereerd:
•    Grootste (sport)vereniging in Hoogeveen e.o. met ruim vijfhonderd leden.
•    Diverse ondernemers die hun brood verdienen en zorgen voor werkgelegenheid, scholing en stageplaatsen.
•    Werknemers.
•    Medical Air Service (ANWB) en politie als gebruiker voor belangrijke maatschappelijke activiteiten.
•    Geestelijk en lichamelijk beperkte kinderen en kinderen in terminale fase via Stichting Hoogvliegers.
•    Bezoekers en toeristen.
Uit de notulen van de onderhavige raadsvergadering van januari 2003 blijkt dat per 1 januari 2013 tot verlenging van de erfpacht zal worden overgegaan. Los van de vraag of die raad en dat college in juridische zin de huidige raad en college kunnen binden, mogen de
Stichting Vliegveld Hoogeveen en haar gebruikers ervan uitgaan dat – behoudens nieuwe feiten en omstandigheden – het bestuur van de gemeente Hoogeveen die intentieverklaring gestand doet. De VVD heeft die feiten en omstandigheden tot heden niet duidelijk kunnen maken.
Voorts verwijst Van Koot naar de in december door de Eerste Kamer aangenomen Regeling burger- en militaire luchthavens.
Deze regeling houdt in:
–    Decentralisatie luchthavenbeleid.
–    Bevoegdheden van centrale overheid naar provincie.
–    Binnen vijf jaar stelt de provincie een Luchthavenbesluit of Luchthavenregeling op.
Per 1 november 2009 voert het Directoraat Generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken de  omzettingsregeling ter vervanging huidige aanwijzing in. Uit de memorie van toelichting blijkt dat de gemiddelde geluidsbelasting 0,5 dB bedraagt. Dit is niet van doorslaggevende betekenis geweest bij het bepalen van Lden contourwaarden. De contourwaarden zullen in vrijwel alle gevallen binnen de grens van het luchthavengebied komen te liggen.
Nu er geen nieuwe feiten of omstandigheden bekend zijn geworden, mogen belanghebbenden erop vertrouwen dat het college die intentieverklaring uit 2003 gestand doet. Het motto van de gemeente is ‘samen maakt sterker’. Het stichtingsbestuur zou dan ook graag zien dat de gemeente, samen met de Stichting Vliegveld Hoogeveen, de gebruikers, de provincie en andere gebruikers, in het vliegveld investeert waarbij wordt gestreefd naar continuïteit, kwaliteit en duurzaamheid.
Tot slot zegt Van Koot dat de betrokkenen trots mogen zijn op het Luchtsportcentrum Hoogeveen.

Reinders (CDA) vraagt of Van Koot bekend is met de verstrekte informatie van de VVD.

Van Koot zegt de laatste informatie heel laat te hebben ontvangen. Hij ziet de informatie als een bevestiging van hetgeen eerder door hem is gezegd.

Reinders beaamt de late binnenkomst van de informatie, wat het democratische proces niet bevordert. Voorts vraagt Reinders om een onderbouwing van de door Van Koot aangehaalde juridische aspecten.

Van Koot heeft – ondersteund door deskundigen – een analyse gemaakt.

Loof (PvdA) vraagt waarop de duidelijke informatie waarop Van Koot doelt is gebaseerd. Loof meent te hebben begrepen dat de provincie hierop nog een beleid moet ontwikkelen.

Van Koot refereert aan de intentie van de wetgever, die in de memorie van toelichting staat omschreven.

Van Heugten (VVD) zegt dat het hier om een initiatiefraadsvoorstel en niet om een motie gaat, zoals Van Koot suggereert.

Van Koot herstelt dit. Het gaat inderdaad om een initiatiefvoorstel.
Van Koot noemt in zijn betoog de heer Klok.

Van Heugten zegt dat de heer Klok bij monde van de VVD heeft gesproken.
Voorts vraagt Van Heugten wat Van Koot bedoelt met de intentie voor een gemeenschappelijke public relations.
Van Koot haalt een tekst op een site aan waarin de heer Klok spreekt over de mogelijke promotie van het vliegveld. Het vliegveld is 25 jaar geleden voor exploitatie overgenomen. Van Koot is van mening dat het vliegveld een speerpunt voor de gemeente moet zijn. Hij maakt daarbij de vergelijking met de dierentuin in Emmen.

