Verslag raadsavond informeren 22 januari 2009   


   
                                                                                                                         

Aanwezig: Jan Stoefzand (voorzitter), Anno Wietze Hiemstra, Lucas Hummel, Hendrikus Loof, Erik Giethoorn, Bé Okken, Bert Otten, Wicher van Regteren, Henk Reinders, Jan Steenbergen, Gert Vos, Jan Bekkering en Alma van Dooren (commissiegriffier).

Aanwezig namens het college: wethouder Ton Bargeman.

Aanwezige ambtenaren: Johan Gossen.

Aanwezig namens Arcadis: Guido Hagen.

Verslag: Zwaantinus Jeuring (Notuleerservice Nederland).

De agenda luidde als volgt:
1. Spreekrecht.
2. Gebiedsgericht benutten.
3. Rondvraag.

Het volgende werd naar voren gebracht.

De voorzitter stelt vast dat het agendapunt pas op het laatste moment op de agenda is gezet. De aanwezigen constateren dat het presidium zich niet aan de 24-uurtermijn heeft gehouden.

1. Spreekrecht
Er wordt geen gebruik gemaakt van het spreekrecht.

2. Gebiedsgericht benutten
De voorzitter geeft het woord aan Johan Gossen, medewerker afdeling verkeer.

Gossen (medewerker afdeling verkeer) zegt dat het punt Gebiedsgericht benutten (GGB) op verzoek van wethouder Bargeman na een presentatie voor het college voor informeren is aangemeld. Gossen leidt kort in.
De studie GGB heeft de gemeente samen met de provincie en Rijkswaterstaat laten uitvoeren. Er is overleg met een buurgemeente geweest. De centrale vraag is waar in de toekomst knelpunten in de infrastructuur ontstaan met het oog op de bereikbaarheid van Hoogeveen. De studie geeft aan hoe met relatief eenvoudige middelen aanpassingen kunnen worden gedaan zodat de bereikbaarheid voor langere tijd is gewaarborgd. Daarnaast is apart bekeken welke eventuele grootschaliger maatregelen nodig zouden kunnen zijn om Hoogeveen en de regio op langere termijn bereikbaar te houden. Guido Hagen van Arcadis geeft een verdere toelichting.

Hagen (projectleider namens Arcadis) presenteert de resultaten van de studie GGB.
• De vraagstelling van de studie: hoe kan Hoogeveen tot 2020 in regionale context bereikbaar worden gehouden?
• GGB is een landelijk toegepaste methodiek waarbij regionale wegbeheerders met elkaar maatregelen bedenken.
• De maatregelen zijn gericht op operationele verkeerbeheersing, dat zijn kleine infrastructurele aanpassingen.
• Het gaat niet over grote infrastructurele maatregelen zoals een nieuw wegvak of een rondweg, dat zijn maatregelen voor de wat langere termijn.
• Vanwege het knelpunt bij Hoogeveen waar de N48 begint heeft overleg met de gemeente De Wolden plaatsgevonden. Andere externe partijen zijn betrokken.
• De wegbeheerders hebben een beleidsinventarisatie gedaan en een regelstrategie opgesteld.
• De drie wegbeheerders en De Wolden hebben met behulp van de regelstrategie aangegeven welke wegen in de regio het belangrijkste zijn.
• De A28 is de belangrijkste wegverbinding voor de afwikkeling van het verkeer. De A37 is hieraan ondergeschikt.
• Met behulp van de uitkomsten van de regelstrategie kunnen keuzes worden gemaakt als zich knelpunten gaan voordoen. Er is gekeken naar mogelijke knelpunten in 2020.
• In de studie is naar twee specifieke aspecten gekeken: verkeersafwikkeling/-doorstroming en verkeersveiligheid.
• Hagen geeft uitleg over het aspect verkeersveiligheid met behulp van de inventarisatie van plaatsen met ‘uitsluitend materiële schade’. Ook de toekomstige situaties zijn weergegeven. Aan de hand van de geconstateerde knelpunten zijn maatregelen opgesteld.
Op een vraag van Vos antwoordt Hagen dat er een knelpunt 2020 is geformuleerd vlak voor het knooppunt Hoogeveen, komende vanuit Meppel. Er zijn maatregelen geformuleerd.
Vanuit de raadzaal wordt geconstateerd dat sommige ‘knelpunten’ niet zijn geconstateerd, zoals de afrit vanaf de A28 bij Fluitenberg, komende vanaf Assen.
• Hagen geeft uitleg bij een onderdeel van de studie: het nader bekijken van situaties met problemen en de oorzaken ervan.
• Als voorbeeld noemt spreker de verbindingsboog west-noord in het zuidoostelijke kwadrant van het knooppunt Hoogeveen. Hier is de doorstroming en de verkeersveiligheid een probleem. Vos wees er zojuist al op.