Van Heugten stelt dat die vergelijking qua bezoekersaantallen niet opgaat. Ook constateert zij tussen 2003 en heden geen stijgende lijn.

Van Koot reageert hierop met de stelling dat men dingen soms moet koesteren zonder een hoge doelstelling te verwachten. Groei kan immers ook belemmerend werken. De doelstelling is uitbreiding van de thema- en attractiewaarde van het vliegveld. Er is veel gedaan om deze doelstelling te bereiken. Van Koot is bereid hier op een later tijdstip dieper op in te gaan.

Van Heugten is van mening dat de groei van het vliegveld en de groei van Hoogeveen elkaar in de weg zitten.

Van Koot zegt dat de in 2003 uitgesproken intentieverklaring losstaat van de ontwikkelingen die van maatschappelijk belang zijn. Als voorbeeld wordt onder meer the Medical Air Services genoemd.

De voorzitter geeft het woord aan de heer Frits Paymans (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart) als tweede inspreker. Paymans zegt dat de luchtvaart als infrastructurele voorziening niet meer is weg te denken uit de samenleving. De bedrijfstak is zelfvoorzienend. Meer dan 1 miljoen Nederlanders zijn voor hun broodwinning en welbevinden direct of indirect afhankelijk van die luchtvaart. De luchtvaart is een belangrijke bron van werkgelegenheid die in stand moet worden gehouden. Door gebrek aan accommodaties en faciliteiten in eigen land vinden opleidingen in de luchtvaartbranche nu veelal in het buitenland plaats. Paymans mist in de onderliggende argumentatie de regionale en nationale afwegingen. De luchtsporten richten zich voornamelijk op jongeren van veertien tot zestien jaar. Spreiding van de luchthavens is in het kader van veiligheid en bereikbaarheid essentieel. Paymans spreekt, evenals de vorige spreker, de hoop uit dat de provincie haar verantwoordelijkheid zal nemen. De KNVvL pleit ervoor om het bestaan van een luchthaven in de provinciale structuurvisie veilig te stellen. De leden van het KNVvL hebben de intentie hun sport en recreatie in harmonie met het milieu te willen bedrijven. De economische waarde van het vliegveld is aanmerkelijk groter dan het lokale belang en zal alleen nog maar toenemen. Derhalve dringt Paymans er sterk op aan het vliegveld als onmisbaar te kwalificeren.

Loof (PvdA) vraagt Paymans het door hem geschetste beeld over het economische belang van het vliegveld naar de situatie in Hoogeveen te vertalen.

Paymans verstaat onder het economisch belang niet slechts het heen en weer gaan van geldstromen en werkgelegenheid, maar ook een goede invulling van de vrije tijd. De stad Hoogeveen heeft een belangrijke regionale functie.

De derde inspreker, de heer Doede Ruiter (ondernemer, ondererfpachter en docent Luchtvaartrecht), brengt het hoge bezoekersaantal op Hemelvaartsdag (6500) in herinnering.
Vervolgens merkt hij het volgende op:
Er is momenteel geen enkele regelgeving.
Ruiter stelt vraagtekens bij de deskundigheid waarmee het stuk – slechts in concept – is samengesteld.
Hij mist beleid aangaande de bedrijven in Hoogeveen en spreekt zijn bezorgdheid uit over de werkgelegenheid voor de werknemers die daar al gedurende twintig jaar werken.
Hij mist de registratie in de Kamer van Koophandel.
Vervolgens refereert Ruiter aan de motie van 30 januari 2003 waarin staat: “Met als doel over te gaan tot verlenging van de pachtovereenkomst. Mochten zich nieuwe feiten of omstandigheden voordoen… in goed overleg.” Van overleg is volgens Ruiter geen sprake. “Het gaat gewoon om geld.”
Ruiter vraagt de politiek zich aan haar eerder gegeven woord te houden om in 2010 opnieuw bijeen te komen.

Reinders (CDA) vraagt Ruiter zijn visie op het punt van externe veiligheid te geven.
Ruiter antwoordt dat na de Bijlmerramp men angstiger is geworden dat het bij de landing of het vertrek misgaat. De periode daartussen is veel groter. De externe veiligheidsregels stellen dat je in die kleine zone geen permanente bewoning mag hebben. De externe veiligheid speelt alleen maar voor en achter het vliegveld.
Verder vraagt Reinders of de erfpacht zomaar kan worden stopgezet.

Ruiter zegt dat hij in het vliegveld heeft geïnvesteerd. Als het vliegveld wordt opgezegd, kan de gemeente een juridische procedure tegemoet zien. Hij refereert nogmaals aan de raadsvergadering van 30 januari 2003, waarin door Gemeentebelangen Hoogeveen werd gesteld dat de ondernemers eindelijk zekerheid moesten hebben. Ruiter heeft op basis van de destijds gewekte verwachtingen en vertrouwen in zijn onderneming geïnvesteerd.

Huijgen (PvdA) vraagt wat de bezwaren van Ruiter zijn om het punt in 2009 in plaats van in 2010 te bespreken.

Ruiter verwijst naar de toezegging dat er sprake van uitgebreid overleg zou zijn. Nu wordt het stuk als vaststaand feit gepresenteerd. Ruiter ziet dit als een overval.

Huijgen vraagt of Ruiter het denkbaar acht dat er in 2010 op dezelfde manier over gesproken zou worden.

Ruiter zegt dat de raadssamenstelling in 2010 waarschijnlijk anders zal zijn.

De heer Lip (vierde inspreker) spreekt weliswaar op persoonlijke titel, maar ziet zich als vertegenwoordiger van veel inwoners van Hoogeveen. Lip maakt bezwaar tegen de manier waarop er in deze materie door diverse partijen met elkaar wordt omgegaan en vraagt zich af of men tot consensus kan komen. Lip adviseert de raadsleden zich te laten informeren door de inwoners van Hoogeveen. De inwoners van Hoogeveen zijn – bij monde van de heer Lip – van mening dat Hoogeveen moet kunnen uitbreiden. Zij hechten echter ook grote waarde aan de recreatieve functie van het vliegveld. Beslissingen hieromtrent moeten niet overhaast worden genomen.

Okken (Gemeentebelangen) vraagt of Lip op de hoogte is van de door Gemeentebelangen gehouden enquête.

Lip antwoordt dat de contacten met zijn achterban zich op straat afspelen. Deze mensen bereik je niet met een enquête.

Siebering (PvdA) heeft moeite met de demagogische toon van het betoog van Lip. De opmerking “ik spreek namens de bevolking” getuigt volgens Siebering van arrogantie. De raad luistert wel degelijk naar de bevolking. De enquête had echter niet alleen betrekking op het vliegveld.

Lip antwoordt dat hij een deel van de mening van de bevolking vertolkt. Hij baseert zijn betoog op hetgeen hij heeft gehoord en gezien. Hij roept de bevolking ook op gebruik te maken van het inspreekrecht tijdens een raadsavond als deze. Veel mensen schrikken hiervoor terug.

De heer Dick Kemp (vijfde inspreker) vraagt zich af of de gemeente zich aan haar slogan ‘doen wat je belooft’ houdt. Op 30 januari 2003 is door het aannemen van de motie ook besloten de erfpachtovereenkomst te verlengen. Hij citeert enkele passages uit de betreffende notulen. Kemp vraagt zich af of de raadsleden op de hoogte zijn van hetgeen destijds is besloten. Ook uit de media blijkt dit niet. Als dit wel zo was geweest, was het onderhavige voorstel volgens Kemp overbodig geweest. De motie is destijds met een grote meerderheid van stemmen aangenomen.