Hiemstra kent dit knelpunt en wijst erop dat de borden met afslag Ommen en vlak daarna richting Groningen tot onduidelijkheid leiden. Het verkeer richting Ommen zou eerder moeten kunnen uitvoegen.

Hagen antwoordt dat het punt is dat het verkeer op de wegen zelf moet gaan weven. Bij grote steden is vaak een parallelbaan aanwezig om daarna af te slaan. Voor dit knelpunt zijn verschillende soorten maatregelen bedacht.
• Ten eerste: de snelheden meer op elkaar afstemmen zodat het weven wordt vergemakkelijkt.
• Ten tweede: het beter scheiden van het doorgaande en uitvoegende verkeer. Rijkswaterstaat gaat dit onderzoeken.
• Ten derde: een lange termijnmaatregel die duur is, is de aanleg van een fly-over voor het verkeer komende vanaf Meppel en dat richting Groningen gaat. Dit is geen maatregel die in het project GGB past.
Hagen legt de in de studie geformuleerde maatregelenpakketten uit:
• Het basispakket: maatregelen die binnen twee jaar kunnen worden uitgevoerd.
• Het aanvullend pakket: maatregelen met een looptijd tussen de twee en vijf jaar.
• Infrastructurele uitbreidingen: deze vergen een looptijd van minimaal vijf jaar.
• Hagen geeft aan de hand van kaarten uitleg over het resultaat van de studie: waar zijn welke maatregelen op welke termijn mogelijk. Ook worden indicatieve kosten van de maatregelen weergegeven.
• Aanvullend aan het onderzoek heeft Arcadis een aantal maatregelen voor de lange termijn genoemd. Hagen noemt de fly-over, het parkeerroute informatiesysteem voor het centrum, de rondweg langs het vliegveld en de capaciteitsuitbreiding op de N48 tussen knooppunt Hoogeveen en Zuidwolde.
• De verdere gang van zaken en de eventuele uitvoering van maatregelen is punt van bespreking tussen de gemeente, de provincie en Rijkswaterstaat.

Okken (Gemeentebelangen) vraagt of deze studie uit de mobiliteitsvisie voortvloeit.

Gossen antwoordt dat de studie voortvloeit uit de netwerkanalyse Zuid-Drenthe en de quick scan van Rijkswaterstaat voor het klaverblad. Hieruit bleek dat zich problemen in en rond Hoogeveen zouden voordoen. De provincie nam het initiatief tot het verrichten van een onderzoek GGB. De GGB-aanpak wordt door de minister gestimuleerd en kan worden gebruikt als handvat om in het landdelige overleg met de minister bijvoorbeeld te pleiten voor een fly-over. In het overleg met de minister dat in oktober plaatsvond is de fly-over al aangekaart.

Okken vraagt of de mobiliteitsvisie naar aanleiding van deze studie over een paar jaar moet worden overgedaan.

Gossen zegt dat een geringe overlap bestaat bij beide studies, maar dat de mobiliteitsvisie echt iets anders is. Bij GGB gaat het vooral over de rijkswegen. De gemeente probeert in overleg met de provincie en Rijkswaterstaat maatregelen voor de korte en middellange termijn af te spreken. In het landelijk overleg komen de maatregelen voor de langere termijn aan de orde. De lokale maatregelen staan zowel in de studie GGB als in de mobiliteitsvisie. Op dat punt is dus overlap.