Gerrit Jacobs, erevoorzitter van de Aircraftowner and Pilotassociaton, is de zesde en laatste inspreker. Alvorens met zijn betoog te beginnen vergewist de heer Jacobs zich van een goede verstaanbaarheid voor iedereen. Jacobs spreekt op persoonlijke titel. Hij houdt zich beroepsmatig bezig met de sportvliegerij. Hij heeft de opbouw van het vliegveld vanaf 1969 meegemaakt. Jacobs sluit zich aan bij hetgeen door de vorige sprekers is gezegd. De bijdrage van Jacobs is schriftelijk beschikbaar. Hij heeft zijn bijdrage ook aan de media aangeboden. Jacobs spreekt namens 1600 Nederlandse vliegers en vliegtuigeigenaren, een klein percentage. Om Nederland voor kleinere vliegtuigen door de lucht bereikbaar te houden is een netwerk van luchthavens van groot belang. Hij refereert aan een uitspraak van voormalig VVD minister Jorritsma: “Er wordt geen vliegveld gesloten of er moet eerst een ander in de buurt worden aangewezen.” Degenen die thans gebruikmaken van het vliegveld in Hoogeveen, kunnen niet naar elders uitwijken omdat de vliegvelden aldaar geen milieuruimte hebben. Jacobs verwijst voor informatie naar een Engelstalige resolutie van het Europees Parlement en vraagt de raad hiermee in zijn afwegingen met betrekking tot het initiatiefvoorstel rekening te houden.
Jacobs denkt verder te spreken namens de Stichting Hoogvliegers met de opmerking dat het vliegen met deze kinderen leuk en zeer dankbaar is. Jacobs vraagt of de beschikbare gegevens omtrent de hoeveelheden sportvliegers kloppen. Volgens hem maken meer sportvliegers gebruik van het vliegveld. Vliegveld Hoogeveen doet bovendien dienst bij calamiteiten.
Jacobs benadrukt dat het niet om een elitaire club gaat. Op het vliegveld staat een gesubsidieerd rijksmonument. Verhuizing van de hangar zou duur zijn. Het verdwijnen van het vliegveld zou ten koste gaan van de recreatie in Hoogeveen. Jacobs roept de raad dringend op de volgende vergadering te besluiten dat het vliegveld mag blijven. Hij besluit zijn betoog met de opmerking het pijnlijk te vinden dat hij wordt gezien als profiteur terwijl veel mensen plezier aan het vliegveld beleven.

Steenbergen (Gemeentebelangen) vraagt of er daadwerkelijk onderzoek is gedaan naar de capaciteit van de andere Nederlandse vliegvelden.

Jacobs noemt vliegveld Teuge als voorbeeld. Elk vliegveld heeft beperkingen in het aantal start- en landingsbewegingen. Vliegveld Teuge is al enkele jaren in oktober gesloten omdat het geluidsvolume was volgevlogen. Veel vliegvelden zitten aan de top van dat geluidsvolume. Ook in Hoogeveen kan er niets meer bij.

2. Voortzetting behandeling initiatiefvoorstel VVD – opzegging pachtovereenkomst vliegveld

Klok (VVD) refereert aan de opdracht van 8 januari 2009 om opheldering over een vijftal vragen te verschaffen. De antwoorden op de te beantwoorden vragen naar aanleiding van de raadsavond op 8 januari zijn door de VVD aan te raad toegezonden. Klok biedt zijn welgemeende excuses aan voor het late tijdstip waarop dit is gebeurd. De actuele gegevens zijn op 27 mei bekend geworden en gelijk naar de raad en de provincie doorgestuurd. Het beleid van de provincie is tot op heden nauwelijks veranderd. De provincie Drenthe zal volgzaam zijn aan het beleid van de gemeente Hoogeveen. Geconcludeerd wordt dat de gemeente Hoogeveen snel een besluit dient te nemen waarmee de provincie aan de slag kan. De VVD wil duidelijkheid zodat Hoogeveen alle mogelijkheden zoals bouwmogelijkheden en de in verband daarmee eventueel te ontvangen Europese subsidies kan aangrijpen. De VVD is zich ervan bewust dat er voor 31 december 2011 nog geen optimale duidelijkheid zal zijn over de contouren.

Okken (Gemeentebelangen) vraagt uit welk provinciaal stuk de heer Klok citeert.
Klok antwoordt dat het betreft het stuk van Witteveen en Bosch.
Dit stuk is Okken bekend.

Steenbergen (Gemeentebelangen) refereert aan een brief die via de VVD is ontvangen. Hij vraagt wie de daadwerkelijke afzender was.
Voorts vraagt Steenbergen of de VVD geen spijt van de beslissing tot sluiting van het vliegveld zou krijgen als de contouren wel duidelijk binnen de toegestane marges zouden liggen.

Klok zegt de betreffende brief bewust zonder vermelding van de afzender te hebben verstuurd omdat niet bekend is wie hem zou krijgen. Hij deelt nu mee dat de afzender mevrouw Akkerman van de provincie Drenthe is. De brief is geschreven naar aanleiding van het te verwachten beleid van GS. Hij geeft toe dat de VVD zich hiermee niet aan de op 8 januari gedane toezeggingen heeft gehouden.
Omtrent de contouren van het vliegveld zegt Klok dat de verwachting die nu wordt gewekt luidt dat de contouren niet beperkt blijven tot het huidige vliegveld.

Loof (PvdA) complimenteert de sprekers met hun boeiende, waardevolle bijdragen. Hij citeert een passage uit de notulen van 8 januari: “Besluiten mogen niet worden genomen op basis van sentimenten.” De notities van het college en de VVD roepen nieuwe vragen op:
•    Wanneer komt er duidelijkheid over de gevolgen van de nieuwe hindercontour, de Lden en het omzettingsbesluit?
•    Hoe is het met de uitwerking van de externe veiligheid?
•    Heeft de bespreking over de regionale luchtvaartvisie plaatsgevonden en wat is het resultaat daarvan?
•    Wat is het resultaat van de op 13 mei gehouden bijeenkomst in het kader van de regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens?
•    Voorts vraagt men zich af of er alleen e-mailcontact is geweest.
Klok zegt dat er veel contacten zijn geweest. De bedoelde e-mails zijn een weergave van hetgeen op 8 januari is toegezegd.
Loof: De PvdA heeft problemen met de beantwoording van de vragen zoals in de notitie verwoord.

Vos (ChristenUnie) constateert dat er te weinig informatie is om tot meningsvorming over te gaan. De antwoorden van de VVD zijn onvoldoende onderbouwd.

Okken (Gemeentebelangen) spreekt eveneens zijn waardering voor de insprekers uit.
Hij constateert dat een zestal toezeggingen niet zijn nagekomen en vraagt de raad de fracties hierover te informeren.

Reinders (CDA) vraagt of de VVD, ongeacht het feit dat men te weinig kennis heeft voor een objectieve meningsvorming, van mening is dat het vliegveld dichtmoet.

Klok ontkent dit. In het meningsvormende blok komen wellicht feiten naar voren die de mening kunnen wijzigen.
Reinders: Het CDA heeft grote moeite met de beantwoording van vraag 3 en 4 uit de VVD notitie. Verwachtingen mogen geen basis tot sluiting van het vliegveld vormen.

Van Heugten (VVD) verwijst naar pagina 18 van de betreffende notulen, waarin staat dat het college, alvorens over te gaan tot verlenging van de erfpachtovereenkomst, eerst terug moet komen bij de raad.   

Tuit (PvdA) zegt dat de VVD ongeveer vijf maanden de tijd heeft gehad om antwoorden te formuleren. Desondanks zijn deze antwoorden onvolledig.

Van Heugten zegt dat de fracties, alvorens onderhandeling in de raad plaatsvindt, een duidelijk standpunt met argumenten moeten formuleren. Er is geen duidelijkheid over de Lden-norm en naar verwachting zal die er voorlopig ook niet komen. De VVD heeft daarop geen invloed. Ook wacht men op de structuurvisie van de provincie.

Reinders kan zich vinden in de opmerking van Van Heugten dat de tijd moet worden genomen om tot besluitvorming te komen. Reinders vraagt of de voorliggende informatie volgens de VVD voldoende is om tot besluitvorming te komen.

Van Heugten ontkent dit. Alvorens tot besluitvorming over te gaan, dient men zich eerst een mening te vormen.

Reinders vraagt richting het college of de erfpacht, juridisch gezien, zonder onderbouwing kan worden opgezegd. Voorts vraagt hij hoe het ambtelijk overleg zich verhoudt tot de provincie.

Wethouder Bargeman beantwoordt namens het college een aantal vragen. De bijeenkomst over de regionale luchtvaartvisie is verplaatst naar 3 juni. In de vergadering van 13 mei zijn geen nieuwe feiten naar voren gekomen. De zaak omtrent de opzegging van de erfpacht is door gemeentelijke juristen bekeken. Het is moeilijk hier duidelijkheid over te krijgen. Honderd vragen leiden tot honderd antwoorden. Desgevraagd zegt wethouder Bargeman dat de raad moet beoordelen of het inwinnen van een extern advies zinvol is.