Wethouder Bargeman voegt toe dat beide studies elkaar op dat punt ondersteunen en in dezelfde richting wijzen.

Reinders (CDA) merkt op dat een aantal vergaderingen geleden tijdens een presentatie over de Schutstraat werd gesteld dat de bereikbaarheid geringer wordt als van vier naar twee rijbanen wordt gegaan. In deze studie staat juist dat de bereikbaarheid dan wordt vergroot. Hoe zit dat?

De voorzitter stelt vast dat er te weinig tijd is deze vraag nog te behandelen. Er wordt een volgende keer op terug gekomen.

De voorzitter sluit de behandeling van dit punt. De raadsleden ontvangen het eindrapport van de studie digitaal.

3. Rondvraag
Er wordt geen gebruik van de rondvraag gemaakt.

De voorzitter sluit dit blok informeren.
 

 Verslag informeren Raadszaal 22 jauari 2009

Aanwezig: Jan Stoefzand (voorzitter), Anno Wietze Hiemstra, Lucas Hummel, Hendrikus Loof, Erik Giethoorn, Bé Okken, Bert Otten, Wicher van Regteren, Henk Reinders, Jan Steenbergen, Gert Vos, Jan Bekkering en Alma van Dooren (commissiegriffier).

Aanwezig namens het college: wethouder Ton Bargeman.

Aanwezige ambtenaren: Johan Gossen.

Aanwezig namens Arcadis: Guido Hagen.

Verslag: Zwaantinus Jeuring (Notuleerservice Nederland).

De agenda luidde als volgt:
1. Spreekrecht.
2. Gebiedsgericht benutten.
3. Rondvraag.

Het volgende werd naar voren gebracht.

De voorzitter stelt vast dat het agendapunt pas op het laatste moment op de agenda is gezet. De aanwezigen constateren dat het presidium zich niet aan de 24-uurtermijn heeft gehouden.

1. Spreekrecht
Er wordt geen gebruik gemaakt van het spreekrecht.

2. Gebiedsgericht benutten
De voorzitter geeft het woord aan Johan Gossen, medewerker afdeling verkeer.

Gossen (medewerker afdeling verkeer) zegt dat het punt Gebiedsgericht benutten (GGB) op verzoek van wethouder Bargeman na een presentatie voor het college voor informeren is aangemeld. Gossen leidt kort in.
De studie GGB heeft de gemeente samen met de provincie en Rijkswaterstaat laten uitvoeren. Er is overleg met een buurgemeente geweest. De centrale vraag is waar in de toekomst knelpunten in de infrastructuur ontstaan met het oog op de bereikbaarheid van Hoogeveen. De studie geeft aan hoe met relatief eenvoudige middelen aanpassingen kunnen worden gedaan zodat de bereikbaarheid voor langere tijd is gewaarborgd. Daarnaast is apart bekeken welke eventuele grootschaliger maatregelen nodig zouden kunnen zijn om Hoogeveen en de regio op langere termijn bereikbaar te houden. Guido Hagen van Arcadis geeft een verdere toelichting.

Hagen (projectleider namens Arcadis) presenteert de resultaten van de studie GGB.
• De vraagstelling van de studie: hoe kan Hoogeveen tot 2020 in regionale context bereikbaar worden gehouden?
• GGB is een landelijk toegepaste methodiek waarbij regionale wegbeheerders met elkaar maatregelen bedenken.
• De maatregelen zijn gericht op operationele verkeerbeheersing, dat zijn kleine infrastructurele aanpassingen.
• Het gaat niet over grote infrastructurele maatregelen zoals een nieuw wegvak of een rondweg, dat zijn maatregelen voor de wat langere termijn.
• Vanwege het knelpunt bij Hoogeveen waar de N48 begint heeft overleg met de gemeente De Wolden plaatsgevonden. Andere externe partijen zijn betrokken.
• De wegbeheerders hebben een beleidsinventarisatie gedaan en een regelstrategie opgesteld.
• De drie wegbeheerders en De Wolden hebben met behulp van de regelstrategie aangegeven welke wegen in de regio het belangrijkste zijn.
• De A28 is de belangrijkste wegverbinding voor de afwikkeling van het verkeer. De A37 is hieraan ondergeschikt.
• Met behulp van de uitkomsten van de regelstrategie kunnen keuzes worden gemaakt als zich knelpunten gaan voordoen. Er is gekeken naar mogelijke knelpunten in 2020.
• In de studie is naar twee specifieke aspecten gekeken: verkeersafwikkeling/-doorstroming en verkeersveiligheid.
• Hagen geeft uitleg over het aspect verkeersveiligheid met behulp van de inventarisatie van plaatsen met ‘uitsluitend materiële schade’. Ook de toekomstige situaties zijn weergegeven. Aan de hand van de geconstateerde knelpunten zijn maatregelen opgesteld.
Op een vraag van Vos antwoordt Hagen dat er een knelpunt 2020 is geformuleerd vlak voor het knooppunt Hoogeveen, komende vanuit Meppel. Er zijn maatregelen geformuleerd.
Vanuit de raadzaal wordt geconstateerd dat sommige ‘knelpunten’ niet zijn geconstateerd, zoals de afrit vanaf de A28 bij Fluitenberg, komende vanaf Assen.
• Hagen geeft uitleg bij een onderdeel van de studie: het nader bekijken van situaties met problemen en de oorzaken ervan.
• Als voorbeeld noemt spreker de verbindingsboog west-noord in het zuidoostelijke kwadrant van het knooppunt Hoogeveen. Hier is de doorstroming en de verkeersveiligheid een probleem. Vos wees er zojuist al op.

Hiemstra kent dit knelpunt en wijst erop dat de borden met afslag Ommen en vlak daarna richting Groningen tot onduidelijkheid leiden. Het verkeer richting Ommen zou eerder moeten kunnen uitvoegen.

Hagen antwoordt dat het punt is dat het verkeer op de wegen zelf moet gaan weven. Bij grote steden is vaak een parallelbaan aanwezig om daarna af te slaan. Voor dit knelpunt zijn verschillende soorten maatregelen bedacht.
• Ten eerste: de snelheden meer op elkaar afstemmen zodat het weven wordt vergemakkelijkt.
• Ten tweede: het beter scheiden van het doorgaande en uitvoegende verkeer. Rijkswaterstaat gaat dit onderzoeken.
• Ten derde: een lange termijnmaatregel die duur is, is de aanleg van een fly-over voor het verkeer komende vanaf Meppel en dat richting Groningen gaat. Dit is geen maatregel die in het project GGB past.
Hagen legt de in de studie geformuleerde maatregelenpakketten uit:
• Het basispakket: maatregelen die binnen twee jaar kunnen worden uitgevoerd.
• Het aanvullend pakket: maatregelen met een looptijd tussen de twee en vijf jaar.
• Infrastructurele uitbreidingen: deze vergen een looptijd van minimaal vijf jaar.
• Hagen geeft aan de hand van kaarten uitleg over het resultaat van de studie: waar zijn welke maatregelen op welke termijn mogelijk. Ook worden indicatieve kosten van de maatregelen weergegeven.
• Aanvullend aan het onderzoek heeft Arcadis een aantal maatregelen voor de lange termijn genoemd. Hagen noemt de fly-over, het parkeerroute informatiesysteem voor het centrum, de rondweg langs het vliegveld en de capaciteitsuitbreiding op de N48 tussen knooppunt Hoogeveen en Zuidwolde.
• De verdere gang van zaken en de eventuele uitvoering van maatregelen is punt van bespreking tussen de gemeente, de provincie en Rijkswaterstaat.

Okken (Gemeentebelangen) vraagt of deze studie uit de mobiliteitsvisie voortvloeit.

Gossen antwoordt dat de studie voortvloeit uit de netwerkanalyse Zuid-Drenthe en de quick scan van Rijkswaterstaat voor het klaverblad. Hieruit bleek dat zich problemen in en rond Hoogeveen zouden voordoen. De provincie nam het initiatief tot het verrichten van een onderzoek GGB. De GGB-aanpak wordt door de minister gestimuleerd en kan worden gebruikt als handvat om in het landdelige overleg met de minister bijvoorbeeld te pleiten voor een fly-over. In het overleg met de minister dat in oktober plaatsvond is de fly-over al aangekaart.