Wethouder Van der Zwaag zegt dat de gemeente is gehouden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur inhoudende dat moet worden voldaan aan de motiveringsplicht. Desgevraagd zegt wethouder Van der Zwaag dat dit jarenlange procedures zou kunnen impliceren.

Siebering (PvdA) memoreert de uitspraak van Van Heugten. De provincie wacht op de raad en zal haar beleid daarop afstemmen.

Aangaande de onderhandelingspositie van de raad verwijst Van Heugten naar de weergave van de politieke beslissing in het verslag d.d. 30 januari 2003. Met betrekking tot de prognose heeft de provincie contacten met de betrokken ambtenaren in Hoogeveen. De provincie gaat op basis van die informatie een structuurvisie schrijven. Die structuurvisie is van belang voor de verdere ontwikkeling van Drenthe, dus ook voor Hoogeveen.

Loof (PvdA) zegt op basis van de gepresenteerde informatie binnen de fractie een afweging te zullen maken.

Vos (ChristenUnie) acht het voorstel niet rijp voor besluitvorming en meningsvorming. De ChristenUnie is van mening dat men zich voor een discussie over de toekomst van het vliegveld niet tot het onderhavige voorstel moet beperken. Hij benadrukt dat kwaliteit belangrijker is dan tijdsdruk.

Okken (Gemeentebelangen) vindt het voorstel eveneens absoluut niet rijp voor meningsvorming omdat het nog veel vragen oproept.

Reinders (CDA) heeft op dit moment geen behoefte aan een meningsvormend blok. Zijn fractie vindt de informatie te onduidelijk. Hij vraagt welke minimumeisen de provincie stelt voor het voortbestaan van het vliegveld. Hij refereert naar de motie waarin de provincie kan worden opgeroepen duidelijkheid te geven.
Het vliegveld is volgens het CDA één van de grote kansen om de werkgelegenheid in Hoogeveen te bevorderen. Elke beslissing die thans door de raad wordt genomen, zou door de volgende raad die in 2010 wordt gekozen, kunnen worden overruled.
Er wordt verwezen naar de jurisprudentie over dit onderwerp.

Klok (VVD) vraagt of een eventuele onderbouwing van de woningbouw waarop de heer
Reinders doelt, in een meningvormend blok aan de orde zou zijn.

Reinders zegt dat er veel meer vragen zijn, onder meer over de Lden-norm en de te ondernemen acties door de provincie.

De voorzitter concludeert dat er op korte termijn geen behoefte aan een meningsvormend blok is. Hij stelt voor het onderwerp, zodra er voldoende informatie is, opnieuw te agenderen. Hiermee wordt ingestemd.
Voorts bedankt de voorzitter een ieder voor zijn inbreng en uithoudingsvermogen.

4. Milieujaarverslag 2008
De CU stelt voor dit punt van de agenda te schrappen mits de vragen schriftelijk worden beantwoord en aan alle raadsleden worden verspreid.
Niemand oppert hiertegen bezwaar.

5. Presentatie veiligheidsplan politie Zuidwest-Drenthe
De presentatie zal bij het verslag worden gevoegd.

Mevrouw Dijksman bedankt de raad voor de uitnodiging. Alvorens haar presentatie te starten gaat ze in op een eerder gestelde vraag over het landen van politievliegtuigen. Er zijn er die dermate klein zijn, dat ze overal kunnen landen.
Dijksman schetst de diverse aspecten van het politiebeleid. Er wordt met diverse partijen samengewerkt. De politie heeft informatieplicht, de raad heeft wettelijk inbrengrecht. De politie-inzet dient te worden geïntegreerd in het lokale veiligheidsplan. Een zorgwekkende ontwikkeling is dat aan steeds meer verplichtingen moet worden voldaan. In het district Zuidwest-Drenthe is, op basis van analyse, gekozen voor de prioriteiten jeugd, (huiselijk) geweld en verkeer. Op regionaal gebied gaat het politiekorps werken met een externe adviseur, een burgerpanel en een kwaliteitskring van wijkagenten. Momenteel wordt er op de diverse thema’s een probleemanalyse gemaakt om te kijken waar op districtsniveau een extra impuls nodig is. Lokaal is men gehouden aan de regionale prioriteiten en de landelijke aandachtspunten. Dit moet worden vertaald in lokale uitvoeringsplannen. De lokale wijkagenten wordt gevraagd om een analyse te geven van de problematiek in hun wijk, zodat bekeken kan worden waarop het personeel de komende tijd dient te worden ingezet. Geconstateerd wordt dat men in Hoogeveen beschikt over goedwerkende netwerken. Het JOT is hiervan een goed voorbeeld.