Okken vraagt of de mobiliteitsvisie naar aanleiding van deze studie over een paar jaar moet worden overgedaan.

Gossen zegt dat een geringe overlap bestaat bij beide studies, maar dat de mobiliteitsvisie echt iets anders is. Bij GGB gaat het vooral over de rijkswegen. De gemeente probeert in overleg met de provincie en Rijkswaterstaat maatregelen voor de korte en middellange termijn af te spreken. In het landelijk overleg komen de maatregelen voor de langere termijn aan de orde. De lokale maatregelen staan zowel in de studie GGB als in de mobiliteitsvisie. Op dat punt is dus overlap.

Wethouder Bargeman voegt toe dat beide studies elkaar op dat punt ondersteunen en in dezelfde richting wijzen.

Reinders (CDA) merkt op dat een aantal vergaderingen geleden tijdens een presentatie over de Schutstraat werd gesteld dat de bereikbaarheid geringer wordt als van vier naar twee rijbanen wordt gegaan. In deze studie staat juist dat de bereikbaarheid dan wordt vergroot. Hoe zit dat?

De voorzitter stelt vast dat er te weinig tijd is deze vraag nog te behandelen. Er wordt een volgende keer op terug gekomen.

De voorzitter sluit de behandeling van dit punt. De raadsleden ontvangen het eindrapport van de studie digitaal.

3. Rondvraag
Er wordt geen gebruik van de rondvraag gemaakt.

De voorzitter sluit dit blok informeren.

                                                                                                                                       

Verslag informeren 22 januari raadszaal 2009

Aanwezig: Arend Steenbergen (voorzitter), Jan Ballast, Rob Berkenbosch, Bert Bouwmeester, Jan Braam, Sjoukje Brouwer, Ellen van Heugten-Steenbergen, Ewout Klok, Klaas van der Laan, Jerk Otten, Henk Prigge, Rieks Siebering, Frank Snippe, Arend Steenbergen, Mark Tuit, Henk van de Weg, Jan Alting, Frits Nijland, Dick Schuldink en Jan-Pieter Wind (griffier).

Aanwezig namens het college: wethouder Ton Bargeman.

Aanwezige ambtenaren: Ina Blaauwgeers.

Verslag: Zwaantinus Jeuring (Notuleerservice Nederland).

De agenda luidde als volgt:
1. Spreekrecht.
2. Wijziging en vereenvoudiging Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hoogeveen.
3. Rondvraag.

Het volgende werd naar voren gebracht.

1. Spreekrecht
Er wordt geen gebruik gemaakt van het spreekrecht.

2. Wijziging en vereenvoudiging Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hoogeveen
De voorzitter geeft het woord aan de fracties.

Siebering (PvdA) vindt het een verbetering dat de vierkante meters worden gekoppeld aan de aantallen leerlingen. De PvdA heeft geen opmerkingen over het voorstel.

Berkenbosch (VVD) heeft geconstateerd dat de diverse instanties enthousiast reageren op het voorstel. De VVD heeft één vraag. In het bouwbesluit wordt gesteld dat de hoogte van plafonds verder naar beneden wordt gebracht. Wat is de invloed hiervan op de CO2-waarden in de lokalen?

Brouwer (CDA) zegt dat het CDA instemt met het voorstel. Alle schoolbesturen stemmen in, dus het voorstel is goed gecommuniceerd. In het voorstel staat dat kleine scholen door de verordening meer kans maken op uitbreiding. Daar is 1,5 miljoen euro mee gemoeid. Is dit bedrag al in de programmabegroting opgenomen?

Alting (Gemeentebelangen) vraagt of de scholen wel flexibel genoeg zijn om in te spelen op de nieuwe verordening. In het vervolg wordt namelijk met vierkante meters gewerkt die afhankelijk zijn van het aantal leerlingen. Dat leerlingenaantal verandert elk jaar, waardoor de scholen elk jaar wanden zouden moeten verplaatsen.
Gemeentebelangen is het van harte eens met de vereenvoudiging van de nieuwe verordening.

Braam (ChristenUnie) vindt het een goede verordening, daar zit het onderwijs op te wachten. De invulling van de vierkante meters moet aan de scholen worden overgelaten, die zijn flexibel genoeg. Eén vraag: de 1,5 miljoen euro is toch het doorgedecentraliseerde geld dat voor huisvesting is bedoeld?

Blaauwgeers (ambtenaar) gaat in op de vraag over de afmetingen. De lokalen kunnen kleiner worden. De schoolbesturen bepalen zelf hoe de vierkante meters worden ingezet. Het minimum oppervlak van een onderwijslokaal is 8 m2. De nieuwe verordening wordt aan de normen in het bouwbesluit aangepast, en niet andersom. In het bouwbesluit staan normen voor plafondhoogtes. Dat kan van invloed zijn op de CO2-waarden in lokalen.

Berkenbosch zegt dat dit een ongewenst effect is van het overnemen van die normen. Bestaat de mogelijkheid hiervoor een voorbehoud te maken?

Blaauwgeers zegt dat de gemeente apart beleid heeft voor ‘frisse scholen’. Dit betekent vooral meer ventileren. Wat de norm voor plafondhoogtes betreft: het is niet gewenst dat deze zo laag zijn als het bouwbesluit aangeeft. De gemeente zal dit niet aan de scholen aanbevelen en adviseren de hoogtes van de plafonds te vergroten. Het is een minimumnorm.

Berkenbosch merkt op dat het bouwbesluit de plafondhoogte met 20 cm verlaagt. Dat is een door niemand gewenste ontwikkeling.

Blaauwgeers zegt dat het beter is hierop een uitzondering te maken en de plafondhoogtes groter te maken.

Berkenbosch vraagt hoe de raad dit zou kunnen regelen en vastleggen. Spreker vraagt de wethouder wat de doelstelling van de gemeente is.

Wethouder Bargeman antwoordt dat geprobeerd gaat worden deze conflicterende punten eruit te krijgen. Mocht dat niet lukken, wordt de raad hierover geïnformeerd.
De wethouder legt uit hoe de 1,5 miljoen euro wordt ingezet. Het Integrale Huisvestingsbeleid maakt straks onderdeel uit van het Integrale Accommodatiebeleid. Dat beslaat een periode van tien jaar en de 1,5 miljoen euro wordt over die tien jaar uitgesmeerd en in het IAB opgenomen. Het bedrag is nog niet in de begroting opgenomen.
De vraag van Gemeentebelangen over het jaarlijks verplaatsen van wanden: de wethouder ziet dit niet gebeuren. De verordening gaat over nieuwbouw en nieuwe ontwikkelingen ten aanzien van gewenste groepsgroottes. Scholen kunnen zelf kiezen voor kleinere groepen.

Blaauwgeers antwoordt dat de 1,5 miljoen euro jaarlijks van het Rijk wordt ontvangen en bestemd is voor huisvesting onderwijs. Het bedrag wordt elk jaar in de gemeentebegroting opgenomen. Het wordt niet meer.

Braam vraagt of de 1,5 miljoen euro het enige geld voor huisvesting onderwijs is.

Wethouder Bargeman zegt dat de gemeente Hoogeveen meer geld in het onderwijs stopt dan van het Rijk voor onderwijs wordt ontvangen.

Braam vindt dat een goede zaak.

De voorzitter concludeert dat dit helder is. Hij sluit de beraadslagingen over dit punt en stelt vast dat het voorstel vanavond in besluiten aan de orde kan komen.

Toezegging wethouder Bargeman:
Geprobeerd gaat worden de conflicterende punten ‘hoogte plafonds’ en ‘CO2-waarden in lokalen’ uit de verordening te halen. De raad wordt geïnformeerd over het resultaat.

3. Rondvraag
Van de rondvraag wordt geen gebruik gemaakt.

De voorzitter sluit dit blok informeren.