Vos (CU) merkt op dat het bezoek aan het politiebureau als zeer nuttig is ervaren. De toen gepresenteerde prioriteiten alcohol, brand en jongeren stroken niet helemaal met de prioriteiten die zojuist zijn gepresenteerd.
Brand kan, op basis van een analyse, mogelijk een prioriteit worden. (Huiselijk) geweld komt uit alle analyses naar voren. Het gebruik van alcohol en drugs loopt als een rode draad door alle plannen.

Huijgen (PvdA) vraagt of het politiekorps datgene kan doen waar het voor staat. Voorts vraagt hij hoe het korps staat tegenover het verschijnsel jeugdgroepen. Kan er een voorbeeld worden gegeven van een te scannen gebied? Tot slot refereert hij aan een krantenkop ‘met de lat erover’. Hij betreurt dit beleid en vraagt hoe het korps hiertegenover staat.

Dijksman antwoordt dat de politie niet kan doen wat zij zou willen. Daarvoor zou de capaciteit moeten worden uitgebreid. Zij doet de dingen zo goed mogelijk. De doorgevoerde en te verwachten bezuinigingen zijn zeker een punt van zorg. De jeugdgroepen worden in beeld gebracht; hinderlijke, overlastgevende en criminele jeugdgroepen. Daarvoor wordt een specifieke aanpak bedacht. Op dit gebied zou beter kunnen worden samengewerkt. Ook ouders, gemeente en scholen hebben hierin een rol. Dijksman zegt geen persoon te zijn voor ‘de lat erover’.Wanneer alles is geprobeerd, zal er wel moeten worden doorgepakt. De gebiedsgebonden politiescans worden meestal ingedeeld naar het gebied van de wijkagent. Ook hier heeft de gemeente een rol in.

Reinders (CDA) verifieert de opmerking dat er op het gebied van de jeugd beter kan worden samengewerkt.

Dijksman antwoordt dat er in samenwerking met de gemeente verregaande plannen zijn gemaakt voor de aanpak van recidivegezinnen.

Stoefzand (Gemeentebelangen) bedankt mevrouw Dijksman voor haar presentatie. Hij merkt op dat de bevolking bij hinder- en overlastgevend gedrag vaak het idee heeft: “Ik blijf maar bellen, maar er gebeurt nooit wat.” Wanneer gaat de politie over tot actie?

De heer Gehasse neemt afstand van het beeld dat er niks aan gedaan wordt.
Wel is het zo dat er enerzijds moet worden gereageerd op de incidenten die in de beleving van de omwonenden uit de hand lopen. Deze problemen kunnen niet ter plekke worden opgelost. Het is een kwestie van ‘brandjes blussen’. Deze situaties worden wel in beeld gebracht en meegenomen naar bijvoorbeeld het jongerenwerk. Gehasse constateert dat dit in Hoogeveen goed gebeurt. Het hier geschetste probleem staat ook landelijk op de agenda. Er komt wetgeving aan waar de politie ook iets mee kan.

Dijksman merkt op dat vertrouwen een belangrijk goed is. Een verbeterpunt is het terugbellen van de melder wat steeds meer gebeurt.

Huijgen zegt dat overlast een subjectief begrip is.

Dijksman antwoordt dat de centralist bij een melding wel doorvraagt en zich ervan gewist dat het echt om overlast gaat. Het is belangrijk de melding in de juiste context te plaatsen.
Het veiligheidsplan wordt onder de raadsleden verspreid.

De voorzitter dankt mevrouw Dijksman en de heer Gehasse voor hun inbreng.

Dijksman zegt altijd bereid te zijn tot het beantwoorden van vragen. Ze vond het prettig aanwezig te mogen zijn.

Een spreker oppert nog een bezoek aan het bureau om zaken uit te wisselen.

Dijksman oppert een informele discussie.

Het veiligheidsplan wordt hiermee voor kennisgeving aangenomen.

5. Rondvraag
Niemand wenst hiervan gebruik te maken.
De voorzitter sluit hiermee het blok informeren.